Home

Het zenuwstelsel, een fijnmazig netwerk voor informatieoverdracht

Tot de verste uithoeken van het lichaam loopt een fijnmazig netwerk van zenuwen dat duizenden acties en processen coördineert en aanstuurt. Zenuwen zijn gebundelde uitlopers van neuronen ofwel zenuwcellen en liggen in het perifere zenuwstelsel. Neuronen vormen de basis van ons hele zenuwstelsel. Hersenen en ruggenmerg, het centrale zenuwstelsel, hebben verreweg de grootste concentratie aan  neuronen.

12 paar hersenzenuwen, die uit de onderkant van de hersenen komen, verbinden de hersenen vooral met de hoofd- en nekstreek


Overal aansluitingen

Neuronen zijn door het hele lichaam te vinden, met andere woorden: elk deel van het lichaam staat in verbinding met het  zenuwstelsel. Ieder neuron heeft maar één axon -een lange uitloper met eventueel vertakkingen- en meerdere korte uitlopers, de dendrieten. Deze uitlopers kunnen zich door allerlei weefsels heenwringen om met andere neuronen in contact te komen.
Dat de hersenen en het ruggenmerg 'zenuwcentra' zijn, ligt voor de hand maar ook het kleinste onderdeel van ons lichaam, diep in de perifere gebieden, is via vertakkingen op het netwerk aangesloten.

 




De vorm van een neuron hangt af van zijn functie

 

Verschillende vormen

Neuronen kunnen verschillende vormen hebben, afhankelijk van de plek in het zenuwstelsel waar ze voorkomen en daarmee van hun functie. 
Een paar voorbeelden: in de 'zenuwcentra' hersenschors en ruggenmerg en ook in een paar gebieden in de hersenstam zitten speciale neuronen die erop gebouwd zijn om ter plekke zoveel mogelijk informatie te verwerken, belangrijk als de hersenen hun werk goed willen doen. Dit zijn de sterneuronen. Sterneuronen heten zo omdat ze een bolvormig netwerk met heel veel dendrieten hebben (deze beslaan zo'n 90 procent van het celoppervlak). Met andere woorden: ze hebben heel veel mogelijkheden om informatie van andere neuronen op te nemen. Ogen en neus hebben ook hun eigen type neuronen, aangepast aan het werken in die omgeving. In de kleine hersenen tenslotte vinden we neuronen die gespecialiseerd zijn in de fijne motoriek.

Afhankelijk van hun taak zijn neuronen te verdelen in sensorische en motorische neuronen en schakelcellen, ook wel interneuronen genoemd.



Het zenuwstelsel

Het grootste deel van het contact tussen hersenen, lijf en leden verloopt via het ruggenmerg; alleen hoofd- en nekstreek hebben eigen verbindingen met de hersenen. 31 Paar ruggenmergzenuwen en 12 paar hersenzenuwen verzorgen de verbinding tussen het centrale zenuwstelsel en het perifere netwerk. De perifere zenuwen kunnen we verdelen in motorische en sensorische zenuwen. 
De meeste zenuwen zijn genoemd naar een bot dat in de buurt ligt, bijvoorbeeld de heiligbeenzenuwen of de scheenbeenzenuw.

31 paar ruggenmergzenuwen zorgen voor contact tussen het centrale en het perifere zenuwstelsel


Een apart verhaal zijn de autonome zenuwen die ook bij het perifere zenuwstelsel horen. Het gaat hier om zenuwen die de communicatie verzorgen tussen een aantal hersencentra (hersenstam, hypothalamus, limbisch systeem) of het ruggenmerg en de inwendige organen. 
De autonome zenuwen zijn betrokken bij alle automatische functies van het lichaam en reguleren inwendige lichaamsprocessen. We kunnen ze niet bewust beïnvloeden maar ze reageren vaak wel op emoties. Wij merken dat dan doordat we bijvoorbeeld gaan blozen of zweten, of doordat we maag-darmklachten krijgen.

Als je alle zenuwbanen achter elkaar legt is de totale lengte van het perifere zenuwstelsel ongeveer 150.000 kilometer. Dat is bijna vier keer de aarde rond.



Meer dan één plek om informatie te verwerken of te bewaren

De uitgebreide informatiestroom komt niet op één plek in de hersenen terecht. Er zijn verschillende plekken om het zeer gevarieerde aanbod aan informatie te verwerken, maar ook om instructies te geven of informatie 'voor later' op te slaan.
Bijvoorbeeld: sensorische signalen worden doorgestuurd naar de verschillende zintuiggebieden. De somatosensorische cortex is er daar één van. Hier gaan alle 'lijfelijke' waarnemingen van de huid naartoe zoals aanraken, druk, temperatuur of pijn, zodat we bijvoorbeeld onderscheid kunnen maken tussen aaien of knijpen.
De motorische cortex verwerkt motorische informatie en stuurt alle bewuste spierbewegingen aan.
Een belangrijk tussenstation bij het doorsturen en combineren van sensorische en motorische informatie is een zenuwknooppunt dat in het centrum van de hersenen ligt: de thalamus.

                  
Hippocampus, de sorteerplaats voor het geheugen


Informatie 'voor later' wordt in diverse geheugens opgeslagen. De hersenen kennen niet één opslagplaats voor alle feiten en gebeurtenissen uit je leven maar er zijn diverse typen geheugens. Dit hangt af van wat er precies opgeslagen moet worden: informatie over bewegingen, bijvoorbeeld hoe je moet fietsen, wordt in de motorische cortex bewaard terwijl herinneringen aan muziek in de gehoorcentra opgeslagen worden.
De hippocampus fungeert daarbij als een soort sorteerplaats: daar worden feiten en gebeurtenissen geselecteerd die de moeite van het bewaren waard zijn.



Januari 2007
Redactie Natuurinformatie Naturalis
Illustraties Bas Blankevoort