Home

De ouderdom van de aarde

Volgens de huidige geologische tijdschaal is de planeet aarde 4,65 miljard jaar oud. Het heelal is veel ouder: vijftien†ŗ†twintig miljard jaar. De ouderdomsbepalingen berusten op astronomische en fysische data. Ongetwijfeld zullen deze cijfers nog vaak worden bijgesteld. Dat ooit zal worden aangetoond dat de aarde slechts enkele duizenden of enkele tientallen duizenden jaren oud zou zijn, zoals de creationisten beweren, is niet aannemelijk. Daarvoor bestaat geen enkel geldig natuurwetenschappelijk bewijs.

De eerste experimenten om de ouderdom van de aarde te bepalen werden uitgevoerd door de Franse natuuronderzoeker Buffon. Hij veronderstelde dat de aarde†bij haar ontstaan gloeiend heet was en sindsdien langzaam afkoelt. Buffon liet een ijzeren bol maken, verhitte die totdat†ze roodgloeiend werd, en mat vervolgens hoe lang het duurde†totdat ze†volledig was afgekoeld. Uit deze gegevens extrapoleerde hij dat een bol van de grootte van de aarde†zo'n 80.000 jaar nodig zou heben om af te koelen. Zo oud moest de aarde dus†zijn volgens Buffon.

Voor Darwin was dit tijdsbestek†veel te kort. Hij besefte dat evolutie veel meer tijd nodig heeft. Op grond van geologische feiten, zoals de erosiesnelheid van rotsen, veronderstelde hij dat de aarde verschillende honderden miljoenen jaren oud moest zijn. Veel van zijn tijdgenoten accepteerden die schatting.

Kink in de kabel

Er kwam een kink in de kabel: een Britse natuurkundige, Lord Kelvin, berekende†dat de ouderdom van de aarde hooguit 100.000 jaar kon zijn. Dat klopte niet, maar†Darwin en zijn medestanders konden het destijds niet weerleggen.†Enerzijds had Kelvin, gedreven door zijn geloofsovertuiging,†de feiten enigszins geweld aangedaan. Anderzijds hield hij geen rekening†met het verwarmende effect van de natuurlijke radioactiviteit van de aarde. Maar dat laatste kan Kelvin niet worden aangerekend: het verschijnsel radioactiviteit was in zijn tijd immers nog volledig onbekend.

Het was voor†Darwin reden om zijn evolutietheorie bij te stellen en veel meer dan voordien het belang van sexuele selectie te benadrukken. Ook ging hij zelfs zover om, vergelijkbaar met Lamarck, in bepaalde gevallen erfelijkheid van verworven eigenschappen te accepteren. Tezamen met natuurlijke selectie zouden deze factoren de snelheid van evolutieprocessen substantieel verhogen. Niettemin realiseerde Darwin zich dat 100.000 jaar veel te weinig was voor zijn evolutietheorie.

terug naar de tijdbalk biotechnologie