Home

Een nieuwe relatie tussen mens en dier

Door het besef dat de mens deel uitmaakt van het dierenrijk, verandert ook onze visie op de andere dieren.

In het midden van de negentiende eeuw wees de grondlegger van de evolutietheorie, Charles Darwin, ons op onze taxonomische plaats in het dierenrijk. Sindsdien groeit het besef dat de mens, net zoals ieder ander organisme, deel uitmaakt van de natuur. De mens speelt een belangrijke rol in het ingewikkelde netwerk van ecologische interacties in de biosfeer. En met het besef van onze evolutionaire verwantschap met de andere diersoorten groeit ook het besef van onze bijzondere verantwoordelijkheid ten opzichte van de andere organismen.

Mededieren

In onze westerse wereld worden huisdieren†meer en meer gezien als mededieren. Honden en katten bijvoorbeeld zijn huisgenoten en leden van de familie.

Het gebruik van proefdieren voor medische en farmaceutische doeleinden is tegenwoordig geen vanzelfsprekende zaak meer. Met name het gebruik van nauw aan de mens verwante dieren, de apen en mensapen, voor medische en wetenschappelijke experimenten stuit op verzet. Maar ook zijn bijvoorbeeld bontjassen in opvallend korte tijd volledig verdwenen uit het Nederlandse straatbeeld. De recreatieve jacht op wild zoals herten, reeŽn en fazanten ondervindt publieke afkeuring, evenals de industriŽle productie van vlees en eieren. Regelmatig krijgen met uitsterven bedreigde diersoorten zoals mensapen en walvissen aandacht in de media.

Vroeger, vůůr Darwin, was het mogelijk om een scherpe grens te trekken tussen mens en dier. De evolutietheorie heeft die grenslijn doen vervagen. Darwin voorspelde al dat wij als gevolg daarvan meer empathie (inlevingsvermogen) en sympathie zullen gaan vertonen ten opzichte van de dieren.

terug naar de tijdbalk biotechnologie