Home

Robert Chambers suggereert bestaan van een missing link tussen aap en mens

In 1844 zorgde een 400 pagina's tellend boek zonder auteur op de kaft voor grote onrust. Het boek was getiteld: Vestiges of the Natural History of Creation. In dit boek werd de ontwikkeling van het leven uitgewerkt, vanaf het ontstaan van de aarde tot het ontstaan van leven in de vorm van planten, dieren en uiteindelijk de mens. De kern van het boek was de transformatie van soorten, dus de geleidelijke overgang van de ene soort in de andere. Het boek gaf aanleiding tot het idee dat de mens van de apen zou afstammen, en dat zorgde natuurlijk voor een enorme schok. God had toch immers de mens geschapen naar zijn evenbeeld? In het Victoriaanse tijdperk was het  ondenkbaar dat de mens af zou stammen van zoiets primitiefs als een aap.

 

 

Robert Chambers

Pas in 1884 werd bekend dat Robert Chambers (1802-1871) de schrijver was van dit boek. In nieuwe uitgaven van Vestiges of the Natural History of Creation prijkte zijn naam wel op de voorkant. Aanvankelijk had hij het boek anoniem gepubliceerd om zijn carrière te beschermen. Dat bleek een juiste beslissing. Hij behoorde tot Engelands vooraanstaande uitgevers en het controversiële boek had het einde van zijn carrière kunnen betekenen. Chambers was de eerste die publiekelijk besprak dat de mens van de aap zou kunnen afstammen en suggereerde dat er ooit een tussenvorm geleefd moest hebben half aap, half mens. Vroeg of laat zouden paleontologen met gevonden fossielen het bestaan van deze ontbrekende schakel (Missing Link) aantonen.

Kritiek

De kritiek die Chambers op zijn boek kreeg, had tot gevolg dat andere wetenschappers die na hem over de evolutie en het ontstaan van de mens publiceerden, wisten wat hen te wachten stond als ze het zouden hebben over de evolutie van de mens. Met name Darwin kon zich hierdoor goed voorbereiden op kritieken toen hij in 1859 zijn On the Origin of Species (zijn grote evolutionaire werk over de veranderlijkheid van soorten) en in 1871 The Descent of Man (over de afstamming van de mens) publiceerde.

Richard Owen

Een belangrijk punt van kritiek op het idee dat de mens van de aap af zou stammen, kwam van Richard Owen in 1855. Owen gebruikte al zijn anatomische kennis om te kunnen bewijzen dat de mens niet van de aap afstamt. Hij wees daarbij op de zware wenkbrauwbogen bij mensapen. Volgens Owen zou de mens ook zware wenkbrauwbogen moeten hebben als de mens van de aap af zou stammen, omdat de wenbrauwbogen  nooit veranderen. Niet door uitwendige en niet door inwendige omstandigheden. Voor Owen was het ontbreken van zware wenkbrauwbogen bij de mens hét bewijs dat de mens niet van de aap afstamt. Een jaar na deze bewering werd er echter een ontdekking gedaan die deze kritiek totaal onderuit haalde: de vondst van Neanderthalerschedel in Duitsland.

Modern en toch primitief

In 1856 vonden arbeiders tijdens het wegscheppen van klei uit een grot in de buurt van Düsseldorf een menselijke schedel met dikke wenkbrauwbogen. Weliswaar had men niet de Missing Link tussen aap en mens gevonden - de schedel was niet oud genoeg en vertoonde moderne kenmerken zoals een groot hersenvolume - de dikke rand boven de oogkassen duidde op een inniger relatie tussen mens en aap dan men voor mogelijk had gehouden.

Sir Richard Owen (1804-1892) met een poot van een uitgestorven moa.