Home

DNA maakt de soort

Langzamerhand wordt de genetische vingerafdruk van steeds meer dieren en planten bekend. Onderzoek aan DNA brengt nieuwe informatie over de juiste indeling van soorten.  Die kennis kunnen we ook goed gebruiken bij maatschappelijke kwesties waarin biologisch materiaal een rol speelt.

Tot de jaren '90 van de twintigste eeuw letten biologen bij het ordenen van soorten, de taxonomie, alleen op uiterlijke kenmerken. Ze telden blaadjes en pootjes, namen maten, vergeleken kleuren enzovoort. Zo werd een heleboel soorten van elkaar onderscheiden. Inmiddels zijn zo'n 1,7 miljoen levende soorten bekend. Dat lijkt veel, maar is waarschijnlijk maar een topje van de ijsberg.

Sinds enkele jaren onthult onderzoek aan DNA steeds meer van de rest van die berg. Dieren en planten die uiterlijk sterk op elkaar lijken, blijken in DNA zo te verschillen, dat ze toch tot verschillende soorten benoemd zijn. Dat gebeurde begin 2007 bij de nevelpanters van Borneo en het vasteland van Aziė. Voorheen waren het twee ondersoorten van dezelfde soort, maar sinds kort worden ze gezien als aparte soorten.

Om te bepalen tot welke soort een dier behoort, onderzoeken biologen een heel specifiek stukje DNA, en wel een stukje mitochondriaal DNA (mtDNA) met de naam CO1. De mitochondriėn zijn die onderdelen van de cel die energie vrijmaken. Dit mtDNA is, in tegenstelling tot het gewone DNA in de celkern, bij ieder individu van een soort hetzelfde. Twee afzonderlijke soorten verschillen in ieder geval in het CO1 deel. Heb je dus twee stukjes mtDNA met dezelfde CO1, dan behoren de eigenaars van het mtDNA tot dezelfde soort. Zo niet, dan behoren ze tot verschillende soorten.

dierlijke cel

 

Bij planten gebeurt DNA-onderzoek aan de bladgroenkorrels. Een wereldwijde groep plantenonderzoekers, de Angiosperm Phylogeny Group, is bezig met het ontrafelen van de indeling van bedektzadige planten, de angiospermen. Uit de in 1998 en 2003 gepubliceerde resultaten blijkt de indeling van planten op basis van DNA heel anders te zijn dan die op basis van uiterlijke kenmerken.

Het geschatte totaal aantal levende soorten ligt inmiddels tussen de 10 en 100 miljoen. De onder- en bovengrenzen van die schatting liggen erg ver uit elkaar. Het is dan ook totaal onbekend welke inzichten DNA ons in de toekomst zal bieden. Maar dat er nog veel soorten benoemd zullen worden, is wel duidelijk.