Home

Apen als proefdier: alleen als er geen enkel alternatief voor handen is

In het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk worden apen gebruikt voor onderzoek naar levensbedreigende ziektes zoals AIDS, malaria en tuberculose. Dr. Ronald Bontrop is sinds 1998 directeur van het BPRC. Hij vertelt over apenonderzoek, de overeenkomsten en verschillen tussen mensen en apen, en alternatieven voor apenproeven.


Wat voor onderzoek wordt er met apen gedaan?
We gebruiken apen om inzicht te krijgen in ziektes die een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Ook wordt fundamenteel onderzoek gedaan dat niet met andere diersoorten uitgevoerd kan worden, omdat bepaald onderzoek niet met andere diermodellen gedaan kan worden, bijvoorbeeld vanwege biologische eigenschappen die alleen apen en mensen hebben.

Wat voor onderzoek doet het BPRC?
We doen onder andere onderzoek naar AIDS, malaria en tuberculose. Dat zijn de grote killers waar elke seconde mensen in de wereld aan overlijden. Daar moeten dus vaccins voor komen. Ook doen we onderzoek naar technieken voor orgaantransplantaties, maar ook naar ziektes waar mensen ernstig invalide van worden, zoals multiple sclerose (MS) [een verlammingsziekte] en reumatoļde artritis [ontstekingen in de gewrichten]. Er loopt een rode lijn door het onderzoek: de immunologie [de werking van het afweersysteem]. Op de afdeling Vergelijkende Genetica, die ik zelf leid, vergelijken we de genomen van apen en mensen. We kijken dan naar de overeenkomsten en verschillen. Ook werken we aan alternatieven voor dierproeven, en dan met name voor proeven met apen. Dat laatste klinkt misschien raar, want in feite werken we aan de opheffing van ons eigen instituut, maar ook wij vinden het niet leuk dat we met proefdieren werken. Dus zodra we ze kunnen vervangen, willen we ze ook vervangen. In Nederland worden per jaar zo'n 600.000 dierproeven gedaan, waarvan 250 bij het BPRC. Dat is dus een heel klein deel. Wij doen alleen hoogwaardig onderzoek en de proeven worden zorgvuldig voorbereid. We willen zo min mogelijk apen gebruiken en daar maximale informatie uit halen. Er is ook een begrijpelijke maatschappelijke weerstand tegen proeven met apen. Bovendien zijn de proeven extreem duur.

Waarom is onderzoek met apen noodzakelijk om bepaalde onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden?
Mensen en apen lijken heel erg op elkaar. Er bestaan virussen die alleen mensen en apen kunnen infecteren. Aan zo'n virus kun je geen onderzoek doen met behulp van muizen, konijnen of katten. Een aap is dan het enige gerechtvaardigde model om onderzoek mee te doen. HIV [het virus dat AIDS kan veroorzaken] infecteert bijvoorbeeld naast mensen alleen chimpansees. We weten nu dat HIV niks anders is dan een chimpanseevirus dat is overgeslagen naar de mens. Je kunt resusapen besmetten met een virus dat op HIV lijkt en na besmetting worden ze ziek. Die resusapen kun je gebruiken als model om een vaccin te testen. Dat soort onderzoek kan nooit met mensen worden gedaan, want geen enkele medisch-ethische commissie zal dat ooit goedkeuren. Een ander voorbeeld is tuberculose. De huidige antibiotica werken, maar worden vaak misbruikt door mensen. Mensen nemen ze te snel in, op het verkeerde moment of ze maken de kuur niet af. Daardoor ontstaan resistente bacteriėn die niet meer reageren op de bestaande antibiotica. Wij werken aan de ontwikkeling van een nieuwe generatie vaccins die mensen wel kunnen beschermen tegen tuberculose. Mensen als Bill Gates [de baas van Microsoft] stoppen daar sloten geld in, omdat ze doorhebben dat dit soort levensgevaarlijke ziektes de problemen van de toekomst aan het worden zijn.

Wat hadden we niet gehad of geweten als we apen niet als proefdieren hadden gebruikt?
Daar kan ik veel voorbeelden van geven. Polio is uitgebannen dankzij vaccins die ontwikkeld waren met apen. Alle vaccins tegen hepatitis en de gele koorts hebben we te danken aan apenonderzoek. Er bestaan heel veel vaccins die mede dankzij apenonderzoek ontwikkeld zijn. De manier waarop beenmerg- en niertransplantaties in de kliniek plaatsvinden is ontwikkeld dankzij proeven met apen. De ontdekking dat prionen [eiwitten die ziektes zoals de gekkekoeienziekte kunnen veroorzaken] levensgevaarlijk zijn is gedaan dankzij proeven met apen. Er is nog steeds geen vaccin tegen AIDS, maar dankzij apen is veel fundamentele kennis verworven over hoe het virus ontsnapt aan de afweer van zijn gastheer, de mens dus. Dat soort dingen worden vaak eerst ontdekt bij apen en daarna bevestigd in de mens. Bij apen kan je van begin tot eind volgen wat de aap met het virus doet en wat het virus met de aap doet. Zo heeft men heel lang gedacht dat na een HIV-besmetting het virus lange tijd niets doet. Fout. Nu weten we dat het virus binnen een paar weken tijd het hele immuunsysteem op zijn kop zet. Dat soort processen moet je goed begrijpen als je een vaccin wilt ontwikkelen.

Op welke manier kan het vergelijken van de genomen van verschillende apensoorten het onderzoek vooruit helpen?
Dit is een hele belangrijke vraag die de kern van de zaak aangeeft. Uit genoomonderzoek blijkt dat apen extreem veel op ons lijken. Als je naar de nucleotides [A, C, G en T] in het DNA van chimpansees kijkt kom je op een overeenkomst van 98,6 procent met de mens. Van elke 1.000 letters zijn er dus maar 14 anders. Het genoom van de resusaap is voor 90 procent gelijk met de mens, maar als je kijkt naar de genen die belangrijk zijn voor het afweersysteem kom je soms op 97 procent gelijkenis. Dat is een extreem hoog percentage. Dat laat zien dat door de evolutie heen bepaalde immunologische genen vrijwel niet zijn veranderd, omdat hun functie zo belangrijk is geweest en nog steeds is. Omdat wij gemeenschappelijke voorouders delen met apen zijn deze genen dus bij mensen en apen praktisch hetzelfde. Daar maken wij in ons onderzoek gebruik van. Je kunt goed inzicht krijgen in de werking van menselijke genen door te kijken hoe de corresponderende genen van apen zich gedragen.

Apen lijken genetisch dus sterk op de mens. Denkt u dat we ons beeld van de aap hierdoor moeten aanpassen?
Ik denk het niet. Ik heb in Leiden onderzoek gedaan naar genen die een rol spelen bij transplantaties. Ik kwam erachter dat er bepaalde vraagstukken zijn die je niet door onderzoek aan de mens kunt oplossen. Daarom ben ik hier gaan werken. Ik vind dat je niet zomaar experimenten met apen mag doen. Als het maar even kan gebruiken we een alternatief. Dat schrijft de wet ook voor. Als ik met celkweek of een computermodel een AIDS-vaccin zou kunnen maken zou ik het zo doen. Maar je moet bepaalde dingen echt op organismen testen om te kijken hoe ze werken. En pas dan kan je iets vervangen. Als er morgen een goed werkend AIDS-vaccin is ruim ik mijn apenmodel voor AIDS meteen op. Of een proef met dieren ethisch verantwoord is moet voor elk experiment bekeken worden. Je moet dus steeds de afweging maken of het belang van het onderzoek opweegt tegen de gevolgen voor de aap.

Op welke manier werkt het BPRC aan alternatieven?
Wij vinden alternatieven zo belangrijk dat we een aparte afdeling hebben die aan de ontwikkeling ervan werkt. We kijken bijvoorbeeld naar wat we kunnen doen om proeven waarbij apen veel pijn lijden te verfijnen, bijvoorbeeld door ze de juiste pijnstillers te geven. Ook schatten we van tevoren in welke apen uit de kolonie we voor een bepaalde proef kunnen gebruiken, zodat de kans het grootst is dat de resultaten bruikbaar zijn. Hierdoor gebruiken we zo weinig mogelijk apen voor een proef. Alle afdelingen werken met weefselkweek om te kijken of je van tevoren al dingen kunt voorspellen door onderzoek te doen in een schaaltje voordat apen gebruikt worden. Daar boeken we weldegelijk successen mee. Van alle apen hebben we cellijnen gemaakt, waardoor we geen bloed meer af hoeven te nemen voor een DNA-onderzoek, aangezien de cellijnen net als bepaalde bloedcellen DNA bevatten. Verder doen we veel gedragsonderzoek in samenwerking met de Universiteit Utrecht. We vinden het belangrijk dat de apen het goed naar de zin hebben. Alle apen zitten nu in groepjes, dus ze bevinden zich in een vertrouwde sociale omgeving, net als in het wild. We proberen dat tijdens de proeven zo veel mogelijk zo te houden. Wat dat betreft denk ik dat het BPRC voorop loopt in Europa. Dat is mogelijk geweest doordat de overheid heel veel geld heeft gestoken in de bouw van ruimere kooien. Daar ben ik erg blij mee.

Wat is er tegen het gebruik van apen voor onderzoek?
Ik vind die vraag een beetje algemeen gesteld om eerlijk te zijn. In eerste instantie ben ik bijvoorbeeld tegen het leger. Maar geen leger hebben kan ook vervelende consequenties hebben. Hetzelfde geldt voor dit soort onderzoek. Je gebruikt apen alleen als er geen enkel alternatief voor handen is. Dat schrijft de Wet op de Dierproeven ook voor. En zelfs dan moet je de afweging maken of het doel van de proef zich verhoudt tot het lijden van het dier tijdens de proef. Als wetenschapper zet je de plussen en minnen op een rijtje en zo maak je een afweging of de proef gedaan kan worden of niet. Ik ben principieel nergens tegen, maar ook nergens voor. Ik vind dat je met een muis net zo goed om moet gaan als met een aap. Ik zie daar het verschil niet tussen. Ik vind ook niet dat dieren onder de mens staan. We behoren allemaal tot het dierenrijk en daar moet je zorgvuldig mee omgaan.

Mensen en dieren zijn volgens u dus gelijk. Waarom gebruiken we dan toch proefdieren?
Dat is iets dat mensen zelf hebben bepaald. Mensen willen niet dat experimenten direct bij mensen worden gedaan. Het is echt banaal, maar als ik moet kiezen tussen een aap en een familielid is de keuze vrij makkelijk. Daar komt het eigenlijk een beetje op neer. Als ik vraag of je tegen dierproeven bent als je dan ook nog eens zegt dat de apen hard gillen van de pijn - de apen bij het BPRC gaan natuurlijk onder narcose; we doen heel veel aan pijnbestrijding - zegt ieder zinnig mens natuurlijk ja. Maar als je zegt dat binnen tien jaar een AIDS-vaccin alleen met apen ontwikkeld kan worden zal 70 tot 80 procent van de mensen voor proeven met apen zijn. Het hangt er vanaf hoe je de vraag stelt.

Sinds 2004 is in Nederland het gebruik van mensapen - zoals chimpansees - voor biomedisch onderzoek verboden. Welke gevolgen heeft dat verbod?
Nederland had als enige in Europa een kolonie mensapen voor niet-commercieel wetenschappelijk onderzoek. Door het verbod heeft dat onderzoek zich verplaatst naar Amerika, Japan en andere plekken waarvan ik het bestaan niet wil weten. Want het onderzoek gaat gewoon door. Het onderzoek naar hepatitis C kan alleen gedaan worden in chimpansees, omdat alleen zij en de mens besmet kunnen worden met het virus. We hebben hier in Nederland ons eigen straatje wel schoon geveegd. Maar ik wil er niet voor in staan wat er gebeurt op andere plekken. Want daar is de controle veel minder. En in Nederland is de controle erg goed. Met het gebruik van mensapen voor onderzoek moet je heel voorzichtig zijn. Voor 2004 deden we zo'n vijf of zes proeven met mensapen per jaar. En dan alleen als we van tevoren wisten dat de apen geen ernstige pijn zouden lijden of eraan dood konden gaan. De reden voor het verbod was dat Amerika goede mensapenkolonies had. Maar Amerika heeft ook een goed leger. Dat kunnen we ook gebruiken om onze troep op te ruimen. Voor zowel internationale conflicten als experimenten met mensapen kun je gebruik maken van Amerika. Het is zo hypocriet als ik weet niet wat. Ik weet 100 procent zeker dat wanneer elders met mensapen een vaccin tegen hepatitis C wordt ontwikkeld wij dat ook gaan gebruiken. We moeten ons goed realiseren dat we heel veel verbeteringen op het gebied van gezondheid en hygiėne te danken hebben aan dierproeven. Mensen willen ook nog wel eens vergeten dat veel dierproeven gedaan worden ten behoeve van de gezondheid van dieren. Vaccins waarmee koeien, katten of honden ingeėnt worden zijn ook allemaal op dieren getest.

 

Tom Arends
Masterstudent Biomedical Sciences
Universiteit Leiden