Home

Poep-onderzoek

Poep-zoekers

Natuuronderzoekers in de Serengeti zijn soms poepzoekers. Ze vinden poep niet vies maar juist enorm interessant. Zodra ze een drol vinden kunnen de onderzoekers zien van welk dier die is. Verse uitwerpselen vertellen dat het dier kort geleden langs is geweest. Onderzoekers gebruiken informatie uit de poep bijvoorbeeld om meer te weten te komen over de eetgewoonten en het leefgebied van dieren.

Poepinfo

Bij wilde dieren kom je niet makkelijk vlakbij, dat maakt onderzoek lastig. Poep is wel makkelijk te vinden en vertelt veel over het dier. Daarom zijn onderzoekers niet vies van drollen. Ze nemen de uitwerpselen graag onder de loep voor wat informatie.

Poep van vrouwtjesgnoes bevat bijvoorbeeld hormonen die verraden of ze vruchtbaar is. De samenstelling van de poep verklapt ook het menu van de eigenaar. Bij een vegetariŽr zitten er alleen plantenresten in, bij een vleeseter de resten van zijn prooien.

Zebrapoep

De poep van een zebra en een paardenvijg zijn bijna niet uit elkaar te houden. De dieren hebben dan ook hetzelfde grassenmenu en herkauwen niet. In de drollen kun je de grassprietjes nog zien zitten.

Gnoepoep

De poep van een gnoe lijkt meer op schapenmest dan op koemest, en valt in keutels. Net als de koe is de gnoe een herkauwer die zijn plantenkost goed verteert. Het zit vol met plantenresten, maar die zijn heel fijn gemalen. Gnoekeutels zijn ingedikt en stevig van vorm zodat er weinig vocht verloren gaat.

Hyenapoep

Doe je neus maar dicht, want hyenapoep stinkt verschrikkelijk. De uitwerpselen van vleeseters ruiken over het algemeen veel sterker dan die van planteneters. Bij de hyena zit er naast vleesresten ook vaak gruis van botten in, dat maakt de poep dan wit.

Leeuwenpoep

Misschien zie je iets bekends aan deze drol: het lijkt wel iets op die van een mens. Leeuwenpoep zit vol met onverteerde vleesresten en kan flink stinken, net als dat van andere vleeseters. Vaak zit er ook onverteerd haar in de drollen.

Door: Manon Laterveer - de Beer (2008)