Home

Natuurlijke gevaren voor trekvogels

Trekvogels maken geen plezierreisjes! Ze moeten onderweg stormen, roofdieren, concurrenten, ziekten en parasieten zien te overleven. Ze proberen de gevaren te ontwijken en passen hun trekroute daar soms op aan. Overigens, reizen is gevaarlijk, maar niet gevaarlijker dan thuisblijven.

Storm, zijwind, winterweer
Storm is verreweg het grootste natuurlijke gevaar voor trekvogels. Bij een naderende storm stellen ze hun tocht een paar dagen uit, en verschuilen ze zich in het bos of in de struiken.

Storm op zee.

Maar een zware storm boven zee of een zandstorm tijdens het oversteken van de Sahara kan in één klap miljoenen trekvogels de dood injagen. Er zijn daar immers geen schuilmogelijkheden. Meestal merken vogels naderende depressies en stormen eerder op dan wij, omdat er dan minder insecten in de lucht komen, of omdat de luchtdruk verandert. Gierzwaluwen vliegen in ruime bochten om depressies heen. Daar doen ze soms weken over.

Noordse stormvogel. Foto: Jos van den Broek
Klik op het plusje voor een grotere foto

Tijdens een storm in de problemen gekomen noordse stormvogel. Het uitgeputte dier stierf korte tijd later op het strand. Foto: Jos van den Broek.

Harde zijwind brengt de vogels nogal eens uit de koers, dat is leuk voor vogelaars. Bij oostenwind in mei en augustus zijn er in Nederland meer wespendieven, wouwen en roodpootvalken, die normaal oostelijk van Nederland blijven. Bij noordwestenwind zijn er veel zeevogels voor de kust, ook zeldzame exemplaren zoals de papegaaiduiker, die we hier niet vaak zien.

Papegaaiduiker. Foto: Jos van den Broek
Klik op het plusje voor een grotere foto

Jonge papegaaiduiker op het strand van Wassenaar, met de noordwestenwind meegevoerd vanaf IJsland of de kust van Schotland. Foto: Jos van den Broek.

Een koude winterperiode veroorzaakt koude-trek naar gebieden die nog ijs- of sneeuwvrij zijn. Dan trekken veel eenden, ganzen, scholeksters en kieviten van Nederland naar Frankrijk, waar ze dan de kans lopen om bejaagd te worden.

Roofvijanden
Trekvogels hebben als ze landen en uitrusten, en ook in de broedperiode, te maken met landroofdieren zoals vossen, poolvossen, jakhalzen, bunzings en slangen. Als de nesten vol liggen doen deze dieren zich tegoed aan de eieren. Vogels op trek rusten meestal in groepen: ze zijn dan veiliger dan alleen. In een vogelgroep zitten altijd zwakkere of minder oplettende exemplaren. Juist deze dieren worden vaak het slachtoffer van roofdieren.

Vos. Foto: Jos van den Broek
Klik op het plusje voor een grotere foto

Europese vos. Foto: Jos van den Broek.

Gewone zeehond. Foto: Herman Berkhoudt
Klik op het plusje voor een grotere foto

Gewone zeehond. Foto: Herman Berkhoudt.

Op zee jagen zeehonden op vogels. Vooral de ringelrob is een vogeljager, maar andere zeehonden laten zo'n buitenkansje ook niet voorbijgaan Uitgeputte trekvogels die op zee uitrusten zijn voor deze dieren een makkelijke prooi en een welkome aanvulling op het menu van krabben en vis.

Ook in de lucht zijn trekvogels niet veilig. Veel soorten roofvogels jagen op trekvogels. Er is in het Middellandse zeegebied een roofvogel die echt gespecialiseerd is in het jagen op trekkende zangvogels, de Eleonora's valk. Deze valk broedt extra laat om zijn jongen met trekkende zangvogels groot te kunnen brengen. In ons eigen land is de sperwer een geduchte belager. Snel en wendbaar als hij is, weet hij veel trekvogels te pakken te krijgen.

Sperwer met houtsnip. Foto: Herman Berkhoudt
Klik op het plusje voor een grotere foto

Deze onfortuinlijke houtsnip is gepakt door een sperwer. Foto: Herman Berkhoudt.

Vogels kunnen roofdieren - maar ook menselijke jagers - vermijden door in de nacht te trekken. Maar helemaal vrij van gevaar zijn ze dan niet. Er zijn uilen en zelfs vleermuizen (grote rosse vleermuis, Nyctalus lasiopterus) die op zangvogels jagen.

Concurrenten 
Mededingers om voedsel of broedplaatsen zijn ook een factor waar trekvogels mee te maken hebben. Bij veel soorten is het zaak om zo snel als het maar kan terug te zijn in het broedgebied, om een gunstige plek te kunnen veroveren. Komen ze te laat, dan zijn de gunstigste broedplekken al bezet door anderen.

Ziekten en meelifters
Trekvogels nemen vaak parasieten mee uit hun broed- of overwinteringsgebieden, met name luizen, vlooien en luisvliegen. De boerenzwaluw staat erom bekend. Trekvogels kunnen ook ziekten bij zich dragen. Veel trekvogels waaronder zwanen, ganzen en eenden blijken onder andere het beruchte H5N1 vogelgriepvirus bij zich te dragen, maar ze zijn er niet ziek van en het aantal virussen per vogel is meestal erg laag. Zieke vogels blijken niet te trekken. Trekvogels vormen dan ook niet zo'n bedreiging voor de pluimveehouderij. Overdracht van virussen door mensen vormt een veel groter gevaar.

Zoek de zee op en blijf gezond
Trekvogels uit het hoge noorden, zoals rotganzen, drieteenstrandlopers en kanoetstrandlopers, komen vaak alleen aan land op plaatsen langs de kust. Zowel in het koude noorden als in de zoute kustomgeving zijn er relatief weinig ziektekiemen.

Drieteenstrandlopers. Foto: Jos van den Broek
Klik op het plusje voor een grotere foto

Drieteenstrandlopers. Foto: Jos van den Broek.

Dat voordeel heeft ook een nadeel. Omdat ze minder snel besmet raken en dus minder vaak ziek zijn, hebben deze vogels waarschijnlijk een minder sterk immuunsysteem. Dus als er een virus opduikt, kunnen ze sneller ziek worden en anderen in de populatie besmetten.