Waterrups |
Alice van Duijn
Deze foto's zijn in augustus 2009 gemaakt in de IVN-natuurtuin in Loenen. Daar dreven in de vijver een aantal ovale blaadjes van zo'n twee centimeter lengte. Sommige waren roodachtig bruin en andere groen. Eén van de blaadjes viel op, omdat er een knopje uitstak dat bewoog. Het bleek een larf te zijn met twee ovale bladstukjes als verplaatsbare schuilplaats. Maar om welke soort gaat het precies?
Naast dit exemplaar werden in de vijver nog meer dubbele blaadjes ontdekt waarin dezelfde
diertjes zaten. Foto: Gerard Bosch
Hier is de larf in zijn geheel te zien. De bovenkant van de schuilplaats is verwijderd.
Foto: Gerard Bosch
Vanwege zijn behuizing doet het beestje enigszins denken aan de larven van kokerjuffers, waarvan sommige soorten zich verschuilen in een door henzelf gebouwde koker van bladstukjes, takjes, mos, of zandkorreltjes. Bij kokerjuffers eindigt het achterlijf van de larven echter in twee kenmerkende naschuivers met een klauw, en dat heeft dit dier niet.
Buitenbeentje
Het is geen kokerjuffer, maar een rups van een vlinder. Om precies te zijn een rups van het waterleliemotje (Elophila nymphaeata). Deze waterrups is een echt buitenbeentje, want verreweg de meeste vlinders en rupsen zijn geheel aan land gebonden. Er zijn slechts enkele soorten die zich in het water ontwikkelen, waaronder dus het waterleliemotje.
De soort komt algemeen voor op stilstaande, plantenrijke watertjes, zoals vijvers en sloten. De jonge rupsen zijn zogenaamde bladmineerders: ze eten gangetjes binnenin bladeren van allerlei soorten waterplanten, bij voorkeur drijvend fonteinkruid, maar bijvoorbeeld ook witte waterlelie, kikkerbeet en egelskop.
In een latere fase houden de rupsen zich verborgen onder een afgebeten ovaal stuk blad, dat vastgesponnen is over de onderzijde van het blad waarmee ze zich voeden. Oudere rupsen maken vaak een afgeplat zakje van twee losgeknipte bladstukjes (zoals in dit voorbeeld), dat regelmatig wordt vernieuwd. Daarmee drijven ze aan het wateroppervlakte, waar ze venstervraat aan de onderzijde van bladeren veroorzaken.
De rupsen overwinteren in stengels van waterplanten, of ze verblijven in hun zakje op de waterbodem.
Lift in een luchtbel
De verpopping vindt enkele centimeters onder water plaats. Het zakje bevat een luchtbel en is aan een stengel of blad bevestigd. Bij het uitkomen wordt de mot door de luchtbel naar het wateroppervlak getransporteerd.
De vlinders zijn te zien vanaf half mei tot begin september met een piek in augustus. Ze zijn vooral 's nachts actief; overdag verschuilen ze zich aan de onderkant van bladeren.
Waterleliemotje (adult) zittend onder het blad van een zwarte toorts. Spanwijdte: 17-22 mm.
Foto: Gerard Bosch
Aquatische motten
Naast het waterleliemotje komen in Nederland nog vijf andere aquatische motten voor, waarvan er één waarschijnlijk is uitgestorven. Een vorm van het vrouwtje van de duikermot (Acentria ephemerella) leeft ook als vlinder onder water.
De soorten behoren allen tot de familie van de grasmotten (Crambidae), en subfamilie Acentropinae waarvan 716 soorten zijn beschreven. De meeste leven als rups in het water.
Bronnen:
Bellmann, 2005. Vlinders, rupsen en waardplanten. Tirion.
Goater ea, 2005. Pyroloidea I. Apollo Books.
Chinery, 2009. Nieuwe insectengids. Tirion.
Reichholf, 1978. Zur Nischenwahl mitteleuropäischer Wasserschmetterlinge. Nachrichtenblatt der Bayerischen Entomologen. Vol 27 (6): pag. 116-126.
Scheffer & Cuppen, 2005. Vijver, sloot en plas. Tirion.
www.bladmineerders.nl
www.microlepidoptera.nl
classificatie waterleliemotje in Nederlands Soortenregister
Met dank aan:
Hans Adema
Gerard Bosch
Erik van Nieukerken