Home

Egelachtige insecteneters (54-59)

Insecteneters behoren tot de oudste groep van zoogdieren. In het Eoceen bestond er al een verbluffende diversiteit. De vondsten uit Messel documenteren die diversiteit bijzonder goed.

Klik op het plusje voor een grotere foto

De schubstaart van Hessen (Pholidocercus hassiacus) is relatief zeldzaam. Tot op heden zijn nog geen tien exemplaren gevonden. De soort had verschillende vreemde morfologische kenmerken. Verbeende, elkaar overlappende schubben beschermden de staart en lange, dikke borstelharen bedekten de rug. De dieren waren waarschijnlijk langzame bodembewoners die op de grond zochten naar insecten, maar ook naar wortels, bladeren en fruit.

Macrocranion tupaiodon was een andere verwant van de egel. Vleermuizen uitgezonderd is het de meest voorkomende zoogdiergroep uit Messel. De dieren waren waarschijnlijk snelle, muis-achtige grondbewoners die hun vijanden ontsnapten met plotselinge springbewegingen op vier poten. Dat is geconcludeerd op grond van het skelet, maar ook door vondsten van zachte delen van het lichaam. De soort had een korte, wolharige vacht, grote oren en lange snorharen. Waarschijnlijk had het niet een speciaal voedselvoorkeur, maar was het een omnivoor.

Klik op het plusje voor een grotere foto

Macrocranion tenerum kennen we van maar ťťn bijna compleet exemplaar. Dat is het exemplaar uit de tentoonstelling. Het waren dieren met smalle ledematen, die aan vijanden ontsnapten door grote sprongen op twee poten, zoals de springhazen tegenwoordig. De ogen waren klein en er is bewijs voor een lange, beweeglijke en slurfachtige neus. Voor het eerst bij een dieren uit Messel is een borstelige beharing van de rug gevonden. Zijn voedsel bestond waarschijnlijk uit insecten. Die prooi werd niet gevangen met snelle sprints, maar door met de slurfachtige neus over de grond te woelen.