Home

Dubois keert terug in Nederland

Na zijn publicatie over de missing link in 1894 keerde Eugène Dubois terug naar Nederland. Hoewel de publicatie in Java was gedrukt, werd de wetenschappelijke verhandeling ook in Europa uitgebracht. Alle vooraanstaande wetenschappers van destijds die zich met de evolutie van de mens bezighielden hadden er dus kennis van genomen. Dubois was dan ook klaar om alle eer als ontdekker van de overgangsvorm tussen aap en mens in ontvangst te nemen en zijn ideeën over de evolutie van de mens toe te lichten tijdens lezingen en op wetenschappelijke congressen. Maar tot zijn verbazing oogstte hij geen lof maar zware kritiek.

Dubois na zijn terugkomst in Nederland.

 

Kritiek

Wetenschappers vanuit de hele wereld toonden hun afkeuring en twijfel.  Ze stonden sceptisch tegenover Dubois' overtuiging dat de verschillende fossielen tot één individu hadden behoord. Men twijfelde eraan of de vindplaatsregistratie voldoende accuraat was om te concluderen dat de drie gevonden fossielen uit dezelfde laag afkomstig waren. Ook kon men op grond van Dubois geschrift niet goed beoordelen hoe dicht of hoe van elkaar de fossielen in het sediment hadden gelegen. Sommigen meenden dat Dubois drie resten van drie afzonderlijke individuen had gevonden, een conclusie waar Dubois het hartgrondig mee oneens was. Eén van de botten - het dijbeen - werd door de meerheid van de wetenschappers beoordeeld als overduidelijk menselijk. Maar het rijmde niet met de andere stukken: het zag er te modern uit. Het was al te ver geëvolueerd om van een overgangsvorm te kunnen zijn.

Reactie

Voor Dubois was de vreemde mix van resten juist een ondersteuning van zijn bewering, dat de fossielen van een wezen waren geweest dat precies tussen mens en aap in stond. Ondanks de vele kritiek hield Eugène Dubois voet bij stuk en verdedigde zijn standpunt met man en macht.  Hij hield voordrachten, schreef artikelen en liep wetenschappelijke congressen af, alles om zijn collega's te overtuigen.  Er waren wetenschappers die na het zien van de fossielen hun mening bijstelden, maar veel waren het er niet.

De positie waarin de fossielen in de aardlagen op de opgravingsplek hadden gelegen waren een belangrijk discussiepunt. De algemene mening was dat deze plek niet goed genoeg in kaart was gebracht.  Dubois voerde aan dat hij dat juist wel had gedaan, omdat hij werkte met een gridsysteem: een systeem van met touwen uitgezette vierkante vakken. Van elke vondst moesten zijn helpers Kriele en De Winter noteren in welk vak het werd gevonden. Soms liepen de discussie die Dubois met zijn tegenstrevers voerde uit op een welles-nietes spel. Toch werd de discussie hoofdzakelijk op basis van argumenten gevoerd: in zes jaar tijd werden er bijna tachtig boeken en artikelen aan de fossielen van Dubois gewijd.

Bijval

Bijval oogstte Dubois met name van Ernst Haeckel, de man die hem aanvankelijk op de gedachte had gebracht om naar de missing link te gaan zoeken en zich hierbij op Azië te concentreren. In zijn publicatie Systematische Phylogenie der Wirbeltiere uit 1895 beweerde hij letterlijk dat de door Dubois gevonden fossielen gezien moesten worden als de missing link Pithecanthropus - de ontbrekende schakel tussen aap en mens.

Dubois trekt zich terug

Terwijl de discussie voortging, trok Eugène Dubois zich terug. Hij begon wantrouwig te worden. Dit leidde er in 1900 toe dat hij zijn fossielen voor de buitenwereld verstopte. Niemand mocht ze nog zien. Zijn wantrouwen werd zelfs zo groot dat hij dacht dat boze katholieken zijn fossielen wilde vernietigen. Pas veel later, in 1923, gaf Dubois toe aan het aandringen van de wetenschappers, en verleende weer toegang tot zijn fossielen.

Eugène Dubois in 1940, vlak voor zijn dood.

Ondertussen hield  Eugène Dubois zich bezig met het onderzoek naar de verhoudingen tussen lichaamsgewicht en de hersenomvang.  Dit deed hij niet zonder reden. Want hoewel het leek alsof het niets met zijn missing link  te maken had,  gebruikte hij dit onderzoek uiteindelijk om zijn theorie over de fossielen kracht bij te zetten.  Maar ook deze keer kreeg Dubois kritiek in plaats van lovende woorden.

Het graf van Eugène Dubois in Venlo.

Laatste jaren

De laatste jaren van zijn leven bracht Eugène Dubois door op zijn landgoed in Zuid-Limburg. Hij overleed op 16 december 1940 en werd begraven in ongewijde grond op een kerkhof in Venlo. Op zijn graf staan het op Java gevonden schedelkapje en het dijbeenbot, dat voor de gelegenheid twee maal is afgebeeld.

Huidige interpretatie

Sinds Dubois' vondsten zijn er in Indonesië, maar ook op andere plekken in de wereld zoals China, Europa en Afrika, vergelijkbare menselijke fossielen gevonden. De huidige mening is dat de door Dubois gevonden fossielen behoren tot de soort Homo erectus, de directe voorloper van de moderne mens. Dat ze van een overgangsvorm tussen aap en mens zijn gelooft tegenwoordig niemand meer. Volgens moderne wetenschappelijke inzichten stamt de mens niet van de apen af, maar delen mens en aap een gemeenschappelijke voorouder die zo'n tien miljoen jaar geleden in Afrika heeft geleefd. Een lijn ontwikkelde zich tot de huidige mensapen, terwijl een andere lijn zich via een groot aantal tussensoorten ontwikkelde tot Homo erectus en uiteindelijk tot de moderne mens Homo sapiens.

Lees meer over huidige opvattingen over de evolutie van de mens >>