Home

Aanpassingen aan migratie

Lijf om te lopen

Het lijf van de gnoe ziet er een beetje vreemd uit. Met zijn hoge schouders en lage achterlijf ligt het zwaartepunt voorin zijn lichaam. Bij iedere stap kantelt hij als het ware een beetje naar voren.

Snelle sprint

In verhouding tot zijn romp heeft de gnoe een stel spillebeentjes. Daarmee maakt hij zich bij gevaar snel uit de voeten. Bij een aanval door een roofdier stuift hij er met zo'n 60 km/u vandoor. Een roofdier kan dat maar met moeite bijhouden.

Stofwolk

Het getrappel van al die hoeven doet veel stof opwaaien. Zonder ademhalingsproblemen lopen de gnoes door de stofwolken heen. Ze hebben speciale neusflapjes die ze dicht kunnen knijpen om het meeste stof tegen te houden.

Luchtje

Een gnoe zal niet snel de kudde verlaten: het is veiliger dan alleen te zijn. Raakt een gnoe de kudde kwijt, dan weet hij deze met zijn neus terug te vinden. Speciale klieren aan de voorpoten van de gnoe laten een geurspoor na.

Kleinere kudden

Misschien lijken de rondtrekkende gnoes wel op ťťn grote kudde, maar dat is niet zo. Er zijn allerlei kleinere groepjes. Leeftijdsgenoten zoeken elkaar op, de mannetjes bij de mannetjes, de vrouwtjes bij de vrouwtjes.

Goede zorg

In het geboorteseizoen vormen de moeders met jongen kleinere kudden waarin het kroost veilig is. Als gevolg van de goede zorg hebben de kalfjes een grotere overlevingskans dan jongen van andere grazers.

Samenleven

Het leven in een rondtrekkende kudde maakt dat gnoes redelijk verdraagzaam zijn, anders zouden ze doorlopend ruzie maken. Bij gnoes die niet rondtrekken, zoals in Zuid-Afrika, is dat anders. In dat geval laat een mannetje geen vreemde toe in zijn vrouwtjeskudde. Hij wil ze voor zichzelf houden.

Door: Manon Laterveer - de Beer (2008)