Home

De melkkoe: de opgevoerde witte motor

Melkkoeien zijn de afgelopen vijftig jaar meer dan twee keer zo veel melk gaan geven. De experts zijn het er nog niet over eens of dat nog wel gezond is, ook al proberen boeren van alles om het leven van hun koeien te veraangenamen.

Melkkoe van het Maas Rijn IJsselras: elke dag de uiers boordevol melk.

Waterbed voor koeien

De koeien van melkveehouder Cees Crok uit Assendelft hebben een waterbed. Een waterbed voor koeien. Met honderd koeien, waarvan vijftig stuks jongvee en vijftig stuks melkvee, heeft hij een middelgrote rundveehouderij.

Het waterbed, of eigenlijk een hele rij waterbedden, valt op het eerste gezicht een beetje tegen. Op het oog is er weinig verschil met de overige betonnen vloeren waarop een dun laagje zaagsel ligt. Het energievretende waterbed in onze slaapkamers bevat zo'n duizend liter water. Koeien moeten het met vijftig liter water doen en dus met een veel dunnere mat. "Maar dat ligt al veel lekkerder dan een betonnen vloer" zegt boer Crok. "Als ik de stalvloeren schoonmaak merk ik dat de koeien staan te popelen om een plekje op het waterbed te bemachtigen. Ze treuzelen ook minder te om te gaan liggen of staan."

Een ander speledingetje dat het leven van de stalkoe veraangenaamt is de Happy Cow. Als de koe tegen deze borstelvormige tol aanschurkt begint de tol automatisch te draaien. Het beest kan zich zo lekker laten masseren. "Soms staan ze in de rij voor de borstel. Als het te lang duurt geven ze hun voorganger een duwtje ten teken dat de beurt voorbij is."


Kampioen

Het zijn net mensen, die koeien. Je zou haast denken dat ze maar met ťťn doel op de wereld zijn gekomen: zo veel mogelijk melk produceren. Die van boer Crok voldoen in ieder geval aan de verwachting. De laatste jaren geven zijn koeien steeds meer melk. Van jaarlijks zo'n 8000 liter gemiddeld per koe ten tijde van de invoering van het melkquotum in 1984 tot zo'n 10.000 liter nu. "Mijn topkoe Jantje 191 heeft in 380 dagen zelfs zo'n 15.800 liter melk gegeven."

Navraag bij het Nederlands Rundvee Syndicaat (NRS)†in Arnhem, het wereldberoemde instituut dat alle prestaties van melkvee registreert, leert dat Jantje 191 daarmee geen Nederlands kampioen is. De koe Saphir doet het met 17.650 kilogram in 325 productiedagen (in de statistieken hanteert men vaak kilogrammen in plaats van liters) nog aanzienlijk beter. Dat komt neer op gemiddeld 54 kilogram melk per dag.

Uit de cijfers van het NRS blijkt ook dat de gemiddelde melkproductie van koeien de afgelopen vijftig jaar meer dan verdubbeld is: van ruim 4100 liter in 1950 tot ruim 8700 liter in 2002. Vergelijk die grensverleggingen voor de grap eens met een andere tak van sport waarin Nederland zo vaak kampioenen voortbrengt, het schaatsen. Het wereldrecord op de tien kilometer is in dezelfde periode teruggebracht van zeventien naar dertien minuten. Dit komt neer op een verbetering van nog geen 25 procent.


Hoogenband

Oost-Duitse zwemsters braken het ene na het andere record toen de Muur nog overeind stond. Iedereen wist dat deze meiden bol stonden van de doping. Twintig jaar blijken de gouden medaillewinnaars slachtoffers van de ambities van hun trainers. Ze kampen met blijvende lihamelijke klachten zoals leverbeschadiging, ontstekingen van de hartspier en onvruchtbaarheid.

De vraag is of 'melkveetrainers', de fokkers en veehouders, uit oogpunt van winstmaximalisatie dezelfde weg zijn ingeslagen als de voormalige Oostduitse zwemcoaches. Of is er niets aan de hand en zijn onze huidige hoogproductieve koeien meer te vegelijken met een kampioen als Pieter van den Hoogeband, die zonder doping en met ogenschijnlijk speels gemak tot wereldprestaties komt?

Dierenbeschermers denken van niet. Zij vinden dat het spreekwoordelijke 'uitgemolken worden' wel erg toepasselijk is voor de koe van tegenwoordig. Koeien geven zoveel melk dat hun lichaam het niet meer aankan. Kreupelheid en uiterontstekingen (mastitis) kunnen het gevolg zijn. Amper twee jaar oud krijgt de koe haar eerste kalf. Direct daarna geeft ze tien maanden melk om drie maanden later opnieuw een kalf op de wereld te zetten.

Als koeien gemiddeld vijftien jaar oud zijn - twintig kunnen ze in principe worden - ruimt de veehouder ze meestal op, zoals dat in vakjargon heet. Soms omdat de koeien onvruchtbaarheids- of gezondheidsproblemen hebben. Meestal omdat een volgende generatie koeien meer melk geeft. Cees Crok heeft koeien staan van acht en zelfs tien jaar oud. In zijn ogen is de koe met de meeste melkproductie juist het gezondst. "Een koe geeft veel melk als ze veel eet en zij eet veel als ze lekker in haar vel zit."


Glucosedip


Aan de wetenschap de nobele taak om uit te maken wie er gelijk heeft, de boer of de activist. Het toeval wil dat Onderzoeksinstituut ID Lelystad onangs een onderzoek heeft afgerond naar de invloed van hoge melkproductie op het welzijn van de koe.

De onderzoekers selecteerden twee groepen van achttien koeien uit de veestapel van maar liefst 400 koeien die ID Lelystad rijk is. De ene groep bevatte laagproductieve koeien die zo'n 7700 liter melk per jaar geven. De andere koeien gaven gemiddeld 11.400 liter. De twee groepen splitsten zijn nogmaals. De ene helft kreeg een zeer goede voerbehandeling, de andere een wat mindere.

Dr Bonne Beerda van ID Lelystad: "We willen weten of bij hoogproductieve dieren de balans verstoord is in het hypofyse -bijnierschorssysteem, een van de belangrijkste hormonale systemen die bij stress betrokken zijn. Twee belangrijke stoffen in dit cascadesysteem, het adrenocorticotroophormoon, ATCH, uit de hypofyse, en cortisol uit de bijnierschors hebben we zowel voor als na het afkalven gemeten. Cortisol zorgt er net als adrenaline voor dat het lichaam energie vrijmaakt voor een adequate reactie op stressoren. Cortisol onderdrukt echter ook onderdelen van het immuunsysteem. Blijvende hoge cortisolwaarden zijn daarom ongewenst. De voorlopige resultaten tonen geen sterke verschillen tussen de groepen. Het lijkt er niet op dat bij hoogproductieve dieren het hypofysebijnierschorssysteem aangetast is."

Beerda onderzocht ook wat er met het glucosegehalte in het bloed gebeurde. "Na het afkalven geven de koeien zoveel melk dat ze het niet kunnen bijeten. Ze branden zichzelf tijdelijk op en hun bloedsuikergehalte daalt. Deze glucosedip zagen we duidelijk terug in de metingen, alleen waren er wederom geen verschillen te vinden tussen hoog- en laagproductieve beesten. Tenslotte hebben onderzoekers van de Faculteit Diergeneeskunde een E. coli-bacterie ingebracht in de uier van de koeien. Er waren wel individuele verschillen in de snelheid waarmee de koeien de bacterie uit de uier wisten te werken, maar opnieuw waren er geen significante verschillen waarneembaar tussen de vier groepen.

De voorlopige conclusie†luidt dat dieren die relatief veel melk geven niet een dusdanig aangetast hormoon- en immuunsysteem hebben dat ze slechter met belasting en stress kunnen omgaan. Het is mogelijk dat het productieverschil tussen de laag- en hoogproductieve groep te klein is geweest om negatieve effecten van hoge melkproductie aan te tonen. De geselecteerde koeien zijn echter wel representatief voor de gemiddelde Nederlandse koe, die immers zo'n 8500 liter geeft.


Politiek

"De resultaten zijn misschien saai voor een journalist, maar toch waardevol want er zijn genoeg mensen†die beweren dat veel melk geven per definitie slecht is voor een koe", zegt dr Hans Hopster, onderzoeksleider Dierenwelzijn bij ID Lelystad. "Maar het betekent ook niet dat er helemaal geen problemen zijn", waarschuwt hij. "Naar de gezondheid van het bewegingsapparaat en de klauwen hebben we in dit onderzoek niet gekeken."

Koeien worden steeds groter en dat brengt problemen met zich mee. Naast klachten aan klauwen en het gestel kan er bijvoorbeeld lebmaagdraaiing optreden. De lebmaag is een van de vier magen van een koe. Hopster: "Na het kalven kan er zoveel ruimte in de koe ontstaan dat de lebmaag draait. Dit moet dan operatief verholpen worden."

Dieronderzoekers zijn het er sinds een beroemd experiment van de Nederlandse wetenschapper prof Rommert Politiek, begin jaren zeventig, over eens dat de erfelijke aanleg van een koe slechts voor ongeveer een kwart bijdraagt aan de melkproductie. Politiek kocht zowel in Noord-Holland als in Friesland jongvee op van boeren met hoog- en boeren met een laagproductieve koeien Hij bracht de Noord-Hollandse en Friese koeien apart groot, maar gaf wel alle koeien dezelfde behandeling. Toen de koeien eenmaal melk gingen geven vond Politiek vervolgens geen verschillen in melkproductie. Althans niet binnen de twee groepen. Er waren wel verschillen tussen de provincies, te wijten aan verschillen in erfelijke aanleg.

Uierbeha

De invloed van de boer is dus groter dan die van de fokker. "Het probleem is alleen dat je met fokken wel genetische factoren vastlegt die je niet meer van de ene op de andere dag kunt veranderen", zegt Hopster. "We lopen daar bij slachtkuikens tegenaan. Die zijn sterk geselecteerd op spiergroei, maar de andere organen zoals het hart kunnen de groei domweg niet bijbenen. Bij eenzijdige selectie op melkproductie is er in theorie een risico dat soortgelijke mankementen in koeien sluipen."

Dat roept om een reactie van een fokker. Prof dr Johan Arendonk van de Wageningen Universiteit zit als diergeneticus dicht op de fokkerij. Hij bestrijdt dat fokkers ongeremd slecteren op melkproductie. "Dat is in het verleden wel gedaan, maar het gevolg was dat de vruchtbaarheid afnam, wat uiteraard ongewenst is. Ook zagen we effecten op de levensduur van koeien. Tegenwoordig selecteren fokbedrijven op vier factoren: melkproductie, vruchtbaarheid, levensduur en uiergezondheid."

Maar ook in het verleden staarden fokkers zich volgens Van Arendonk echt niet blind op de melkproductie. Tijdens colleges geef ik vaak het voorbeeld van de uierbeha. Studenten van tegenwoordig hebben er nog nooit van gehoord. Zo'n veertig jaar geleden, toen de koe dus vijftig procent minder melk gaf ontstonden er problemen met de uiers. Koeien beschadigden met hun eigen achterpoten de spenen. Een slimmerik vond toen de uierbeha uit. De uierbeha was echter binnen tien jaar overbodig omdat fokkers bij het slectieproces op uiervorm waren gaan letten."


Slijters

Het onderzoek van Van Arendonk richt zich nu op het vinden van genetische hulpmiddelen om koeien robuust te maken. "We hebben niks aan topsporters die alleen onder ideale omstandigheden goed kunnen presteren. We zullen nooit††ťťn houderijsysteem krijgen in Europa. Koeien moeten daarom robuust zijn en onder verschillende omstandigheden kunnen functioneren."

De melkproductie zal blijven groeien, daar twijfelt† Van Arendonk niet aan. "Daarnaast gaan we ook proberen melk kwalitatief beter te maken. Melk bevat een groot aantal eiwitten. Het ene eiwit is gunstiger dan het andere. Van de meeste eiwitten kennen we de structuur en dus ook het gen. We weten echter nog niet waar de genen zitten die ervoor kunnen zorgen dat er meer van een bepaald eiwit wordt aangemaakt."

ID Lelystad en het Praktijonderzoek Veehouderij zijn bezig met een groot onderzoek met 128 koeien, waarin ze zoeken naar verbanden tussen genetische aanleg, verzorging en gezondheid. Hopster: †"Aanleiding hiervoor is de slijtersproblematiek. Melkvee bedrijven meldden vanaf 1999 dat koeien na het afkalven niet meer konden opstarten. Ze kwamen in een negatieve spiraal terecht en gingen dood. Het is nog steeds onduidelijk aan wat voor aandoeningen deze slijters lijden. We strijden al jaren voor een registratie van gezondheidsklachten bij melkkoeien. Zonder registratie kun je moeilijk verbanden leggen tussen gezondheid en genetische aanleg. We weten niet of een koe opgeruimd wordt omdat ze weinig melk geeft, of omdat ze niet drachtig wordt. ScandinaviŽ† registreert wel, maar makkelijk is het niet. Boeren zouden allemaal op dezelfde manier moeten gaan bijhouden wat er met hun koeien gebeurt."

Marcel Crok
Deze tekst is (in iets gewijzigde vorm) met toestemming overgenomen uit Natuur & Techniek Wetenschapsmagazine (aprilnummer 2003)