Home

Transport

Een transportmechanisme is noodzakelijk om een optimaal milieu in stand te houden waarin celprocessen plaats kunnen vinden. Door middel van transport kunnen namelijk afvalstoffen worden uitgescheiden en bouwstoffen worden opgenomen. Dankzij transport zijn steeds de benodigde stoffen in de juiste hoeveelheid aanwezig, kunnen stoffen bijelkaar worden gebracht en kunnen de stoffen in het cytoplasma, de celvloeistof, opgeslagen worden. Het cytoplasma moet hiervoor een juiste zuurgraad hebben, anders kunnen opgeslagen stoffen spontaan met elkaar reageren. Het transportmechanisme zorgt ervoor dat de cel zijn zuurgraad op peil kan houden door zuren met zijn omgeving uit te wisselen.

Opname en afscheiding van stoffen

De cel sluist via zijn membraan brand- en bouwstoffen naar binnen en voert afvalstoffen naar buiten. Poriën in het celmembraan, de membraaneiwitten, zijn de transporteurs. Bouwstoffen en afvalstoffen kunnen ook worden opgenomen en afgescheiden door blaasjes op het celmembraan. Blaasvorming is een belangrijk transportsysteem van het celmembraan.

Het opnemen van blaasjes:
endocytose

Het afscheiden van blaasjes:
exocytose

 
Het opnemen van blaasjes:
endocytose
Het afscheiden van blaasjes:
exocytose

Actief en passief transport

Stoffen die gemakkelijk door membraanporiën kunnen, ondergaan passief transport. Dit betekent dat er beweging plaatsvindt vanuit de plek met de hoogste concentratie naar een plek met een lagere concentratie van de stof. Dit proces verbruikt geen energie, maar kan dus alleen in één richting plaatsvinden. Membraaneiwitten zijn selectief voor stoffen die zij transporteren en herkennen deze nauwkeurig. Door energie te gebruiken kunnen membraaneiwitten stoffen transporteren om zo de energie te leveren die nodig is om stoffen de cel in en uit te kunnen verplaatsen. Dit wordt actief transport genoemd en kan dus ook plaatsvinden vanuit de plek met de laagste concentratie naar een plek met een hogere concentratie van de stof. Zo kan de cel brandstoffen opnemen die weinig buiten de cel voorkomen en deze in grote hoeveelheden opslaan.

Transport binnenin de cel

Transport van blaasjes binnenin de cel vindt plaats langs de vezels van het cytoskelet. Blaasjes worden door speciale, bewegende vezels verplaatst en zo naar de juiste locatie binnen de cel gebracht. Zo kunnen bijvoorbeeld blaasjes met oude organellen of afvalstoffen naar de afvalverwerking gebracht worden en kunnen blaasjes met geproduceerde eiwitten naar verschillende locaties in de cel worden getransporteerd. Sommige opgenomen stoffen bevinden zich niet in blaasjes maar lossen op in het waterige milieu van het cytoplasma waarin zij vrij kunnen bewegen. Dit waterige milieu is als het ware ook een transportmedium en is de plek waar chemische reacties plaatsvinden doordat stoffen die in de oplossing zitten bij elkaar kunnen komen.

Voor meer informatie over de cel:
De levende cel - Rondreis in een microscopische wereld, Cristian de Duve
Natuur en Techniek 1987, ISBN: 90-70157-59-4


November 2006