Home

Dubois' jeugd

Op 28 januari 1858 kwam Eugène Dubois ter wereld in een katholiek gezin, als oudste zoon van een apotheker. Hij groeide op in het mooie Limburgse dorpje Eijsden, midden in het natuurrijke Zuid-Limburgse landschap. Aangemoedigd door zijn vader bracht deze omgeving de natuuronderzoeker in Dubois naar boven. Al op jonge leeftijd had hij een open oog voor alles wat er in het landschap te zien en te vinden was.

Het geboortehuis van Eugène Dubois in Eijsden.

 

Al jong interesse voor de natuur

Dubois was al op jonge leeftijd geïnteresseerd in de evolutie en las alles wat hij erover te pakken kon krijgen. Zo maakte hij zich de heersende denkbeelden en wetenschappelijke controversen eigen en bezat hij al voor hij ging studeren een gedegen kennis van de evolutie van de mens. De wetenschappelijke belangstelling van de jonge Dubois werd aangewakkerd door zijn vader, die hem de Latijnse namen van planten, bomen en dieren leerde die in de omgeving van Eijsden te vinden waren. Dubois was ook al vroeg een gepassioneerd fossielenverzamelaar. In zijn vrije tijd struinde hij de Sint Pietersberg af, waar schelpen, ammonieten en andere versteende resten van dieren te vinden waren die 70 miljoen jaar geleden in de Krijtzee leefden. Ook lette Dubois altijd scherp op bewerkte vuurstenen die op akkers lagen. Dat zouden wel eens oude werktuigen van de mens kunnen zijn. Door het struinen in de natuur en het onderzoeken van aardlagen ontwikkelde Dubois een vorm van kennis die niet uit de boeken te halen is. Het is een vorm van 'lezen van het landschap' die hem in zijn latere tijd als professioneel paleontoloog goed van pas kwam. Door de ervaringen in zijn jeugd wist hij bijvoorbeeld precies waar je de meeste kans maakt om fossielen te vinden (die spoelen onder aan hellingen of in de bedding van beken samen).

Eugène Dubois als kleuter.

 

Slim

Dubois was gezegend met een goed stel hersens. Zonder grote problemen doorliep hij danook de H.B.S. (Hogere Burger School) in Roermond, waar hij het geluk had goede leraren te treffen die zijn interesse in de natuurlijke historie nog verder stimuleerden. In 1877 vertrok Dubois uit Limburg om aan de Universiteit van Amsterdam Medicijnen te gaan studeren.

Tijd mee

Dubois had de tijd mee. De evolutiegedachte was in opkomst en de eerste bewijzen dat ook de mens een evolutie heeft ondergaan werden gevonden. 

Een jaar na Dubois' geboorte publiceerde Darwin zijn beroemde boek On The Origin of Species, waarin hij betoogde dat dieren en planten geleidelijk zijn ontstaan en voortdurend aangepast raken aan veranderende omstandigheden.  Het was een voor de wetenschap roerige tijd. De gedachte dat God de mens geschapen had, werd door Darwin ter discussie gesteld. In zijn boek had Darwin bewezen dat soorten voortdurend veranderen, en op de laatste bladzijde had hij heel voorzichtig gesuggereerd dat voor de mens hetzelfde zou moeten gelden. Er zouden primitievere vormen van de menselijke soort te vinden moeten zijn. Dit idee veroorzaakte beroering onder zowel wetenschappers als gelovigen.

Twee jaar voor Dubois' geboorte waren in het Neanderthal in de buurt van Düsseldorf in Duitsland skeletresten gevonden die duidelijk fossiel waren. In een kleine grot werden sterk gemineraliseerde beenderen en een groot stuk van een menselijke schedel aangetroffen. De hoge graad van mineralisatie duidde op een hoge ouderdom. Bovendien vertoonde de schedel een mix van aapachtige en menselijke kenmerken. Men was ervan overtuigd een oermens gevonden te hebben. Het was de eerste keer dat een primitieve voorloper van de mens herkend werd. De vondst  toonde aan dat de mens een lange evolutie heeft ondergaan die zich tienduizenden jaren en mogelijk langer uitstrekt.

 

Het Zuid-Limburgse heuvellandschap waar Dubois veel rondstruinde.