Home

Sporen van de dodo

De dodo leefde op Mauritius, een vulkanisch eiland in de Indische Oceaan. Op vulkanische eilanden zijn doorgaans weinig fossielen te vinden omdat er slechte bewaaromstandigheden heersen voor botmateriaal. Een dood dier verteert er binnen de kortste keren en er blijft niets van over. Mauritius vormt gelukkig een uitzondering. In het zuidwesten van het eiland bevindt zich een moeras waar enorm veel sporen uit het verleden bewaard zijn gebleven. In dit moeras zijn duizenden jaren oude resten van dieren te vinden. Niet alleen van de dodo, maar ook van uitgestorven schildpadden, vissen en vogels zoals de zogenaamde Hollandse duif die alleen op Mauritius voorkwam. Ook herbergt het moeras veel resten van het vroegere plantenleven.

De opgravers aan het werk op de vindplaats Mare aux Songes. Foto: Pieter Floore


Geweldige vondst

Tijdens een proefopgraving op 28 oktober 2005 ontdekte een Nederlands-Mauritiaans onderzoeksteam een extreem fossielrijke laag in het moeras. Het gevonden materiaal is waarschijnlijk 2000 tot 3000 jaar oud. Met deze nieuwe vondst kan voor het eerst wetenschappelijk onderzoek worden gedaan naar de wereld waarin de dodo leefde, voordat de westerse mens voet aan land zette op Mauritius en de dodo uitroeide.


Meer dodo-onderzoek

Na de bijzondere vondst in 2005 kwam er een vervolg op de dodo-expeditie. In juni 2006 vertrok een team voor een 32-daagse expeditie naar Mauritius. De expeditie moest meer licht werpen op de oorzaken van het verdwijnen van de dodo en zijn ecosysteem. Alle gevonden botten bevinden zich in één laag en doen daarom denken aan een massagraf.
Er zijn meerdere botten van dodo's ontdekt, waaronder een zeer zeldzaam deel van de snavel waarvan er maar enkele bekend zijn in de wereld. Behalve dodomateriaal zijn ook botten van uitgestorven vogelsoorten, inheemse reuzenschildpadsoorten en een baby reuzenschildpad aangetroffen. Daarnaast is een groot aantal zaden en houtresten gevonden van (deels) uitgestorven bomen en planten.


Tafel met opgegraven botten. De botten in het gele kader zijn van de dodo. Foto: Pieter Floore


Kwaliteit

Ook in 2007 werd er verder gewerkt. De opgraving in het moeras beperkte zich in dat jaar tot een oppervlak van slechts twee bij twee meter. Dat lijkt weinig, maar het ging deze keer niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit. Om te voorkomen dat grondwater in het gegraven gat stroomde, schermden technici het met damwanden af en maakten de put met behulp van pompen droog. Anders dan bij de vorige expeditie kon hierdoor een weliswaar klein maar toch representatief stukje moeras laagje voor laagje worden afgegraven. Zo kon de opbouw van de laag die zo rijk is aan botten nauwkeurig in kaart worden gebracht, wat een zo volledig mogelijk beeld geeft van de ontstaansgeschiedenis van de laag en de manier waarop de botten er in terecht zijn gekomen. De oriėntatie van de botten kan antwoord geven op de vraag hoe de dodo en alle andere dieren in het massagraf aan hun einde zijn gekomen. Door alle grond met fijne zeven uit te pluizen werd elk botsplintertje en elk zaadje veiliggesteld.

De ervaringen van het expeditieteam uit 2007 kun je hier lezen.


Mare aux Songes

In de Mare aux Songes zijn al in de negentiende eeuw dodo-botten gevonden, maar er is nooit systematisch wetenschappelijk onderzoek verricht naar de geologie en ecologie van de vindplaats. Dit soort onderzoek is noodzakelijk om het landschap, de fauna en de flora te reconstrueren en te achterhalen of de dieren ten gevolge van een natuurramp of door andere oorzaken aan hun einde zijn gekomen. Daarnaast kan nu worden onderzocht op welke manier een dergelijke massale opeenhoping botten, zaden en hout in het moeras terecht is gekomen en zo goed bewaard is gebleven. Julian Hume, paleontoloog en dodo-specialist, heeft het eerder gevonden materiaal uit de Mare aux Songes opnieuw onderzocht en herkende tussen de botten ook resten van dodo-kuikenmateriaal. Bij toekomstig onderzoek op deze vindplaats verwacht het onderzoeksteam meer resten van jonge dodos aan te treffen.


Ouderdomsbepaling van dodo-botten

Natuurlijk worden de botten die opgegraven zijn ook verder onderzocht, bijvoorbeeld om te kijken hoe oud ze zijn. De ouderdom van dodobotten wordt gemeten met de C14-methode. C14 is een radioactieve vorm van koolstof, die in alle levende wezens aanwezig is. Na het overlijden van een organisme neemt de C14-concentratie af door radioactief verval. Door van een opgegraven bot de resterende C14-hoeveelheid te meten, kan worden teruggerekend wanneer het dier is overleden.
Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het een lastig werkje. Er is bijvoorbeeld ingewikkelde en dure apparatuur nodig. Daarnaast is de methode destructief, dat wil zeggen dat er een stukje bot voor moet worden opgeofferd. Zonde, maar wel nodig. Gelukkig gaat het maar om vijftig milligram bot.


De deeltjesversneller voor C14-metingen van de Universiteit Groningen



Dit artikel is geschreven door Eline Levering, studente Kunstgeschiedenis en Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden.