Home

Dubois publiceert zijn vondst van de missing link

Vanaf het moment dat Eugčne Dubois de kies gevonden had, tot de vondst van het dijbeen, beschreef hij de fossielen als van een Antropopithecus (mensaap). Maar door de vondst van het mensachtige dijbeen bleef hij twijfelen. Het dijbeen was duidelijk van een rechtopgaand individu geweest en als je het naast het dijbeen van een moderne mens hield zag je geen enkel verschil. Dubois bezat dus een rare mix van fossielen, deels menselijk, deels mensaapachtig. Omdat de fossielen in dezelfde laag dicht bijelkaar waren gevonden moesten ze wel van hetzelfde individu zijn. Er was geen andere conclusie mogelijk: hij had bij nader inzien toch geen mensaap gevonden, maar een aapmens. 

De doorhaling in het manuscript van Dubois. Na de vondst van het dijbeen veranderde hij Anthropopithecus (mensaap) in Pithecantropus (aapmens).

Dubois moest tot een andere benaming komen. Het geslacht Homo (mens) sloot hij uit, want daarvoor leek het schedelkapje te veel op dat van een chimpansee of gibbon. Het dijbeen was juist weer heel menselijk en Dubois besloot dat een aparte classificatie op zijn plaats was. Om Ernst Haeckel te eren, koos Dubois voor de door Haeckel bedachte geslachtsnaam Pithecanthropus (aapmens). Eindelijk kon Dubois voor zichzelf besluiten dat hij de langverwachte missing link tussen aap en mens had gevonden. In zijn laatste onderzoeksrapport veranderde Dubois de naam Antropopithecus erectus in Pithecantropus erectus.

In Naturalis, waar de 40.000 door Dubois opgegraven fossielen en de Pithecanthropus-resten worden bewaard, bevindt zich ook het archief van Dubois. Hierin is ook het manuscript opgenomen van zijn laatste onderzoeksverslag, voordat dat in een drukversie verscheen. In dit verslag heeft hij de soortnaam Antropopithecus doorgekrast en er vervangen door Pithecantropus. Voor Dubois stond nu vast dat hij de eerste ontdekker was van een overgangsvorm tussen aap en mens. Zou de wetenschappelijke roem die hij hoopte te verwerven nu eindelijk komen? Hij moest geduld hebben. Want eerst zou hij zijn vondst officieel bekend moeten maken aan de wetenschappelijke wereld. Dubois wist dat hij dit goed moest voorbereiden want wetenschappers lieten zich alleen overtuigen op basis van bewijzen en steekhoudende argumenten.

Officiële wetenschappelijke publicatie

In het jaar 1894 besloot Eugčne Dubois om zijn bevindingen aan de wereld openbaar te maken. Vergelijkingsmateriaal (schedels, dijbenen, gebitten) van fossiele mensen en mensapen ontbraken in Indië. Dubois kon zijn vondsten daardoor niet zo diepgaand en gedetailleerd bestuderen als hij wenste en volgens de methodiek van de wetenschap destijds vereist was. Toch slaagde hij erin binnen korte tijd een wetenschappelijke beschrijving van zijn vondsten voor te bereiden en drukgereed te maken. Zijn publicatie, met de titel Pithecanthropus erectus, eine Menschenaehnliche Uebergangsform aus Java kwam datzelfde jaar in Batavia (Jakarta) uit, nog voor hij in augustus 1895 terugkeerde naar Nederland.

 

De omslag van de publicatie.

Het was een 39 pagina dik boekwerk dat de geschiedenis van de ontdekkingen uitgebreid omschreef.  Er stonden tekeningen en anatomische beschrijvingen in van de kies, het schedelkapje en het dijbeen. Het geheel was opgezet als een krachtige bewijsvoering voor zijn stelling dat hij een overgangsvorm had gevonden tussen de mensapen en de mens, de langgezochte missing link en destijds de vroegste fossielen van een voorloper van de mens. Tevens toonde Dubois hiermee aan dat niet Afrika maar Azië als wieg van de mensheid moest worden beschouwd. De evolutie van de mens had zich volgens Dubois op het door Haeckel voorspelde oercontinent Lemuria afgespeeld en was in drie stappen verlopen. Een boombewonende Aziatische mensaap (Anthropopithecus) was aangepast geraakt aan een leven op de grond en had zich ontwikkeld tot een rechtoplopende aapmens (Pithecanthropus erectus); deze was vervolgens doorgeëvolueerd tot de moderne mens (Homo sapiens).

Dubois verwachtte dat zijn publicatie met open armen door de wetenschap zou worden ontvangen. Maar helaas liepen de zaken anders dan hij had voorzien.

Op een overzichtsplaat in zijn publicatie beeldde Dubois de kies, het schedelkapje en het dijbeen in verschillende aanzichten af.