Home

Kip moet kappen met pikken

Het klinkt goed, een scharrelei, maar kippen worden niet per se gelukkiger van een beetje meer ruimte. Als ze hun snavels mogen houden pikken ze elkaar namelijk letterlijk dood. Inzicht in de psyche van de kip levert de oplossing.

Kippen die dicht bijeen zitten in een legbatterij pikken vaak elkaars veren uit.

Vanaf 2012 zijn de traditionele legbatterijkooien voor kippen verboden in de Europese Unie. Alle Europese kippen krijgen dan meer ruimte om te scharrelen, een stofbadje te nemen en rek- en strekbeweginen te maken. Dit klinkt allemaal heel positief - al duurt het nog even - maar er schuilt een addertje onder het gras. Ook scharrelkippen maken elkaars leven soms tot een hel. Ze pikken en trekken veren uit van andere hennen, het zogenoemde verenpikken.


Kannibalen

Kippen blijken kannibalen. Ze kunnen elkaar tot bloedens toe verwonden, zelfs tot de dood er op volgt. Mede vanwege de economische schade vinden boeren dit ook niet leuk. Ze 'kappen' daarom op heel jonge leeftijd de snavels van kuikens: de punt wordt zonder verdoving met een gloeiend mes afgebrand. Het gebeurt al jong omdat 'kappen' op latere leeftijd zenuwgezwellen (neuroma's) veroorzaakt die chronisch pijn geven. Ook het kappen is geen goede oplossing als we de kippen beter willen behandelen en zal in de nabije toekomst worden verboden.


IJsberen

Veel dieren in gevangenschap (dierentuinen of boerderijen) ontwikkelen dwangneurosen.†Roofdieren gaan ijsberen, dolfijnen zwemmen steeds hetzelfde rondje, varkens bijten in elkaars staart, vleeskalveren rollen met hun tong en vogels gaan verenpikken. Deze herhaling van bewegingen die geen duidelijke functie hebben zien we ook bij mensen zoals het handenwassen bij personen met smetvrees.

Vogels zijn minder neurotisch als ze meer ruimte, bodemstrooisel en afleiding hebben, maar dat is niet voldoende. Onderzoek in Lelystad toonde recent aan dat kuikens elkaar minder pikken als er bosjes witte propyleen touwtjes in hun kooi hangen waarop ze hun aandacht kunnen richten. Het wezenlijke probleem is hiermee echter niet opgelost: de dwangneurose blijft bestaan.


Pestkoppen en slachtoffers


Kippenhouders die goed opletten hoe een groep hennen is samengesteld, kunnen het probleem verminderen. Een enkele verenpikker kan een hele groep hennen aansteken. Het is daarom zaak om verenpikkers te identificeren en apart te zetten. Maar niet alleen de pestkoppen, ook hun slachtoffers moeten worden gescheiden van de groep. Zweedse onderzoekers toonden namelijk aan dat beschadigde veren pikgedrag oproepen. Ze knipten een stukje af van de veren van een proefkip. Deze kip werd beduidend meer gepikt door haar soortgenoten. Ook nieuwkomers hebben het moelijk. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen ontdekten dat kuikens elkaar individueel herkennen en meer pikken naar kuikens die nieuw zijn in de groep.


Kippen met karakter

Selectie achteraf is niet de beste oplossing. Liever zouden we uitgaan van kippen die minder neiging hebben tot pikken. Het Instituut Dierenhouderij en Diergezondheid, dat de verenpikproblematiek onderzoekt in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, buigt zich daarom over de psyche van de kip. De basis van het verenpikprobleem ligt namelijk in het karakter van de kip. Elke kip is een individu. Iedereen kent dat van zijn eigen hond of kat, maar ook varkens, koolmeesjes en kippen hebben een eigen karakter.


Twee typen kippen: proactieve en reactieve


Grofweg zijn er twee typen: proactieve dieren, die eerst doen en dan denken, en reactieve die eerst denken en dan doen. Het blijkt dat proactieve dieren beter zijn in het herhalen van bekend gedrag, terwijl reactieve dieren beter nieuwe dingen aanleren. Het proactieve type is daarom in het voordeel in een bekende omgeving, terwijl het reactieve type beter floreert in een nieuwe omgeving.


Sociale en asociale kippen

Kippen met verschillende karakters blijken ook ander pikgedrag te vertonen. Proactieve kippen zijn beruchte verenpikkers. Deze kippen kunnen we herkennen omdat ze niet goed letten op omgevingsprikkels, erg actief zijn en minder sociaal. Onder reactieve leghennen komt verenpikken veel minder voor. Deze kippen merken veranderingen in hun omgeving juist goed op, ze zijn zeer sociaal, maar reageren vaak passief op stresssituaties.

Een van onze ontdekkingen is dat kippen deze eigenschappen al vertonen in de eerste levensweek. Asociale kippen beginnen reeds enkele dagen nadat ze uit het ei zijn gekropen met pikken. Reactieve kuikens besteden meer tijd aan voedsel zoeken en eten, en zitten liever dichtbij andere kippen dan de proactieve kuikens. De socialere kuikens lopen minder kans zich te ontwikkelen tot verenpikkers.


Sociale kippen kweken

Fokprogramma's zouden daarom gericht moeten zijn op het kweken van sociale kippen. Tot nu toe is vooral genetisch geselecteerd op eikwaliteit, grootte en aantal. Opvallend genoeg vertonen deze goedlegse kippenlijnen juist extra pikgedrag, mogelijk door de onderliggende hormonale regulatie.

We hebben de hormoonspiegels in twee kippenlijnen met respectievelijk veel en weinig verenpikkers onderzocht. De steroÔdhormoonbalans lijkt in verenpikkuikens verstoord. Ze hebben een relatief laag corticosterongehalte. SteroÔdhormonen kunnen moeiteloos de bloed-hersenbarriŤre passeren en zo hersenprocessen beÔnvloeden. Verenpikkers blijken in overeenstemming hiermee een erg lage neurotransmitterspiegel (serotonine) te hebben in de hersenen.


Kippen aan de Prozac of aan tryptofaan?


Een medicijn als Prozac dat erom bekendstaat dat het de hoeveelheid serotonine in de hersenen verhoogt, blijkt dan ook te helpen bij dwangneurosen in vogels. Dat is in ieder geval aangetoond bij papegaaien, die zich ook aan verenpikken schuldig maken. Wij hebben laten zien dat je op een natuurlijke manier het serotoninegehalte in de hersenen kunt verhogen, namelijk via het voer. Bij een hoger gehalte van het aminozuur tryptofaan, waaruit serotonine wordt gemaakt, verminderde het verenpikken.

We willen niet voorstellen de kippenstal voortaan Prozac voor te schrijven. Laten we de oorzaak aanpakken en afstappen van fokprogramma's die zich eenzijdig richten op hoge productie. Dat is niet alleen goed voor het welzijn van de kip, maar ook voor de portemonnee van de kippenhouder, want die verliest zo minder kippen.

Mechiel de Korte (stressfysioloog bij ID-Lelystad) en Yvonne van Hierden (onderzoeker bij ID-Lelystad).
Deze tekst is met toestemming overgenomen uit Natuur & Techniek Wetenschapsmagazine (aprilnummer 2003)