Home

Zoeken

Zoek in 6438 artikelen


    Mysterieuze 'kwallen' in stadsvijver Tilburg

    Alice van Duijn, augustus 2009

    Op 30 juli 2009 werden tijdens schoonmaakwerkzaamheden in het Sweelinckpark in Tilburg merkwaardige geleikwabben in de vijver ontdekt. Sommige waren zo groot als een voetbal. Op de grote vraag "wat zijn het?" wist niemand direct het antwoord. Er was enig speuren voor nodig voor het raadsel was opgelost.

     
    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Deze 'drilpudding' is met een schepnet voorzichtig uit de vijver gevist en op de kant gelegd.
    Foto: Ruud Spooren

    In de Tilburgse stadsvijver werden meerdere kwabben aangetroffen. De kleinere exemplaren zaten vast aan waterplanten en takken. Eenmaal op het droge vielen sommige in stukken uiteen, waarna er niet veel meer overbleef dan een waterige drab. 

    Even werd gedacht aan kikkerdril. Er zijn grote samengeklonterde eiklompen bekend van de bruine kikker en de heikikker, maar die worden alleen in het vroege voorjaar gevonden: eind februari, maart, eventueel begin april, maar niet later.

    Voor zoetwaterkwallen waren de geleiklonten veel te groot en te ondoorzichting. Ook slakkeneieren, algengelei (restproduct bij algengroei), sterrenschot (overblijfselen van vrouwelijke kikkers of padden) of kolonies zoetwatersponzen kon het allemaal niet zijn.

     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     Exemplaar in vijver.
     Foto: Gehandicapten Visvereniging Tilburg
     Groot exemplaar in schepnet. 
     Foto: Ruud Spooren
     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     Klein exemplaar in schepnet.
     Foto: Ruud Spooren
     Close up gelei.
     Foto: Ruud Spooren
    Zoetwatermosdiertjes

    Na het nodige speurwerk bleek het te gaan om Pectinatella magnifica: zoetwatermosdiertjes die grote kolonies kunnen vormen. De mosdiertjes (bryozoa) bevinden zich alleen in de dunne, slijmerige korst. De kenmerkende rozetten (korstvlekken) bestaan uit clubjes van tientallen opeengepakte individuen. Elk mosdiertje (zoöide) heeft een zacht uitwendig skelet van gelatineachtig materiaal, en een hoefijzervormige tentakelkrans waarmee het voedseldeeltjes zoals eencellige algen uit het water filtert.

    De kolonies hechten zich onder water vaak vast aan stenen, takken, wortels, bootjes, palen en pontons, maar soms raken ze los en komen dan vrij zwevend voor.

    Exoot

    Pectinatella magnifica is een van oorsprong Noord-Amerikaanse soort. Aan het eind van de negentiende eeuw is de soort voor het eerst in Europa waargenomen, in de omgeving van Hamburg. Waarschijnlijk is de exoot destijds meegekomen met zoet ballastwater van schepen. In de jaren zeventig is P. magnifica zelfs in Japan en Korea terechtgekomen. Inmiddels zijn er ook recentere waarnemingen gedaan op meerdere plaatsen in Duitsland, Frankrijk, Polen, Tsjechië en Slowakije.

    Waarnemingen in Nederland

    In Nederland is P. magnifica voor het eerst gezien in 2004 in de Oostermoersevaart in Zuidlaren. Sindsdien zijn daar jaarlijks kolonies waargenomen. In 2007 en 2008 zijn er ook kolonies gezien in de Bosmolenplas in Panheel (nabij Roermond). Dit jaar is P. magnifica gespot in de St. Jansbeek in Arnhem - Sonsbeek, in de Piepertkolk in Zwartsluis en nu dus ook in de stadsvijver van het Sweelinckpark in Tilburg. Bron: www.bryozoans.nl

    Statoblasten

    Wanneer in de loop van de herfst de watertemperatuur daalt, sterven de kolonies af. Tegen die tijd komen zogenaamde statoblasten vrij: kleine discusvormige overlevingscapsules waarin een knopvorm van een zoöide de winter kan overbruggen. De statoblasten verspreiden zich al drijvend op het water of via watervogels. Ze blijven met hun haakjes (zie foto's) aan de veren hangen, of komen vastgehecht aan waterplanten in hun maag terecht.

    Onder gunstige omstandigheden vormen de statoblasten in het voorjaar nieuwe kolonies door middel van het klonen van zoöiden, een vorm van aseksuele (ongeslachtelijke) voortplanting.

     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     Microscopische foto van haakjes statoblast.
     Foto: GWL Boxtel
     Inzoom haakje.
     Foto: GWL Boxtel
    Nieuwe kolonies kunnen ook ontstaan uit knoppen die zich afsnoeren van een bestaande kolonie (ook een vorm van aseksuele voortplanting), of uit bevruchte eicellen (seksuele voortplanting).

    Schadelijk?

    Tot nog toe zijn er geen duidelijke aanwijzingen dat deze exoot schadelijk is voor zijn omgeving, of het moet zijn dat de kolonies grote oppervlakten van harde substraten in beslag nemen. Duidelijk is wel dat de soort een voorkeur heeft voor relatief warm en redelijk schoon maar voedselrijk water. In sterk stromend water komt P. magnifica niet voor.

    Het is interessant om de ontwikkelingen van P. magnifica in Nederland te volgen. De Werkgroep Ecologisch Waterbeheer heeft al laten weten dat ze haar netwerk daarvoor zal inzetten.

    Met dank aan:
    Gemeenschappelijk Waterlaboratorium (GWL), Boxtel
    H. Hamers, visvereniging KEHV De Ruischvoorn Tilburg
    A. Snoeren, Gehandicapten Visvereniging Tilburg
    M. van der Waaij, www.bryozoans.nl 
    Werkgroep Ecologisch Waterbeheer http://www.wew.nu/