Home

Kleine bosvogels

Klik op het plusje voor een grotere foto


IJsvogelachtige, Quasisyndactylus longibrachis (Mayr, 1998). Deze vogels komen ook veel voor onder de fossielen van Messel. Ze bestaan van afdrukken van veren tot volledige skeletten. Bepaalde exemplaren hebben hun complete verenkleed behouden en bij sommige zijn zelfs kleuren te onderscheiden. Uitgaande van hun lichaamsvorm, de details van hun skeletstructuur en hun eet- en leefgewoontes, kunnen we de fossiele vogels van Messel in verschillende groepen onderbrengen.

De meeste vogels insecten- en fruiteters, wat te zien is aan de vorm van hun snavels. Dat geldt voor Paraprefica kelleri, een verwant van de moderne reuzennachtzwaluwen (Nyctibiidae) van Zuid-Amerika.

Messelirrisor, een verre verwant van de huidige hoppen (Upupiformes), en Primozygodactylus, een spechtachtige, hadden bijzonder gebouwde tenen die het gemakkelijker maakten om takken vast te grijpen.

Parargornis messelensis was een gierzwaluwachtige vogel die waarschijnlijk al helikoptervluchten kon maken, net als kolibries. Zijn snavel was nog niet aangepast aan het opzuigen van nectar, dus waarschijnlijk gebruikte hij deze speciale vliegmethode om insecten van de onderkant van bladeren af te pikken.

Samen met de fruit- en insectenetende vogels, zijn resten van vleeseters gevonden in de afzettingen van Messel. Messelastur gratulator, bijvoorbeeld, was zo'n jagende vogelsoort, met de afmetingen van een vrouwtjeshavik. Zijn fossiele resten bestaan tot nu toe uit maar twee schedels.

Eocoracias brachyptera leek op de moderne scharrelaars, een groep die alleen in de Oude Wereld voorkomt.

Quasisyndactylus longbrachis is verwant aan de ijsvogels (orde Alcediniformes). Zijn algemene verschijning lijkt inderdaad ook op de ijsvogels.

Behalve van fragmenten van het skelet, is Plesiocathartes kelleri vertegenwoordigd met twee volledige skeletten. Waarschijnlijk was hij verwant aan de kurol (Leptosomidae), een groep die tegenwoordig alleen op Madagascar gevonden wordt.