Home

Dubois' studie

Het onderwerp 'de plaats van de mens in de natuur' fascineerde Eugène Dubois al op jonge leeftijd. Door zijn Rooms-katholieke achtergrond werd Dubois, zoals velen in die tijd, heen en weer geslingerd tussen het evolutionaire denken en het creationistisch denken, het geloof in het scheppingsverhaal. Rond 1868 hield de Duitse wetenschapper Karl Vogt lezingen door heel Nederland waarin hij de evolutietheorie van Darwin verdedigde. De evolutietheorie was de wetenschappelijke theorie die het ontstaan en de  ontwikkeling van organismen beschreef. Deze lezingen deden enorm veel stof opwaaien. Dubois deed alle moeite om een lezing van Vogt te kunnen bijwonen, hetgeen hem ook lukte toen Vogt Roermond aandeed.

De familie Dubois in 1886. Op de eerste rij: links Eugènes zus Marie en rechts zijn moeder Trinette. Op de achterste rij, staand, van links naar rechts: Eugène; zijn zus Gerardine; zijn broer Victor; en zijn vader Jean Joseph.

 

Naar de HBS

Door de afkeer waarmee de lezingen van Vogt werden ontvangen, besefte de jonge Dubois dat sommige mensen niet open stonden voor nieuwe ideeën. Dubois vond dat deze mensen waren vastgeroest in hun eigen gedachten, hij was vastberaden nooit in zijn leven zo'n zelfde fout te maken. Na de lagere school vroeg Dubois aan zijn vader of hij naar de Rijks Hoogere Burger School (H.B.S) in Roermond mocht gaan. Dit was een vrijgevochten, onorthodoxe school die erom bekend stond goed natuurwetenschappelijk onderwijs te geven.  Dubois mocht niet zonder slag of stoot. Het werd de ouders van Dubois door andere katholieke families in Eijsden sterk ontraden hem naar deze school te laten gaan. Men was bang dat hem antichristelijke theorieën bijgebracht zouden worden, waardoor hij de kerk de rug toe zou keren. Uiteindelijk verliet Dubois op twaalfjarige leeftijd, op 5 september 1870, toch het ouderlijke huis om naar Roermond te gaan.

De periode in Roermond was van grote invloed op het verdere verloop van het leven van Dubois. De docenten waren uitmuntend en Dubois kon zijn gang gaan in de goede laboratoria. Ook leerde hij veel van de grote collectie mineralen en dieren die er op de school aanwezig waren. Maar het belangrijkste was wel dat Dubois zich in deze periode meer en meer begon te interesseren voor het werk van Ernst Haeckel. Deze beroemde Duitse anatoom werd om zijn kennis van de primaten ook wel de apenprofessor genoemd. Haeckel beschreef een mogelijke link tussen aap en mens. Hij veronderstelde dat de mens van de aap af zou stammen en dat er daarom een overgangsvorm tussen aap en mens zou moeten zijn. Er was geen bewijs voor het bestaan van deze link, maar toch gaf hij deze missing link al wel een naam: Pithecanthropus alalus (aapmens zonder spraak). Dubois realiseerde zich dat als deze missing link gevonden zou worden, dit een grote bijdrage aan de wetenschap zou zijn. Hij wilde het fossiel, dat de evolutie van de mens zou bewijzen, vinden. Dubois' fascinatie voor de missing link werd almaar groter.

 

Ernst Haeckel (1834 1919).

 

Naar Amsterdam

Na het behalen van zijn HBS-diploma in 1877 vertrok Dubois naar Amsterdam om aan de universiteit medicijnen te studeren. Daar keerde hij eindelijk, na jarenlange twijfel, de kerk de rug toe. Hij vond dat wetenschap en geloof gescheiden moesten blijven. Tijdens zijn studie werd het voor Dubois al snel duidelijk dat hij zich meer aangetrokken voelde tot het bestuderen van de natuur, voornamelijk de fysiologie en de morfologie, dan tot het beroep van praktiserend arts.

Op 16 juli 1884 behaalde Dubois zijn eindexamen. Hierna stortte hij zich op het anatomisch en fysiologisch onderzoek van recente dieren. Maar zijn interesse in de evolutie van de mens bleef groeien. De ambitie om meer tijd en moeite te steken in de studie van de menselijke evolutie, werd uiteindelijk een obsessie. Hij moest en zou de missing link vinden.

Naar...?

In 1885 kreeg Dubois het aanbod om lector Anatomie te worden in Utrecht. Op aanraden van zijn leermeester Professor Max Fürbringer voerde Dubois een baanbrekend onderzoek uit naar de anatomie van het strottenhoofd bij gewervelde dieren. Hij vergeleek de bouw en werking van het strottenhoofd bij een groot aantal dieren om zo de evolutionaire ontwikkeling van dit orgaan in beeld te krijgen. Hoewel hij deze studie goed afrondde, bleef hij meer belangstelling houden voor het bestuderen van de ontwikkeling van diersoorten vanuit een paleontologisch perspectief - dus aan de hand van fossielen. Het afleiden van evolutie door nog levende dieren anatomisch en fysiologisch met elkaar te vergelijken bood volgens hem te beperkte mogelijkheden.

In 1886 kwam het keerpunt in het leven van Eugène Dubois. Ook al kreeg hij van verschillende universiteiten aanbiedingen voor een baan en lag er zelfs een hoogleraarschap voor hem in het verschiet, Dubois wilde iets anders. Hij gaf zijn carrière op om te gaan zoeken naar de ontbrekende schakel tussen de mensapen en de mens. Zijn vrienden en collega's verklaarden hem voor gek, maar hij was vastbesloten. Nog nooit had iemand zon zoektocht ondernomen. Waar moest hij beginnen? En waar moet hij naartoe om te zoeken?