Home

De eerste bioloog: Aristoteles

De eerste uitvoerige biologische visie op het leven en de natuur was die van de†Griekse filosoof en natuurkenner Aristoteles (384-322 v. Chr.). Hij was de eerste die de natuur op†systematische wijze†ging onderzoeken.

Aristoteles (foto:NIBI)

Vader van de biologie

De wetenschappers uit de†tijd van Aristoteles probeerden†de wereld om hen heen te verklaren door middel van beredenatie. De stelling was dat als je iets kon beredeneren, het wel moest zijn zoals je het had bedacht. Ze†bedachten bijvoorbeeld gewoon hoe dieren in elkaar zouden zitten, zonder die bedenksels wetenschappelijk te staven.

Aristoteles pakte het anders aan: hij gaf vooral zijn ogen de kost.†Anders dan zijn tijdgenoten vond hij het goed waarnemen en beschrijven van dingen die zich in de levende natuur afspeelden heel belangrijk.†Aristoteles was ťťn van de eersten die dieren op een wetenschappelijke manier bekeek, vandaar dat hij ook wel de vader van de biologie wordt genoemd. Hij†ontleedde zelfs dieren om de werking van de organen te kunnen verklaren.†

Volgens de overlevering was Aristoteles ook de eerste natuurhistorische verzamelaar. De officieren van de grote veroveraar Alexander de Grote - Aristoteles was zijn huisleraar geweest - hadden de opdracht om alle bijzondere planten en dieren die zij tijdens hun veldtochten aantroffen, mee te nemen voor Aristoteles collectie.

Scala Naturae: een ladder van het leven

Aristoteles probeerde levende wezens zoveel mogelijk te groeperen op basis van†gemeenschappelijke kenmerken. Zijn indeling†leidde uiteindelijk tot†een 'scala naturae': een ladder van het leven, waarop levende wezens werden gerangschikt van simpel naar complex. Zo staan vrij laag op de ladder† de†paddestoelen en de planten.†Op†de bovenste treden staan†de viervoeters, met daarboven de mensen, en op de hoogste trede God.

Statisch en dynamisch

Het natuurbeeld van Aristoteles en zijn tijdgenoten is veranderlijk en ůnveranderlijk tegelijk, of met andere woorden: tegelijkertijd statisch en dynamisch.

  • Statisch in de zin†dat alles in de wereld†een vaste plaats heeft. Soorten zijn perfect en onveranderlijk. De natuur kenmerkt zich door orde, regelmaat en wetmatigheid. Eb en vloed, dag en nacht, de seizoenen, maanstanden, planetenbanen, overal zien we regelmaat. Dat onveranderlijke aspect van de natuur maakt haar kenbaar en†bestudeerbaar.
  • Naast het onveranderlijke of statische aspect van de natuur is er het dynamische, veranderlijke aspect. Overal in de natuur zien we verandering: zaadjes groeien uit tot planten die op hun beurt weer zaadjes produceren. Uit eieren komen vogels die weer eieren leggen. Kleine kikkervisjes worden kikkers, welpjes worden leeuwen, baby's groeien op tot volwassen mensen, enzovoorts. Aan de basis van al die veranderlijkheid ziet Aristoteles een sturende, vormgevende dynamische natuurkracht, die hij 'entelechie'† (doelgerichtheid) noemde.

Het statische natuurbeeld†van Aristoteles bleef min of meer overeind tot de negentiende eeuw, toen Darwin de veranderlijkheid in de natuur ontdekte.

De principiŽle kenbaarheid van de natuur is nog steeds het fundament van al onze huidige natuurwetenschappelijke visies. Het al of niet bestaan van Aristoteles sturende natuurkracht entelechie is herhaaldelijk onderwerp van discussie geweest. Darwin verwees die natuurkracht†naar het rijk der fabelen.

terug naar de tijdbalk biotechnologie