Home

De allereerste natuurwetenschap

Welke natuurvisies hadden onze evolutionaire voorlopers? HŠdden oermensen zoals de Australopitheci†wel zoiets als visies op de wereld en het leven? Het is natuurlijk moeilijk om daar met zekerheid achter te komen. Toch†is er een aantal speculatieve conclusies mogelijk.


Had Australopithecus boisei een visie
op de wereld en het leven?

Om een visie te ontwikkelen op de mens, het leven, de natuur of de wereld is taal nodig, en dus ook spraakvermogen. Daarom nemen we aan dat de allereerste natuurvisies in de loop van de menselijke evolutie gelijktijdig zijn ontstaan met het spraak- en taalvermogen. Wanneer dat precies is gebeurd, en bij welke oermensen, is onbekend.

De meeste onderzoekers zijn†van mening dat in ieder geval de moderne mens - onze soort, Homo sapiens - al vanaf het begin van zijn ontstaan circa 200.000 jaar geleden†het nodige spraak- en taalvermogen had om een gedachtengang op te kunnen bouwen en te vervolgen, om abstracte begrippen te formuleren en om filosofische vragen te stellen over de wereld en het leven.

Die opvatting is gebaseerd†op een aantal archeologische en paleoantropologische overwegingen:

  1. De anatomische voorwaarden om te kunnen praten (anatomische structuur van mond, keel, strottenhoofd, hersenen) waren aanwezig.
  2. Artefacten zoals gebruiksvoorwerpen (werktuigen en wapens) en kunstvoorwerpen zoals grotschilderingen, beeldjes en sieraden wijzen op een rationele denkwereld. Het maken van zulke voorwerpen vergt† technisch inzicht, planning en een systematische aanpak. Daarvoor is in ieder geval een talige gedachtenwereld nodig die betrekking heeft op de leefomgeving en alles wat daarin van onmiddellijk levensbelang is.
  3. Het verschijnen van wat wij nu kunstuitingen noemen, zoals afbeeldingen van dieren en mensen, ornamenten en versierde gebruiksvoorwerpen, wijst eveneens op het bestaan van een zekere visie op de wereld en de menselijke samenleving. Dat geldt ook voor de archeologische sporen van begrafenisrituelen uit de prehistorie. Ze vormen een sterke aanwijzing voor het bestaan van visies van levensbeschouwelijke aard.†Deze visies hadden veel meer te maken met mythologie en sjamanisme dan met natuurwetenschap of techniek.

Het†dualisme tussen technisch-natuurwetenschappelijke en mythologisch-sjamanistische visies en denkwerelden vormt ook vandaag de dag een belangrijk spanningsveld in de samenleving.

terug naar tijdbalk biotechnologie