Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    Identificatie van bottenverzameling uit omgeving dassenburcht

    Door Alice van Duijn, april 2009

    In Naturalis, het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden, worden geregeld botten onderzocht en geïdentificeerd. Dat zijn niet alleen fossiele botten die door de wetenschappers zijn verzameld. Ook botten die mensen gewoon op het strand of in het bos vinden, worden op verzoek benoemd. Dat kan tot verrassende bevindingen leiden. Zo leverde de identificatie van een verzameling botten uit de omgeving van een dassenburcht in Drenthe een interessante uitkomst op. Hoe voor de hand liggend het ook lijkt: de prooiresten waren daar niet achtergelaten door een das ...

     
    Klik op het plusje voor een grotere foto

     Foto van het verzamelde materiaal

    Naturalis werd gevraagd om in totaal 21 botten te determineren (benoemen). Wandelaars hadden de botten in de buurt van de dassenburcht gevonden. Er lagen ook allerlei botfragmenten, maar die zijn niet meegenomen. Een omwonende kon bevestigen dat er een das in de burcht huisde: hij zag het dier wel eens rondscharrelen, en in de afrastering bij de burcht bleven geregeld dassenharen hangen.


    Foto dassenburcht

    Aanpak van het determineren

    De botten zijn in Naturalis stuk voor stuk bekeken. Om erachter te komen van welk dier een bot is geweest, wordt vooral gelet op de grootte en de vorm van het bot. Aan de vorm is te zien of het om een opperarmbeen, een dijbeen of ander bottype gaat. Als je het bottype weet, dan kan je het bot gerichter vergelijken met wetenschappelijke tekeningen en met collectiemateriaal.

    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Wetenschappelijke illustraties kunnen helpen bij het identificeren
    van een bot.

    Nog beter is het om een gevonden bot (links) te vergelijken met
    collectiemateriaal (rechts).
     
    Eén van de vondsten (links) naast een vergelijkbaar bot uit de
    collectie (bot rechts).

    De bevindingen

    De verzameling bleek voornamelijk te bestaan uit botten van hazen:

     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     
     heupbenen  heiligbeen en opperarmbeen  
     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     
     dijbenen  scheenbenen  

    Daarnaast zijn er botten van een fazant en een ree gevonden:

     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
     
     schedel, opperarmbeen (met bijtsporen)
     en borstbeen fazant
     dijbeen en scheenbeen
     (bovengewricht) van een ree
     

    En tot slot: een niet nader te benoemen botje, en een stukgebeten schouderblad van een huiskat:

     
    Klik op het plusje voor een grotere foto
       
     onbenoemd botje en schouderblad
     huiskat
       

    Ook al zijn deze botten bij een dassenburcht gevonden, toch is het niet aannemelijk dat de prooiresten daar door een das achtergelaten zijn. Dassen slepen zelden voedsel mee naar hun burcht. Ze nemen hooguit iets mee dat ze heel dichtbij gevonden of gevangen hebben.

    Bovendien laten dassen nauwelijks prooiresten achter. Dassen zijn alleseters. Hun voedsel bestaat voor een groot deel uit regenwormen. Verder eten ze vruchten, knollen, slakken en insecten. Af en toe wordt een muis of jong konijn verschalkt, maar daar blijven vrijwel geen resten van achter. Ook volwassen konijnen worden door dassen gegeten, maar dan vooral als aas.

    Geen das, maar vos

    Om meer duidelijkheid te krijgen, zijn de bevindingen voorgelegd aan roofdierspecialist Jaap Mulder. Zonder precies te weten hoelang de botten al bij de burcht hebben gelegen, denkt hij dat de resten stammen van prooien van vossen. Mulder: 'Vossen brengen van april tot juni prooien naar hun jongen, ook van ver. Van hazen en konijnen blijven vaak de achterpoten over, soms inclusief heupbenen. Van reeën worden vaak alleen de poten aangebracht.'
    Ook fazanten staan op het menu van de vos. Daar blijven vaak geen botten van over, wel de grotere veren. Een enkele keer blijven grotere vogelbotten achter, die hebben de meeste kans te 'overleven'.

    De bovenstaande opsomming komt goed overeen met de gedetermineerde botten. Conclusie: de botten zijn prooiresten van vossen. Alleen het schouderblad van de huiskat past niet zo in het lijstje. Misschien is de kat als verkeersslachtoffer gevonden en heeft de vos het kadaver meegenomen naar de burcht. De vos is een ware voedsel-opportunist die naast prooien ook aas, insecten, bosvruchten en afval eet.

    Dassenburcht zowel door dassen als vossen bewoond

    In het voorjaar trekken vossen met jongen vaak in een dassenburcht. In grotere burchten met meerdere gangen en vertrekken kunnen dassen en  vossen samen voorkomen. Het gebeurt ook wel dat de dassen tijdelijk elders verblijven als de vos er zit.
    'Vossen en dassen hebben een beetje een haat en nijd verhouding. Een das kan bijvoorbeeld twee vossen verjagen, maar drie vossen kunnen een das ergens verjagen', aldus Jaap Mulder.

    Botresten van meegebrachte prooidieren in de directe omgeving van een dassenburcht verraden dus de aanwezigheid van vossen. Overigens maken niet alleen vossen van dassenburchten gebruik. Ook konijnen, bunzingen en muizen wonen weleens bij dassen in. Dassen zoeken op hun beurt weleens een oud vossenhol uit om in te verblijven.

    Zie ook:

    webthema botten determineren

    Externe links:

    website Jaap Mulder (roofdierspecialist)

    website Stichting Das en Boom

    website Zoogdiervereniging VZZ

    Literatuur:
    Veldgids diersporen / A. van Diepenbeek, 1999
    Zoogdieren van West-Europa / R. Lange ea, 1994