Home

De ontwikkeling van het babybrein

De†eerste vaardigheden die baby's opdoen of verbeteren zijn: zien, voelen (tast)†en bewegen.†De ontwikkeling van de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de betreffende†functies†hangt samen†met het blijven verbeteren van die vaardigheden. Omdat de verbetering†van het†bewegen bij kinderen nog groter is dan bij baby's, wordt dit op de pagina†De ontwikkeling van het kinderbrein†besproken.

Het gedeelte van de schors dat betrokken is bij zien

Groeiend brein

Wanneer een baby na negen maanden wordt geboren, wegen†zijn hersenen ongeveer 350 gram. De hersenen zijn dan nog†niet af. Alhoewel alle zenuwcellen aanwezig zijn, wordt het babybrein in de eerste zes maanden twee keer zo groot. Dit komt†doordat:

  1. Er steeds meer cellen bijkomen die de zenuwcellen helpen te ontwikkelen (gliacellen);
  2. De zenuwcellen groeien en uitlopers krijgen;†
  3. De zenuwcellen in de hersenen een isolatielaagje krijgen (myeline). Dit isolatielaagje om de uitlopers van de zenuwcellen is belangrijk voor het versnellen van de informatieoverdracht en voor het voorkomen van 'kortsluitingen'.

Het babybrein heeft een wazige blik

Bij geboorte zien baby's slechts tot twintig centimeter scherp. Ouders en verzorgers houden dan ook van nature hun†gezicht zo dicht mogelijk bij†dat van de baby. Pasgeboren baby's kunnen ook nog niet echt kleuren zien; enkel felrood en felgroen.†Ze kunnen wel grote objecten, grote†zwart-wit patronen en beweging†waarnemen en ze hebben een voorkeur voor gezichten.†
Het zicht†verbetert aanzienlijk gedurende het eerste halfjaar. Na vier maanden kunnen baby's diepte†inschatten en verschillende kleuren zien.†Op†zijn eerste verjaardag kan een baby al bijna net zo goed zien als een volwassene.


Hersenen hebben visuele input nodig om het visuele netwerk goed aan te leggen
Hersenen hebben visuele input nodig om het visuele netwerk goed aan te leggen


Het gebrekkige zicht van een pasgeboren baby komt doordat het visuele gebied nog niet goed ontwikkeld is. Alhoewel alle zenuwcellen aanwezig zijn die nodig zijn voor goed zien,†maken deze zenuwcellen pas na de geboorte†de†juiste verbindingen met elkaar. In de tweede tot de achtste maand wordt in de visuele schors een overmaat aan verbindingen aangelegd. Daarna worden tot het tiende levensjaar verbindingen en vertakkingen die overbodig zijn verwijderd. Op deze manier blijven de bestwerkende en†de meest gebruikte verbindingen over. De hersenen hebben visuele input nodig om het visuele netwerk goed aan te leggen. Dit kan alleen in de periode dat verbindingen gemaakt en verwijderd worden. Een baby moet dus zien om te leren zien.



In het tastgebied van de hersenen zijn de zenuwcellen zo geordend dat ieder plekje correspondeert met een bepaald onderdeel van het lichaam. Hoe groter het plekje in het tastgebied, hoe gevoeliger het bijbehorende lichaamsdeel. De mond en de vingers hebben hele grote plekken in het tastgebied. Het hersengebied dat voelt wat er in de mond zit, is eerder ontwikkeld dan het gebied dat voelt wat de handen aanraken.

Een voelend brein

Baby's stoppen alles in hun mond om hun omgeving te verkennen. Dat komt omdat hun mond veel beter kan voelen dan hun handen. De tastzin van de handen wordt† beter naarmate een baby ouder wordt. Een baby van tien weken kan alleen grote verschillen in vorm voelen. Een baby van een halfjaar oud voelt verschillende structuren, zoals glad, ruw en zacht. Een kind van anderhalf jaar oud voelt de kleinste verschillen in vorm.

volgende ontwikkelingsfase: het kinderbrein >



Augustus 2007
Redactie Natuurinformatie Naturalis
Illustraties Bas Blankevoort