Home

Planten

Over de flora van het open water is niet veel bekend. Er zijn bijna geen fossielen van grotere waterplanten gevonden. Het grootste bewijs van plantaardig leven in het Messelmeer, komt van algen. Die konden in het zuurstofrijke deel van de bovenste waterlaag goed leven. Toch zijn alleen de algen met een harde celwand bewaard gebleven zijn of in de grond achtergebleven als biomarkers.

De kleine celwanden van de eencellige alg Tetraedron maken een groot deel uit van het organische materiaal in de olieschalie. Waarschijnlijk onderging deze alg in jaarlijkse cycli een fase van massale reproductie, een zogenoemde algenbloei. Naast Tetraedron zijn overblijfselen van Botryococcus en de harde wanden van de cysten van dinoflagellaten en Zygnemataceae gevonden. Ook zijn er impressies van oorspronkelijke silica wanden van diatomeeŽn en van gouden algen, maar interessant genoeg zijn echte overblijfselen van hun wanden maar zeldzaam bewaard gebleven.

Al deze algen waren natuurlijk niet alleen de olieproducenten van het Messelmeer, maar ook een voedselbron voor algeneters, zoals planktonische larven van pluimmuggen en waterinsecten. Die zijn niet op een directe manier beschermd tegen verval, maar in kleine draadjes en keutels van uitwerpselen of in het darmstelsel van vissen. De waterlagen dichtbij het wateroppervlak werden niet alleen bezwommen door bepaalde vissoorten maar ook door andere gewervelde soorten.