Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    De dodo als idool

    Sinds de dodo is uitgestorven zijn veel mensen in de ban geraakt van deze bijzondere vogel. Het dier kreeg een plek in boeken, strips en zelfs films. En natuurlijk is de dodo hét symbool geworden van Mauritius, het eiland waar het tot 1598 goed toeven was voor deze vogel. 

    Illustratie uit Alice in Wonderland door John Tenniel

    Alice in Wonderland

    Het bekendste voorbeeld van populaire cultuur waarin de dodo een plek kreeg is het verhaal van Alice in Wonderland, van de schrijver Lewis Carrol. De illustraties bij het verhaal zijn gemaakt door Sir John Tenniel. Hij beeldt de dodo uit als een heel groot dier met een erg opvallende, gerimpelde snavel. De illustratie van Tenniel is waarschijnlijk gebaseerd op een schilderij van Roelant Savery. Toch heeft de tekenaar niet alles overgenomen van het voorbeeld. De dodo staat bijvoorbeeld vrij rechtop. Ook kreeg de dodo handen, want in het verhaal geeft hij Alice een vingerhoed. 


    Strips, films en muziek
    In talloze andere verhalen komt de dodo voor. Bijvoorbeeld in de strip De schacht naar noord uit 1979 over Douwe Dabbert. Ook in de boeken over Harry Potter komen dodos voor. Ze heten daar diricawls. De diricawls kunnen verdwijnen in een wolkje van veren en ergens anders meteen weer opduiken. Dat is de reden waarom gewone, niet-magische mensen denken dat het beest is uitgestorven. Ook in de bekende animatiefilm Ice age komt de dodo voor. De beesten zijn in deze film voorzien van een wel erg opvallende, grote snavel. 





    De dodo spreekt zó tot de verbeelding dat er zelfs liedjes over het dier gemaakt worden, bijvoorbeeld in 1995 door Kinderen voor Kinderen. In dit lied wordt duidelijk het stereotype beeld van de dodo gebruikt, namelijk dat van dikke, domme vogel.

    De tekst van het lied:

    Er was er eens een vogel
    Die leefde op een eiland
    Vlakbij Afrika
    Daar was eten volop
    Die vogel heette 'dodo'
    Dodo was zijn naam

    Hij hoefde nooit te vliegen
    Al het voedsel dat-ie wou
    Viel patsboem voor hem neer
    Hij kon haast liggen schranzen
    Dan kroop-ie slomig naar een vrucht
    At die op
    En voldaan sliep-ie in

    Dodo, domme domme domme domme dodo
    Dodo, domme domme domme domme dodo
    Lui en dik en langzaam bovendien

    Op een dag in de lente
    Kwam er eens een boot aan
    Na een lange reis
    De matrozen aan boord
    Hadden reuze honger
    Toen zagen ze de dodo
    Dodo's overal

    Je kon ze zomaar pakken
    Dat was heel gemakkelijk
    Een fluitje van een cent
    Ze namen hem te grazen
    Dat liet die dikke dommerd toe
    Ze grilden hem bruin
    En aten hem toen op

    Dodo, domme domme domme domme dodo
    Dodo, domme domme domme domme dodo
    Lui en dik en langzaam bovendien

    Op het laatst was er nog maar één dodo
    De anderen waren in de pan beland
    Hij trok zich zielig terug in het grote bos
    En ging daar zitten mokken
    Mokke mokke mokke mokke
    En ging daar zitten simmen
    Simme simme simme simme
    Maar 't hielp dus geen sikkepit

    Dodo, domme domme domme domme dodo
    Dodo, domme domme domme domme dodo
    Lui en dik en langzaam bovendien



    Dit artikel is geschreven door Eline Levering, studente Kunstgeschiedenis en Journalistiek aan de Universiteit Leiden.