Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    Ordenen tot de 18de eeuw: kabinetten van rariteiten en naturaliën

    De oorsprong van de biologische taxonomie ligt niet bij de wetenschap, maar in de huizen van zeventiende-eeuwse rijken. In rariteitenkabinetten stelden zij overzeese objecten tentoon. Planten en dieren, maar ook kunstvoorwerpen en oudheidkundige objecten. Vanaf de achttiende eeuw werden de naturalia gescheiden van artificialia en antiquiteiten en getoond in een naturaliënkabinet.

    In de zestiende eeuw begonnen Europeanen de gebieden Azië, Afrika en Zuid-Amerika te verkennen. De kennismaking met uitheemse specerijen leidde al snel tot een bloeiende handel. Er werd gehandeld in producten als peper, nootmuskaat en kaneel: stoffen die in het Europa van enkele eeuwen geleden niet verbouwd konden worden, maar wel populair waren in de keuken. In 1602 werd de handel structureel door de oprichting van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), het eerste Nederlandse staatsbedrijf met aandelen die de burgers konden kopen.

    Nieuwe natuur brengt rijkdom

    Met het ontdekken van nieuwe gebieden maakten Europeanen ook kennis met onbekende culturen en grote hoeveelheden dier- en plantensoorten. Handelaren namen de vreemde spullen mee naar huis en verkochten ze aan rijke burgers, die daar grote interesse voor hadden. In rariteitenkabinetten, ofwel verzamelkasten met zeldzame spullen, stelden zij hun aanwinsten tentoon. Sommigen konden zelfs een heel vertrek in hun huis inrichten als konstkamer. De verzameling toonde je als man van de wereld. Op die manier benadrukte men niet alleen de rijkdom van de Schepping, maar ook die van de eigenaar. Vrouwen bezaten vooral kleine schelpenkabinetjes.

    Een zogenoemd rariteitenkabinet bevatte in de eerste plaats bijzondere planten en dieren (naturalia). Geheel in de geest van de tijd werd die natuur vaak verfraaid. In elk rariteitenkabinet  lag wel een gegraveerde of beschilderde parelmoeren nautilusschelp. Ook behuisde een kabinet cultuurobjecten (artificialia), zoals Chinees porselein en uurwerkjes. Zelfs oudheidkundige voorwerpen (antiquiteiten) als Romeinse munten werden erin bewaard.

    Doordat juist onbekende diersoorten populair waren in rariteitenkabinetten, zagen handelaren hun kans schoon om de natuur een handje te helpen. De handelaren maakten regelmatig zelf nieuwe soorten door delen van verschillende andere aan elkaar te plakken. Deze artefacten  werden verkocht als bestaande soorten. Vooral onder vogels bestonden er veel. Een kop van een doodgewone specht vormde een mooie combinatie met het lichaam van een paradijsvogel. De kopers van de dieren konden hun aankopen moeilijk controleren. Waarschijnlijk zijn in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw honderden artefacten verkocht.

     

    Aanzet tot orde

    Hoe meer dier- en plantensoorten men leerde kennen, hoe groter de behoefte werd om overzicht te krijgen over de levende wereld. Wetenschappers begonnen met het maken van indelingen. Dit werkte door in de kabinetten: vanaf de achttiende eeuw begon men met het scheiden van de deelverzamelingen in aparte kabinetten. Zo kwamen de naturalia terecht in naturaliënkabinetten.

    Maar de manier van ordenen was nog niet te vergelijken met de methodes die we tegenwoordig hanteren. De indelingen berustten op andere eigenschappen. Zo plaatste de ene achttiende eeuwse taxonoom alle waterdieren in een aparte groep en de ander zelfs de gedomesticeerde dieren (de huisdieren). Bij de planten was de vorm van de kroonbladeren een kenmerk om op in te delen.

    Het rariteitenkabinet en het naturaliënkabinet waren achteraf gezien een eerste aanzet tot het ordenen van de natuur en vormen dus de basis van de huidige gedetailleerde taxonomie.