Home

Zoeken

Zoek in 0 artikelen


    Modelorganismen door de jaren heen

    In de loop der eeuwen zijn talloze experimenten met modelorganismen gedaan. Dankzij die experimenten zijn we een heleboel te weten gekomen over de basisprincipes van het leven, hoe ons lichaam functioneert en hoe ziektes ontstaan. Al voor het begin van de jaartelling zijn dieren als voorbeeld gebruikt om meer te weten te komen over de anatomie en biologische processen. Deze tijdlijn geeft de belangrijkste gebeurtenissen weer die van grote invloed zijn geweest op de ontwikkeling van modelorganismen.


    4e eeuw voor Christus
    Het eerste medische standaardwerk, het Corpus Hippocraticum, is een bundeling van zo'n 70 geschriften over medische onderwerpen. Het boek is vernoemd naar de Griekse arts Hippokrates. Voor delen van de informatie in het boek worden dieren opengesneden. Wat wordt waargenomen wordt vervolgens beschreven. Rond deze tijd worden voor het eerst dieren gebruikt om meer te weten te komen over hoe het lichaam functioneert.

    Hippokrates (circa 460-370 v. Chr.)

    180
    De Grieks/Romeinse arts Claudius Galenus voert vele experimenten uit op onder andere varkens, apen en honden. Zijn werkwijze is vooral experimenteel: zo snijdt hij bijvoorbeeld zenuwen door bij de dieren en kijkt welke gevolgen dit heeft op het gedrag en functioneren van de dieren. De experimenten van Galenus zullen van grote invloed zijn op het medisch denken in de komende eeuwen.

    3e t/m 14e eeuw
    Gedurende vrijwel de gehele Middeleeuwen wordt geen noemenswaardig (bio)medisch onderzoek gedaan en hiermee ook geen onderzoek met dieren.

    15e eeuw
    Pas in de Renaissance begint men weer onderzoek te doen. Men raakt er langzamerhand van overtuigd dat hypotheses niet alleen volstaan met een filosofische onderbouwing. Er is ook behoefte aan experimenteel bewijs. Deze denkwijze zorgt er ook voor dat meer onderzoek gedaan wordt met dieren.

    1628
    William Harvey beschrijft de bloedsomloop. Zijn onderzoek werd gedaan in verschillende dieren.

    William Harvey (1578-1657)


    1733
    Stephen Hales meet als eerste de bloeddruk bij paarden.

    1765
    Antoine Lavoisier toont aan dat ademhaling een verbrandingsproces is. Zijn experimenten deed hij met cavia's.

    Verder lezen
    Leven is chemie

    1800
    Humphrey Davy ontdekt dat dieren tijdelijk bewusteloos raken als ze lachgas inademen. Dit is het begin van de anesthesie: het gebruik van verdovingen en slaapmiddelen om operaties uit te kunnen voeren.

    1850
    Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw worden verschillende narcosemiddelen ontdekt waarmee dieren verdoofd kunnen worden. Hierdoor wordt het ethisch meer aanvaardbaar om experimenten uit te voeren op dieren en het aantal dierproeven zal vanaf dit moment stijgen.

    1859
    Charles Darwin publiceert On the origin of species waarin hij beweert dat soorten van een gemeenschappelijke voorouder afstammen. Hiermee wordt het logisch om andere organismen dan de mens als model voor die mens te gebruiken. Want als andere organismen niet verwant aan de mens waren geweest, wat heeft het dan voor zin om ze te gebruiken om meer over onszelf te weten te komen?

    Charles Darwin†(1809 -1882)

    Verder lezen
    Charles Darwin: leven en werk

    1866
    Gregor Mendel publiceert een artikel waarin hij de resultaten van zijn experimenten met erwten (Pisum sativum) beschrijft. Mendel ontdekt dat wanneer hij gele erwten met groene kruist, de nakomelingen vooral uit gele erwten bestaan, en veel minder uit groene. Na te experimenteren met bijna 30.000 erwtplanten komt Mendel tot de conclusie dat de hoeveelheid gele en groene nakomelingen zich altijd verhouden tot de ratio 3:1. Zijn hypothese is dat er sprake is van een dominant en een recessief 'iets'. Het begrip van de erfelijkheid is echter nog lang niet volledig. Mendels belangrijke werk blijft vrijwel onopgemerkt tot het begin van de 20e eeuw. Pas dan zal blijken dat Mendel met zijn experimenten met erwten de basis van de genetica heeft gelegd.

    Gregor Mendel (18822-1884)

    Verder lezen
    Mendel: pionier van de genetica
    Genetics and Genomics Timeline: Mendel

    1879
    Walter Flemming ziet in salamanderembryo's hoe chromosomen zich gedragen tijdens celdeling en noemt het proces 'mitose'. Flemming ontwikkelt een manier om de chromosomen te kleuren zodat ze duidelijk te zien zijn onder de microscoop. Termen als profase, metafase en anafase (opeenvolgende fasen van de celdeling) zijn van hem afkomstig en worden nog steeds gebruikt.

    1881
    Voor het eerst wordt in Nederland in het parlement gepleit voor het strafbaar stellen van dierenmishandeling. Er is sprake van dierenmishandeling als het gaat om opzet tot wreedheid. Het parlement realiseert zich dat dierproeven hier uiteraard niet onder vallen. Voorlopig is er geen duidelijke wetgeving over het gebruik van proefdieren.

    1888
    Dankzij experimenten met honden, varkens en cavia's ontdekken Pierre Roux en Alexandre Yersin dat mensen difterie kunnen krijgen door bepaalde gifstoffen die de difteriebacterie afscheidt. Difterie is een gevaarlijke ziekte die vroeger voor veel doden zorgde. De gifstoffen tasten de hartspier en het zenuwstelsel aan.

    Theodor Boveri toont in eieren van een worm (Ascaris megalocephala) aan dat chromosomen georganiseerde en individuele structuren zijn en dat ook blijven gedurende celdeling. Hij oppert het idee dat chromosomen betrokken zijn bij erfelijkheid.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: Boveri

    1889
    Joseph von Mering en Oskar Minkowski tonen bij honden aan dat ze diabetes krijgen als de alvleesklier wordt verwijderd. Hiermee is bewezen dat de alvleesklier bepaalde stoffen maakt die de bloedsuikerspiegel laten dalen.

    1900
    De resultaten van Mendels experimenten met erwten worden herontdekt door Hugo de Vries, Erich von Tschermak en Carl Correns.

    1902
    Theodor Boveri ontdekt dat zee-egels zich alleen normaal ontwikkelen als ze een vast aantal chromosomen hebben na bevruchting. Zijn conclusie is dat elk chromosoom 'specifieke kwaliteiten' bezit. Onafhankelijk van Boveri komt Walter Sutton rond dezelfde tijd tot dezelfde conclusie.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: Boveri & Sutton

    1907
    In Nederland wordt een speciale Staatscommissie in het leven geroepen die moet bekijken of de wet niet aangepast moet worden voor dierproeven. De commissie stelt een vergunningenstelsel voor, maar een dergelijk stelsel komt (nog) niet van de grond.

    De fruitvlieg (Drosophila melanogaster) wordt door Thomas Hunt Morgan als een van de eersten op grote schaal gebruikt in het laboratorium voor onderzoek naar erfelijkheid.

    Fruitvlieg

    Verder lezen
    Erfelijkheid en fruitvliegen
    De fruitvlieg en het geheim van ons bouwplan

    1911
    Clarence Cook Little fokt de eerste genetisch zuivere muizenstam. Stammen zijn voor het onderzoek met modelorganismen heel belangrijk. Wanneer organismen in een experiment allemaal een andere genetische achtergrond hebben zijn de resultaten onderling niet of nauwelijks te vergelijken.

    Thomas Hunt Morgan doet vele experimenten met fruitvliegen (Drosophila melanogaster). Morgan ontdekt dat er bepaalde factoren in chromosomen zitten die erfelijke informatie bevatten. Deze factoren worden later 'genen' genoemd. Ook blijkt uit de experimenten dat sommige erfelijke eigenschappen van het geslacht afhankelijk zijn. Verder wordt ontdekt dat sommige eigenschappen vaak gekoppeld aan elkaar in de volgende generatie terecht komen. Dit zal later 'linkage' genoemd worden.

    Verder lezen
    De muis: proefdier bij uitstek
    Erfelijkheid en fruitvliegen
    Genetics and Genomics Timeline: Morgan
    De fruitvlieg en het geheim van ons bouwplan

    1913
    Emil von Behring injecteert cavia's en apen met een mengsel van gif en tegengif van de difterie-bacterie. De dieren blijken langdurig beschermd te zijn tegen de dodelijke ziekte.

    1914
    Albert Hustin toont bij honden aan dat toevoeging van citroenzuur kan voorkomen dat het bloed stolt. Dit is een belangrijke†stap voorwaarts voor bloedtransfusies. Later verfijnt Hustin zijn techniek en doet bloedtransfusies bij konijnen en cavia's.

    John Abel toont bij onder narcose gebrachte honden en konijnen aan dat bloed buiten het lichaam gezuiverd kan worden. Het bloed wordt gezuiverd door bewerkt perkament dat als een membraan werkt. De afvalstoffen uit het bloed blijven achter op het membraan en het schone bloed gaat weer terug het lichaam in.

    1921
    Otto Loewi toont aan dat de signalering in synapsen tussen zenuwcellen via een chemisch signaal gaat. Hij deed dat met kikkerharten.

    Een team van onderzoekers weet bepaalde stoffen uit de alvleesklier te zuiveren. Met die stoffen kunnen ze de bloedsuikerspiegel bij konijnen en honden laten dalen zonder dat ze last krijgen van zware bijwerkingen.

    1922
    Voor het eerst wordt insuline geÔsoleerd uit runderen en varkens. De verkregen insuline kan gebruikt worden om mensen met diabetes te behandelen.

    1927
    Hermann J. Muller brengt met rŲntgenstraling mutaties aan in fruitvliegen (Drosophila melanogaster). De genetische manipulatie is geboren. Muller beseft dat straling gevaarlijk kan zijn voor het erfelijk materiaal, maar ziet ook in dat er ongekende mogelijkheden zullen zijn op het gebied van de genetica. Tevens is zijn ontdekking een enorme steun voor de theorie van natuurlijke selectie.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: Muller
    De fruitvlieg en het geheim van ons bouwplan

    1929
    Alexander Flemming ontdekt in zijn laboratorium dat een bepaalde schimmel (Penicillium) bacteriŽn kan doden. De schimmel scheidt de stof penicilline af. Flemming test de stof bij muizen en konijnen maar merkt dat het snel uit hun bloed verdwijnt. Flemming verliest hierdoor zijn interesse in penicilline.

    1933
    Voor de tweede keer wordt in Nederland een Staatscommissie ingesteld om te onderzoeken hoe dierproeven in de wet ingepast zouden kunnen worden. De conclusie van deze commissie is hetzelfde als eerder in 1907: onderzoekers die dierproeven willen doen moeten daar een vergunning voor aanvragen. Tevens blijkt dat zo'n systeem niet in de huidige wet past. Er wordt besloten om te bekijken of het nodig is een aparte wet te maken. Door de Tweede Wereldoorlog duurt het nog vele jaren voordat zo'n wet er komt.

    1937
    John Gibbon doet een experiment waarbij hij de bloedcirculatie tussen hart en longen van een kat overneemt met een hart-longmachine.

    1939
    John Gibbon gebruikt opnieuw een hart-longmachine om de bloedcirculatie tussen hart en longen van katten over te nemen. Deze keer doet hij het bij drie katten en onder steriele omstandigheden. De katten blijven na de operatie meer dan 250 dagen leven.

    1940
    Howard Florey en Ernst Chain ontdekken dat penicilline muizen kan genezen van bacteriŽle infecties. Ze infecteren acht muizen met een gevaarlijke bacterie en geven vervolgens vier van de muizen penicilline. De muizen die geen penicilline krijgen gaan dood en de andere vier muizen blijven leven. Het bewijs is geleverd dat penicilline als effectieve antibiotica gebruikt kan worden.

    1941
    George W. Beadle en Edward L. Tatum tonen aan dat genen verantwoordelijk zijn voor het aanwezig zijn van enzymen. Ze brengen met straling mutaties aan in een schimmel (Neurospora crassa) die voorkomt op oud brood. Het blijkt dat schimmels zonder mutaties zich normaal kunnen vermenigvuldigen, maar de schimmels met mutaties kunnen dat alleen als het aminozuur arginine wordt toegevoegd. Tegenwoordig weten we dat genen niet per se alleen enzymen maken, maar ook andere eiwitten.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: Beadle & Tatum

    1944
    Oswald T. Avery, MacLyn McCarty en Colin McLeod ontdekken in bacteriŽn een stof genaamd deoxyribonucleÔnezuur (DNA) die betrokken is bij het overbrengen van erfelijke eigenschappen bij vermenigvuldiging van de bacteriŽn.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: Avery, McCarty & McLeod

    1955
    Dennis Melrose en David Hearse bedenken een techniek om de harten van ratten en konijnen met chemische middelen tijdelijk stil te zetten. Tijdens de operatie koelen ze het hart af naar 28 graden Celsius en houden het in een speciale zoutoplossing. Na de operatie zorgen ze ervoor dat de harten weer gaan kloppen.

    Het eerste vaccin tegen polio komt op de markt. Polio is een ziekte die verlamming veroorzaakt. Het vaccin is ontwikkeld door Jonas Salk.

    1956
    Het chemische middel halothaan wordt ontwikkeld. Halothaan is het eerste narcosegas dat niet vanzelf vervliegt. Deze ontdekking is het begin van de ontwikkeling van een heel scala aan nieuwe narcosemiddelen. Voor de ontwikkeling van het middel werd onderzoek gedaan bij knaagdieren, konijnen, honden, katten en apen.

    1960
    Albert Starr en Lowell Edwards maken kunsthartkleppen, proberen ze uit in honden en gebruiken ze vervolgens succesvol in mensen.

    Sydney Brenner, Francis Crick, Francois Jacob en Jacques Monod ontdekken het messenger RNA in bacteriŽn (Escherichia coli).

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: mRNA

    1970
    Hamilton O. Smith ontdekt in bacteriofagen (virussen die bacteriŽn kunnen besmetten) de zogenaamde restrictie-enzymen. Dat zijn enzymen die DNA op specifieke plaatsen kunnen knippen. Deze ontdekking is van grote invloed op het onderzoek in de genetica.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: Smith

    1972
    Paul Berg knipt met restrictie-enzymen het genoom van het SV40 virus open en stopt er genen van de bacteriofaag (een virus dat bacteriŽn kan besmetten) in. Het geheel wordt aan elkaar gelijmd met het enzym DNA ligase. Als het nieuwe, recombinant virus in cellen wordt gestopt, wordt zowel het DNA van het SV40 virus als de genen van de bacteriofaag afgelezen, wat uiteindelijk resulteert in de productie van eiwitten van beide virussen.

    Verder lezen
    Genetics and Genomcs Timeline: Berg

    1973
    Herbert Boyer en Stanley N. Cohen stoppen met behulp van restrictie-enzymen en DNA ligase genen van de klauwpad (Xenopus laevis) in bacteriŽn (Escherichia coli). Hiermee is het eerste genetisch gemodificeerde organisme gemaakt. De bacteriŽn blijken generatie op generatie de genen van de klauwpad tot expressie te brengen. Op deze manier kan snel een grote hoeveelheid genen en genproducten (mRNA en eiwitten) van een ander organisme geproduceerd worden door de bacteriŽn, terwijl dat normaal veel langzamer gaat.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: Boyer & Cohen

    1977
    Phi X 174 (een virus) is het eerste organisme waarvan het genoom volledig in kaart gebracht is.

    In Nederland wordt de Wet op de Dierproeven door het parlement aangenomen. Deze wet houdt in dat iedereen die een experiment wil doen met een gewerveld dier een vergunning moet hebben. Voorwaarde is wel dat door het experiment de mogelijkheid bestaat dat het dier ongerief ervaart. Vergunningen kunnen alleen verstrekt worden als het experiment gericht is op een van de volgende vijf doelen: productie en controle van vaccins, onderzoek naar geneesmiddelen, diagnostiek van ziektes, onderwijs en de beantwoording van wetenschappelijke vragen. Elke vergunningaanvraag wordt beoordeeld door een ingestelde Dierenexperimentencommissie.

    1978
    Herbert Boyer en zijn bedrijf GenenTech maken een bacterie (Escherichia coli) met in het genoom een gen voor menselijk insuline. Het gen voor insuline is uit een menselijke cel geknipt en vervolgens in het genoom van de bacterie geplakt. Voor het eerst kan in het laboratorium door bacteriŽn grote hoeveelheden menselijk insuline gemaakt worden. De verkregen insuline kan gebruikt worden als behandeling voor mensen met diabetes. Tot nu toe konden patiŽnten alleen insuline van varkens gebruiken. Varkensinsuline werkt minder goed bij mensen dan menselijk insuline.

    Verder lezen
    Insuline kweken: technieken

    1981
    De Nederlandse regering besluit dat elk dier een zogenoemde 'intrinsieke waarde' heeft. Dit houdt in dat dieren een eigen waarde hebben, losgezien van het menselijk belang.

    Verschillende groepen wetenschappers maken genetisch gemodificeerde muizen. Deze muizen dragen genen van andere organismen in hun genoom.

    George Streisinger kloont zebravissen. Het is voor het eerst dat gewervelde dieren worden gekloond. Vanaf dit moment zal de zebravis steeds meer als modelorganisme gebruikt worden.

    Verder lezen
    De muis: proefdier bij uitstek
    De zebravis als model voor ziektes

    1982
    Gerald Rubin en Allan Spradling maken genetisch gemodificeerde fruitvliegen (Drosophila melanogaster). Deze fruitvliegen dragen genen van andere organismen in hun genoom.

    Verder lezen
    De fruitvlieg en het geheim van ons bouwplan

    1983
    De tabaksplant (Nicotiana tabacum) is de eerste plant die genetisch gemodificeerd is.

    1985
    Voor het eerst wordt een genetisch gemodificeerde muis ontwikkeld met een menselijk gen in zijn genoom. Het ingebrachte gen kan borstkanker veroorzaken. De muis wordt OncoMouseģ genoemd. Drie jaar later wordt OncoMouseģ officieel gepatenteerd. Het is het eerste gepatenteerde genetisch gemodificeerde dier.

    Ook wordt voor maÔs gemaakt die bestand is tegen insectenvraat. In het genoom van de maÔs is een gen afkomstig van een bodembacterie gestopt. Dat gen is dodelijk voor bepaalde insecten, maar onschadelijk voor de mens.

    Verder lezen
    Gewapende maÔs: technieken

    1990
    In Nederland wordt de stier Herman geboren. Hij is de eerste transgene stier met een menselijk gen voor lactoferrine. Zijn dochters hebben lactoferrine in hun melk en dat kan gebruikt worden als medicijn bij de mens.

    Verder lezen
    Stier met een menselijk gen: technieken

    1992
    Voor het eerst wordt een varkenshart naar een mens getransplanteerd. Deze techniek heet 'xenotransplantatie'.

    Verder lezen
    Organen op bestelling: technieken

    1995
    De bacterie Haemophilus influenzae Rd is het eerste vrij-levende organisme dat zichzelf kan vermenigvuldigen waarvan het complete genoom in kaart is gebracht. Tot nu toe waren alleen de complete genomen van virussen in kaart gebracht. Binnen enkele maanden zullen ook de complete genomen van andere bacteriŽn in kaart gebracht worden.

    Voor het eerst wordt genetisch gemodificeerde soja verkocht. In het genoom van de soja is een gen afkomstig van een bacterie gestopt dat ervoor zorgt dat de soja tegen bepaalde bestrijdingsmiddelen kan. Op deze manier kunnen boeren bestrijdingsmiddelen tegen onkruid gebruiken zonder dat hun soja dood gaat.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: Haemophilus influenzae Rd
    Gepantserde soja: technieken

    1996
    Het schaap Dolly wordt geboren. Zij is het eerste gekloonde dier ooit.

    Gist (Saccharomyces cerevisiae) is de eerste eencellige waarvan het complete genoom in kaart is gebracht. Op dit moment wordt gist al vele decennia gebruikt voor onderzoek.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: yeast
    Het ontstaan van kanker begrijpen met gist

    1997
    Het complete genoom van de bacterie Escherichia coli †is in kaart gebracht.

    1998
    Een soort rondworm (Caenorhabditis elegans) is het eerste organisme dat uit meerdere cellen bestaat waarvan het complete genoom in kaart is gebracht.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: C. elegans
    Geprogrammeerde zelfmoord in een wormpje

    2000
    De resusaap Tetra is de eerste gekloonde primaat ooit.

    De zandraket (Arabidopsis thaliana) is de eerste plant waarvan het complete genoom in kaart is gebracht.

    Ook het complete genoom van de fruitvlieg (Drosophila melanogaster) is in kaart gebracht. Het blijkt dat veel genen van de fruitvlieg sterk overeenkomen met die van de mens.

    In de Verenigde Staten worden fruitvliegen (Drosophila melanogaster) gemaakt met in hun genoom een gemuteerd gen dat betrokken is bij de ziekte van Parkinson. De fruitvliegen blijken zogenaamde Lewy bodies in hun zenuwcellen te hebben, iets dat bij mensen die aan de ziekte van Parkinson lijden ook het geval is. Behalve dit belangrijke kenmerk voor de ziekte van Parkinson hebben de fruitvliegen ook moeite met bewegen.

    De resusaap ANDi is de eerste genetisch gemodificeerde primaat. ANDi heeft genen van een kwal in zijn genoom.

    Zogenoemde 'gouden rijst' wordt ontwikkeld. Deze rijst bevat veel meer vitamine A (in de vorm van bŤta-caroteen) dan normale rijst. In het genoom van de gouden rijst is een gen van de narcis geplakt dat zorgt voor productie van vitamine A.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: Drosophila
    De fruitvlieg en het geheim van ons bouwplan
    Rijst als medicijn: technieken

    2002
    Het complete genoom van de muis (Mus musculus) is in kaart gebracht. Het blijkt dat meer dan 700 genen in de muis sterk overeenkomen met die van de mens. In slechts 14 gevallen komen de genen van de muis niet overeen met die van de mens. Ook blijkt dat de genen van de muis grotendeels op dezelfde manier verspreid liggen op het genoom als bij het menselijk genoom.

    Ook het complete genoom van rijst is in kaart gebracht. Rijst wordt verspreid over de wereld door drie miljard mensen gegeten. Met het ophelderen van het genoom van rijst kan bijvoorbeeld de voedingswaarde van rijst verbeterd worden (zie gouden rijst in 2000). Ook is het wellicht in de toekomst mogelijk om rijst zo te veranderen dat het de eter beschermt tegen bepaalde ziektes.

    Verder lezen
    Genetics and Genomics Timeline: mouse
    De muis: proefdier bij uitstek

    2003
    Het complete genoom van een soort schimmel (Neurospora crassa) is in kaart gebracht.

    2004
    Het complete genoom van de rat (Rattus norvegicus) is in kaart gebracht.

    De kip (Gallus gallus) is de eerste vogel waarvan het complete genoom in kaart is gebracht.

    Verder lezen
    Ratten aan de drugs

    2005
    Het complete genoom van de chimpansee (Pan troglodytes) is in kaart gebracht. Het blijkt dat het genoom van de chimpansee voor 97.3% overeenkomt met dat van de mens. Het verschil van 2.7% zou kunnen verklaren waarom mensen kunnen praten en waarom chimpansees geen AIDS of de ziekte van Alzheimer kunnen krijgen.

    Ook het complete genoom van de hond (Canis familiaris) is in kaart gebracht.

    Verder lezen
    Apengenomics

    2006
    Het complete genoom van de resusaap (Macaca mulatta) is in kaart gebracht. Het blijkt dat rond de 93% van het genoom van de resusaap overeenkomt met dat van de mens. Meer dan 98% komt overeen met het genoom van de chimpansee (Pan troglodytes). Resusapen worden veel gebruikt voor onderzoek naar HIV en AIDS.

    Verder lezen
    Apengenomics

    2007
    De complete genomen van 12 soorten fruitvliegen zijn in kaart gebracht en met elkaar vergeleken. De verschillende soorten blijken veel overeenkomsten met elkaar te hebben, maar verschillen ook op essentiŽle punten. De vergelijking van de genomen van de fruitvliegen kan een idee geven over op welke manier soorten zijn geŽvolueerd. Maar zoals de onderzoekers het zelf zeggen roept het onderzoek meer vragen op dan er beantwoord zijn.

    Wetenschappers uit de Verenigde Staten klonen voor het eerst embryonale stamcellen van resusapen (Macaca mulatta). Deze gekloonde stamcellen kunnen mogelijk gebruikt worden als behandeling tegen bepaalde ziektes. Ze hebben namelijk een groot voordeel: ze zijn genetisch identiek aan degene van wie het genoom afkomstig is. Hierdoor worden de cellen niet afgestoten door het lichaam.

    Verder lezen
    De fruitvlieg en het geheim van ons bouwplan
    Apengenomics

    2008
    Het Sanger Institute verwacht eind 2008 het volledige genoom van de zebravis (Danio rerio) in kaart te hebben gebracht.

    Verder lezen
    De zebravis als model voor ziektes

    Tom Arends
    Masterstudent Biomedical Sciences
    Universiteit Leiden