Dazen zijn de beruchte roofvliegen die bij warm, zwoel weer gemeen kunnen steken. De volwassen wijfjes zijn erg bloeddorstig en zuigen bloed bij grote zoogdieren zoals koeien, paarden en mensen. Ze hebben eiwitrijk voedsel nodig voor de ontwikkeling van de eieren in het achterlijf. De mannetjes eten nectar.
Classificatie
Stam: Arthropoda (geleedpotigen)
Klasse: Insecta (insecten)
Orde: Diptera (tweevleugelige insecten)
Familie: Tabanidae (dazen)
Geslachten: 13 geslachten in Europa, waaronder Tabanus (runderdazen), Haematopoda (regendazen) Chrysops (goudoogdazen)
Namen
Nederlandse namen: dazen, bremzen, paardenvliegen, blindazen of blinde dazen.
Onjuiste benamingen: horzels, steekvliegen.
Toelichting: Ten onrechte worden dazen nog wel eens horzels genoemd, maar echte horzels steken niet. Dat zijn grote harige vliegen, waarvan de larven parasitair leven in zoogdieren, zoals paarden, runderen en schapen. Wetenschappelijk gezien is het ook niet juist te spreken van steekvliegen. Daarmee worden vliegen bedoeld die tot het geslacht Stomoxys (Familie Muscidae - Echte vliegen) behoren, zoals de stalvlieg (Stomoxys calcitrans). De verwarring met dazen is begrijpelijk. Stalvliegen steken vooral vee en soms mensen, vooral op de benen. De steek is tamelijk pijnlijk.
Engelse naam: horseflies
Duitse namen: Bremsen
Frans: taons
Aantal soorten
3500 soorten wereldwijd.
In Nederland zijn 38 verschillende soorten dazen geïnventariseerd; in België 41 soorten.
Uiterlijk
De meeste dazen zijn grijs of bruin van kleur. Ze zijn minimaal zes millimeter, en hebben vaak vlekkerige vleugels en een licht gestreept achterlijf. Binnen dezelfde soort kan het uiterlijk tussen mannetje en vrouwtje behoorlijk verschillen.
Opmerkelijk genoeg spreekt men wel eens van blindazen of blinde dazen, terwijl ze juist grote facetogen hebben die bijna de hele kop beslaan. Veel dazen hebben werkelijk prachtige metaalkleurige ogen. Ze zijn vaak metaalgroen met rechte of golvende banden of met een kleurig vlekkenpatroon. Bij de mannetjes raken de ogen elkaar in het midden; bij de vrouwtjes zijn de ogen iets van elkaar gescheiden.
|
|
Levenscyclus
De eieren worden in hoopjes van enkele honderden tot duizend eitjes afgezet. Dat gebeurt meestal op planten die op een vochtige bodem staan, zoals natte weilanden, wegbermen en slootbodems. Afhankelijk van de klimatologische omstandigheden komen de eitjes na enkele dagen of pas na enkele weken uit.
Een vochtige omgeving is essentieel, omdat de jonge larven gelijk na het uitkomen water nodig hebben om te overleven. Sommige gifoogdazen (Atylotus) zijn karakteristiek voor bepaalde watertypen, met name zuur en zout. Heel bijzonder zijn de larven van de kwelder-gifoogdaas (Atylotus latistriatus) die zelfs in zout zeewater leven. Dat is voor het insectenrijk vrij uniek.
Sommige larven zijn echte rovers die leven van slakken, wormen en andere vliegenlarven, andere leven van rottende bladeren. Bij de larven van de runderdazen komt kannibalisme voor.
Dazenlarven zijn taaie beestjes die enkele maanden zonder voedsel kunnen. Bij ongunstige omstandigheden houden ze een winterslaap of zomer- of droogteslaap. De larven doorlopen meerdere stadia voor ze zich in het voorjaar verpoppen.
Ook de duur van het popstadium is afhankelijk van de temperatuur. Het kan één week tot een maand duren voordat de pop uitkomt. Pas uitgekomen dazen zitten 's ochtends vroeg vaak te zonnen op weidepaaltjes of schermbloemen. Een volwassen daas kan na de verpopping nog zo'n zes weken leven.
Steekgedrag
Net zoals dat bij steekmuggen het geval is, zijn het ook bij de dazen de vrouwtjes die steken en bloed zuigen. Na de paring heeft een vrouwtjesdaas het eiwitrijke bloed nodig om de eieren in haar achterlijf te laten rijpen.
Vooral bij warm en windstil weer slaan de vrouwtjesdazen toe. De slachtoffers worden opgespoord aan de hand van de koolstofdioxide die door uitademen in de lucht terechtkomt. Daarnaast reageren ze sterk op warmte, bijvoorbeeld door inspanning. Kleur lijkt minder van belang te zijn, al hebben de meeste soorten een voorkeur voor donkere kleuren. In hoeverre geur een rol speelt is niet bekend.
De steken van dazen kunnen heel gemeen en pijnlijk zijn, met name als je er wat gevoeliger voor bent.
De vrouwtjes hebben een gevaarlijke steeksnuit, waarmee ze zelfs door je kleding heen kunnen steken. Om het stollen van het bloed te voorkomen komt tijdens het steken speeksel vrij, dat jeuk en het opzwellen van de huid veroorzaakt.
Over het algemeen zijn dazen lastiger voor vee dan voor mensen. De paardendaas (Tabanus sudeticus) steekt koeien in de buik of tussen de schouderbladen; die plekken liggen buiten het bereik van de staart. Regendazen steken meer in de poten.
Sommige soorten regendazen vallen mensen aan, zoals de gewone regendaas (Haematopota pluvialis, zie foto) die vooral bij hoge luchtvochtigheid hinderlijk is. De beruchte dazen die het op je hoofd hebben gemunt, zijn goudoogdazen.
Iedereen reageert verschillend op een steek. De zwelling kan klein zijn en van vrij korte duur. Maar er zijn ook mensen die heftig reageren en grote zwellingen krijgen.
Soorten
De algemeenste dazensoorten behoren tot de runderdazen, regendazen en goudoogdazen.
Runderdazen (Tabanus) zijn middelgrote tot zeer grote dazen. Ze hebben een door de grote ogen driehoekige kop en een breed bruin achterlijf.
Regendazen (Haematopota) zijn slank en grijs van kleur met een fijn vlekkenpatroon op vleugels en achterlijf.
Goudoogdazen (Chrysops) zijn vrij klein. Ze hebben vaak een gele vlek op het achterlijf en ogen die bij levende dieren groen iriserend zijn. De vleugels zijn donker gevlekt.
Natuurlijke vijanden
Dazen hebben geen specifieke vijanden. Ze worden gegeten door allerlei insectenetende dieren zoals vissen, vogels en spitsmuizen.
Veranderingen in aantallen
In Nederland zijn dazen de afgelopen vijftig jaar flink in aantal afgenomen door de intensivering van de landbouw. Het "ontrotzooien" van het landschap is heel nadelig voor dazen, evenals ontwatering. Door het verdwijnen van greppelrandjes en drinkpoelen zijn de paardendaas (Tabanus sudeticus), de grote runderdaas (Tabanus bovinus) en de reuzendaas sterk in aantal afgenomen of uitgestorven. De zilte knobbeldaas (Hybomitra expollicata) en de zilte regendaas (Haematopota bigoti) zijn bedreigd door ontzilting van veenweidegebieden.
Nergens in Europa is de dichtheid aan dazen zo laag als bij ons. Er is hier dan ook zelden sprake van echte overlast, al kunnen dazen een rit te paard of een bezoek aan een natuurbad best eens verpesten.
Bestrijding
Aan het tijdelijke ongemak van dazen is niet zo veel te doen. Om te beginnen legt een vrouwtjesdaas honderden eitjes. De larven kunnen zich op allerlei plaatsen ontwikkelen, als het maar vochtig is. Daarbij leven de larven een verborgen bestaan. Pas wanneer de omstandigheden gunstig zijn gaan ze zich verpoppen. Dat kan op zomerse dagen leiden tot een lokale dazen-invasie, bijvoorbeeld in bossen of in de buurt van stallen, vennetjes en sloten.
Toch enkele tips
- Tijdens dazen-topdagen is het aan te raden een lange broek en lange mouwen te dragen. De stof moet niet te dun zijn, want daar steken ze doorheen. Draag het liefst kleding met een lichte kleur, omdat de meeste dazen een voorkeur hebben voor donkere kleuren. Zet een pet of hoed op om steken van goudoogdazen te voorkomen.Middeltjes
- Een antimuggenmiddel met DEET werkt ook uitstekend tegen dazen. Overweeg wel of het middel gezien de mogelijke bijwerkingen, zoals huidirritatie, niet erger is dan de kwaal (zie www.apotheek.nl). Alleen in laplandachtige toestanden is een DEET-middel aan te bevelen, zeker niet bij een enkele daas.
- Bij de apotheek zijn diverse crèmes en gels verkrijgbaar om te gebruiken tegen jeuk en pijn ten gevolge van dazen- en andere insectensteken. Niet iedereen lijkt daar evenveel baat bij te hebben. Op internet kom je ook apparaatjes tegen die met warmte of kleine schokstootjes de zwelling en de jeuk van een insectenbeet zouden verminderen.
- In ruitersportwinkels is anti-daasspray verkrijgbaar om dazen bij paarden uit de buurt te houden. Ook vliegendekens bieden paarden bescherming tegen dazen.
Meer informatie
Zeegers, Th. & T. van Haaren, 2000. Dazen en dazenlarven. Wetenschappelijke Mededeling 225 van de KNNV.