Home

Vijanden

Vijanden

Niet iedere baby-gnoe heeft het geluk om op te groeien tot volwassenheid. Ook volwassen gnoes gaan vroeg of laat dood. De vijanden van de gnoe komen in allerlei gedaanten. Ze zorgen ervoor dat de omvang van de kudde nooit hetzelfde is. Vanwege de belangrijke rol van de gnoe in het ecosysteem heeft dit gevolgen voor de rest van de Serengeti.

Vijand: droogte

De grootste vijand van de gnoe is droogte. Zonder regenval kan het gras niet groeien. De gnoes en andere grazers komen om van de honger.

Vijand: mens

Mensen belemmeren de gnoes in hun bewegingsvrijheid. Oprukkende bebouwing in het noordwesten, buiten de grenzen van het Nationaal Park Serengeti, zorgt ervoor dat de gnoes daar niet meer kunnen komen om te eten. Ook stroperij heeft ingrijpende gevolgen. Jaarlijks worden 20.000 gnoes gedood. Dat levert genoeg voedsel op voor ongeveer 100.000 mensen.

Toch betekenen mensen zeker niet alleen rampspoed voor de gnoe. Ze hebben tenslotte ook het Serengeti Nationaal Park opgericht en het in 1972 tot werelderfgoed uitgeroepen. Parkwachters zijn elke dag aan het werk om de belangen van het wild na te komen.

Vijand: roofdieren

Natuurlijke vijanden van de gnoe zijn de leeuw, de cheeta, het luipaard, de gevlekte hyena en de wilde hond. Gnoes die door uitputting of honger om het leven zijn gekomen vormen aas voor onder meer gieren.

Vijand: runderpest

Runderpest is een besmettelijk virus met dodelijke afloop. Een dier met runderpest heeft uitscheidingen bij de ogen en neus waarin ziektekiemen zitten, ook de mest is besmettelijk. Een ziek dier krijgt eerst koorts en eet slecht. Zijn slijmvliezen raken ontstoken en hij krijgt maag-darmproblemen met als gevolg zware diarree. Het dier sterft binnen 8 tot 10 dagen.

Runderpest in Afrika was het gevolg van de import van ziek vee uit India. In 1889 werd de runderpest geÔntroduceerd, 7 jaar later was het over het hele Afrikaanse continent verspreid. Als gevolg van de ziekte werden ongeveer 9 op de 10 evenhoevigen in Afrika uitgeroeid. Er waren nog zon 100.000 tot 200.000 gnoes over.

De runderpest had niet alleen gevolgen voor de gnoe. Met minder prooien om op te jagen kwamen er ook steeds minder leeuwen en andere roofdieren. De bomen namen juist in aantal toe omdat er minder werd gegraasd. In 1929 was de Serengeti geen grasvlakte maar een boslandschap.

Begin 1960 kwam er een oplossing voor de runderpest. Het vee uit de omgeving van de Serengeti werd tegen de ziekte ingeŽnt. De gnoes en andere wilde grazers zoals de buffel namen weer in aantal toe. Nu zijn er 1,2 miljoen gnoes in de Serengeti.

Door: Manon Laterveer - de Beer (2008)