Home

Zoeken

Zoek in 0 artikelen


    Uiterlijk van de dodo

    Tegenwoordig denkt men bij de dodo aan een dikke, slome vogel. Dit beeld komt voort uit bekende schilderijen waar het dier als een logge vetzak te zien is. Ook in het alom bekende verhaal van Alice in Wonderland komt de dikke dodo voor. Maar eigenlijk weet niemand hoe de dodo er precies uitzag. Want hoewel Nederlandse zeevaarders in de zeventiende eeuw het beest in levenden lijve gezien hebben, spreken hun waarnemingen elkaar tegen. Welk beeld is nu juist? Was de dodo dik en in elkaar gezakt of slank en hoog op zijn poten? Op grond van onderzoek aan het skelet denken veel wetenschappers tegenwoordig dat de dodo veel vlotter en slanker was dan lang is gedacht. Dit beeld wordt bevestigd door de oudste tekeningen die we van het dier hebben.


     
    Edwards dodo, Roelant Savery, 1626, The Natural History Museum Londen


    Dunne dodo

    Het idee van de slanke, sportieve dodo wordt ondersteund door de vroegste afbeeldingen die we van het dier hebben. Bijvoorbeeld de plaat uit Het Tweede Boeck en de tekeningen in het reisverslag van De Gelderland. Deze tekeningen zijn gemaakt door zeventiende-eeuwers die de dodo op Mauritius in levenden lijve hebben waargenomen. Ook sommige beschrijvingen in scheepsverslagen wijzen op een vlotte vogel. Zo ging de dodo volgens Reyer Cornelisz van het schip De Utrecht 'recht op haer voeten ofte het een man persoon was'. Ook opmerkingen over het harde lopen van de vogel passen in het beeld van de dunne dodo. Maar er zijn ook veel reisverslagen die praten over een dikke dodo. Uit de tekeningen en reisverslagen alleen is dus geen zekerheid te krijgen. Temeer omdat niet alle tekenaars ook echt goed konden tekenen. Zo is de vroegste afbeelding die we van de dodo hebben ook gelijk een onzorgvuldige. Er staan veel onjuistheden op de plaat, bijvoorbeeld een vleermuis die met zijn kop omhoog hangt in plaats van naar beneden, en de dieren zijn niet erg realistisch weergegeven.



    De vroeste tekening van een dodo, prent uit het Tweede Boeck, 1601


    Misverstand

    De Mauritiaan Albert Pitot was in 1905 de eerste die tekeningen uit het reisverslag van De Gelderland publiceerde, in zijn werk T Eylandt Mauritius. Hij tekende de dodo's na uit het reisverslag dat wordt bewaard in het Nationaal Archief in Den Haag. Maar erg nauwkeurig was hij hier niet in. Hij verbond de kop van de ene dodo met het lichaam van een andere dodo. Nog steeds maken auteurs de fout in hun boeken over de dodo slechts één pagina uit het reisverslag van De Gelderland weer te geven, terwijl het voor een juist beeld noodzakelijk is twee pagina's weer te geven. Alleen dan is goed te zien dat het gaat om twee tekeningen: één van een dodo op de rug gezien en één van de kop van het dier. 



    Dodo op de rug gezien en dodo kop, reisverslag De Gelderland, Nationaal Archief Den Haag


    Dikke dodo

    Maar als de dodo zo'n vlotte vogel was, waarom hebben veel zeventiende-eeuwse kunstenaars hem dan zo dik afgebeeld? Wetenschappers en auteurs hebben hier verschillende verklaringen voor. Zo zou het gewicht van de dodo variëren met de seizoenen. Of het komt door verschillen tussen het mannetje en het vrouwtje. Maar beide argumenten zijn niet erg waarschijnlijk omdat het verschil tussen de dikke en de dunne dodo veel te groot is. Een andere oorzaak die vaak wordt genoemd is dat de dodo na een lange reis aan boord met weinig bewegingsvrijheid en een dieet van scheepsbiscuits bij aankomst in Europa dik en traag was geworden. Dit zou verklaren waarom de dodo op Mauritius wél slank wordt afgebeeld en de dodo in Europa niet. De meningen verschillen echter of een dodo echt zo dik werd van een zeereis. Wilde dieren die worden opgesloten worden namelijk helemaal niet zo snel dik. Dit gebeurt volgens sommige auteurs pas na zeer lange opsluiting. De meest aannemelijke verklaring lijkt dat de schilders een slecht opgezette dodo als model gebruikten voor hun schilderijen. De kunstenaars hadden namelijk zelf nooit een dodo in het wild gezien. Zij keken naar dodo's in gevangenschap of naar opgezette exemplaren. In de zeventiende eeuw was er nog weinig kennis over het opzetten van dieren. Eigenlijk was het niet meer dan het volstoppen van huiden met een vulling van stro. Hoeveel stro er precies in moest wist niemand. Dit resulteerde in te dikke dodo's. Ook werden de vleugels waarschijnlijk niet altijd in de goede houding gezet.
    Verder was het in de zeventiende eeuw voor schrijvers en kunstenaars heel gewoon om delen van elkaars werk over te nemen. Daarom lijken de dodo's op de schilderijen zoveel op elkaar. Daarnaast moet je bij het kijken naar schilderijen natuurlijk in de gaten houden dat een kunstenaar er heel andere motieven op nahoudt dan een bioloog. Een schilder kan bijvoorbeeld uit esthetische overwegingen de kleur van de dodo aanpassen of een weelderige staart toevoegen. Een schildering van een dodo hoeft dus zeker geen natuurgetrouwe weergave te zijn van het dier. 


     
    Een van de dikste geschilderde dodo's, Hans Savery II, 1650, Oxford University Museum


    Dodos van Savery als voorbeeld

    Roelant Savery was een van de kunstenaars wiens dodo-tekeningen veel zijn nagevolgd. Hij werkte van circa 1604 tot uiterlijk 1616 in Praag onder andere voor keizer Rudolf II. Savery heeft tien schilderijen en een tekening gemaakt waarop de dodo te zien is. Opvallend is dat alle schilderijen in ongeveer drie jaar zijn ontstaan, tussen 1626 en 1628. Maar van de tekening is niet duidelijk wanneer hij vervaardigd is. Sommige boeken noemen het jaar 1626. Dit zou betekenen dat de tekening uit dezelfde periode is als de schilderijen. Experts denken echter dat de tekening van veel vroegere datum is en dateren het werk tussen 1604 en 1612, de Praagse periode dus. Wanneer dit klopt, is het opvallend dat tussen Saverys eerste uitbeelding van de dodo en zijn tien schilderijen met het dier zeker 15 jaar zit.
    De tekening waar het om gaat is gemaakt in zwart en rood krijt en bevindt zich nu in de Crocker Art Gallery in Sacramento (VS). Op de tekening zijn drie dodo's te zien, twee op de voorgrond en een in het midden op de achtergrond. De dodo links op de tekening wordt door Jan den Hengst, auteur van het boek Dodo portret van een pechvogel, een stapper genoemd. Het dier staat met zijn linkerpoot op de grond en met zijn rechterpoot doet hij een stap naar voren. De dodo rechts op de tekening wordt een pikker genoemd. Dit dier staat voorovergebogen, zijn snavel raakt bijna de grond. De derde dodo op de achtergrond is niet goed te zien. Opvallend is dat alle drie de dodo's hun bek een stukje open hebben. Veel andere kunstenaars lijken hun dodo's gebaseerd te hebben op deze drie dodos uit het schetsboek van Roelant Savery. Ook Savery zelf heeft de drie dodo's op de tekening terug laten komen in zijn andere werken. Kenmerkend voor de dodo's van Savery zijn korte poten, grote vetrollen en een weelderige staart. De drie dodo's op de tekening zijn de meest slanke dodo's uit het oeuvre van Savery. Later wordt het dier steeds dikker geschilderd. De navolgers van Savery hebben dit nog eens een keer verder doorgevoerd en zo ontstond de pafferige, logge vogel die we nu kennen als de dodo. 


    Klik op het plusje voor een grotere foto
     
    Drie dodo's, Roelant Savery, ca. 1604 1612, zwart en rood krijt, Crocker Art Gallery, Sacramento


    Levend of opgezet model?

    Het is niet duidelijk of Roelant Savery ooit een levende dodo heeft gezien. Het is heel aannemelijk dat hij voor de dodo's op zijn schilderijen gebruik heeft gemaakt van zijn vroegere schets. Als hij deze gemaakt heeft in zijn Praagse periode is het mogelijk dat hij aan het hof van Rudolf II een dodo heeft gezien. Het is niet duidelijk of de vorst ooit een levende dodo in zijn menagerie heeft gehad maar een opgezette dodo is er in ieder geval geweest. Die wordt namelijk in een inventaris van de collectie van Rudolf II genoemd.
    De vraag blijft natuurlijk waarom Roelant Savery vanaf 1626 de dodo opeens zo vaak schildert. De plotselinge interesse zou te maken kunnen hebben met de terugkeer in 1626 van twaalf VOC-schepen, waarvan drie dicht bij Mauritius verbleven. Mogelijk is met een van die schepen een levende dodo meegekomen naar Amsterdam. Een aanwijzing hiervoor vinden we boven een tekening van een dodo van Adriaen Pietersz van de Venne. Daar staat in het Latijn het volgende geschreven: 'Dit is een getrouwe weergave van een walgvogel (die vanwege zijn dikke achterste door zeelieden Dodaers wordt genoemd) die vanaf het eiland Mauritius levend naar Amsterdam is gebracht in het jaar 1626.' Of Van de Venne het dier werkelijk is gaan bekijken in Amsterdam valt te betwijfelen, want zijn tekening lijkt wel erg veel op de dodo's van Savery en Hondecoeter. Hij kan deze tekst er ook gewoon boven gezet hebben om zijn tekening meer gezag toe te kennen.



    Pentekening, Adriaen van de Venne, 1626 of later, opgenomen in exemplaar Exoticorum libri decem van Carolus Clusius, Bibliotheek Universiteit Utrecht


    Een dodo uit het oosten

    Een heel interessante en belangrijke uitbeelding van de dodo is de zogenaamde dodo van Surat. Het gaat om een miniatuur met vijf vogels die wordt toegeschreven aan Ustad Mansur, schilder in dienst van Groot-Mogul Jahangir. Deze vorst heerste over een groot deel van het Indiase subcontinent. Ustad Mansur staat buiten de Europese schildertraditie en de weergave van de dodo is dus niet gebaseerd op het werk van westerse schilders zoals Roelant Savery. Het is zelfs heel goed mogelijk dat er een levende dodo model heeft gestaan voor de miniatuur. De reiziger Peter Mundy maakt namelijk in 1634 melding van twee dodo's die hij in Surat heeft gezien. Daarnaast gingen miniatuurschilders altijd heel precies te werk en keken ze goed naar details van hun onderwerp. Misschien kan deze schildering ons dus wel heel veel vertellen over het uiterlijk van de dodo.
    De schildering is opvallend omdat de dodo weliswaar fors is, maar zeker niet zo dik als de dodo's die bij Savery te zien zijn. Verder staat het beest op de miniatuur ook redelijk rechtop. De kop van de dodo is donkerder dan de rest van het lichaam. Het dier heeft geen staart, hooguit een heel klein aanzetje daartoe. Verder valt het helderwitte oog met de zwarte pupil op. De weergave van de snavel komt sterk overeen met de beschrijving van Carolus Clusius. De snavel is aan de onderkant deels zwart met daarachter een blauwgrijze vlek.



    Miniatuur toegeschreven aan Ustad Mansur, ca. 1625, Instituut voor Oosterse studies, Sint Petersburg


    Welke dodo is het meest realistisch?

    Om te weten te komen of de houdingen van de geschilderde dodos wel realistisch zijn heeft de auteur Jan den Hengst over een tekening van alle skeletonderdelen van de dodo een aantal reproducties van zeventiende-eeuwse schilderijen geprojecteerd. Hij deed dit allereerst bij de bekende Edwards dodo van Savery, hét voorbeeld van de dikke dodo. Het skelet bleek helemaal niet goed te passen in het lichaam. Het borstbeen hoort normaal onder de huid te liggen maar komt hier ongeveer in het midden van het lichaam. Verder liggen de staartwervels veel te laag en ook de aanhechting van de vleugel klopt niet. Ook de kop, het achterlijf en de buik zijn te groot.
    Ook in de dodo van Praag werd een skeletmontage gezet. Deze vogel lijkt wat te dun en te lang. De kop, hals en romp passen goed. Ook de aanhechting van de vleugel en het oog zitten op de goede plek.
    Hoewel de dodo's in het reisverslag van De Gelderland nogal onbeholpen zijn getekend lijkt het skelet toch redelijk goed in de tekening te passen. De vleugels en de korte staart staan op de juiste plaats. Wel zijn de poten en de voeten te groot. Ook de snavel is wat uit proportie.
    En dan ten slotte de dodo van Surat, toegeschreven aan Ustad Mansur. Het skelet past hierin het best. Vooral de schedel past heel goed in de geschilderde kop. De hals is precies lang genoeg en ook de vleugel klopt. Zou dit dan de meest betrouwbare afbeelding van de dodo zijn?



    Skeletmontage binnen de Edwards dodo van Savery, uit: dodo portret van een pechvogel, Jan den Hengst



    Skeletmontage binnen de dodo van Praag, uit: dodo portret van een pechvogel, Jan den Hengst


    Skeletmontage binnen een dodo uit het reisverslag van De Gelderland uit: dodo portret van een pechvogel, Jan den Hengst


    Skeletmontage binnen de dodo van Surat, uit: dodo portret van een pechvogel, Jan den Hengst


    Reconstructies

    Met moderne technieken is het mogelijk reconstructies te maken van de dodo. Andrew Kitchener heeft twee nieuwe reconstructies gemaakt van de dodo. Dit heeft hij gedaan door honderden botjes te onderzoeken. Ook probeerde hij, via vier verschillende modellen, achter het gewicht van de dodo te komen. Hij komt tot de conclusie dat de dodo tussen de 10,6 en 17,5 kilo heeft gewogen, en dat het dier hard kon lopen. Geen dikke slome vogel dus, maar een vlotte, sportieve dodo. Hier lees je meer over het onderzoek van Andrew Kitchener.
    Ook Julian Hume, dodo-expert en schilder, heeft geprobeerd de dodo te portretteren. Hij schildert een sportieve dodo met een vrij lange nek.



    Detail van een schilderij van Julian Hume, 2005


    Mysterie

    Het is duidelijk dat het laatste woord over het uiterlijk van de dodo nog niet gezegd is. Het lijkt heel waarschijnlijk dat ons beeld van de dodo vertekend is door zeventiende-eeuwse afbeeldingen. Die afbeeldingen zijn waarschijnlijk gebaseerd op slecht opgezette dodo's. Wetenschappers neigen nu naar het idee van een dunnere en sportievere dodo. Dit idee wordt ondersteund door de vroegste tekeningen van de dodo en door de schildering van Ustad Mansur. Toch blijven er nog veel mysteries rond de dodo. Misschien dat nieuwe opgravingen meer licht werpen op het uiterlijk van dit bijzondere dier.



    Dit artikel is geschreven door Eline Levering, studente Kunstgeschiedenis en Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden.