Home

Borst en buik

De borst bestaat uit de borstkas (met daarin de longen en het hart) en een aantal spieren. Door het middenrif wordt de borstholte afgescheiden van de buikholte, waarin een deel van de spijsverteringsorganen ligt. De buikholte wordt aan de voorkant en zijkant omsloten door de buikspieren.


De borstkas


De borstkas (thorax) bestaat uit de borstwervels, twaalf paar ribben en het borstbeen. De borstwervels hebben speciale gewrichtsvlakjes voor de ribben. De borstkas is niet een stijf geheel, maar is door de gewrichten en kraakbeen beweeglijk. Hierdoor kan de borstkas uitzetten bij de inademing. 

De borstkas van voren gezien.
De borstkas van voren gezien. Het handvat, lichaam en zwaardvormig aanhangsel vormen samen het borstbeen.
De borstkas van achteren gezien.
De borstkas van achteren gezien.

De ribben

De ribben (costae, costa in enkelvoud) zijn lange, gebogen botstukken waarvan de mens er twaalf paar heeft. Hiervan zijn er gemiddeld zeven via kraakbeen met het borstbeen verbonden: dit worden de ware ribben genoemd (costae verea). De vijf die daaronder zitten zijn niet direct met de borstkas verbonden en worden daarom valse ribben (costae spuriae) genoemd. De onderste twee valse ribben hebben helemaal geen verbinding met het borstbeen en worden daarom zwevende ribben (costae fluctuantes) genoemd. Het is een mythe, die voortkomt uit het bijbelse scheppingsverhaal, dat mannen een rib minder hebben dan vrouwen.


Het borstbeen


Het borstbeen (sternum) is een lang en plat bot dat bestaat uit drie delen. Op het bovenste deel, het handvat (manubrium), is het sleutelbeen en de eerste rib aangesloten. Op de plek waar de tweede rib aansluit, is het handvat verbonden het lichaam (corpus) van het borstbeen. Op dit lichaam zijn de rest van de ribben via kraakbeen aangesloten en het is bij mannen relatief gezien iets langer dan bij vrouwen. Onder het lichaam zit het zwaardvormig aanhangsel (processus xiphoideus) dat per persoon verschillend van vorm kan zijn. Het aanhangsel bestaat bij kinderen nog uit kraakbeen, maar verbeent later.


Spieren van de borst


De scheiding tussen de borstholte en de buikholte wordt gevormd door het middenrif (diaphragma). Het is een koepelvormige structuur waarvan het midden bestaat uit een peesplaat (centrum tendineum) waarmee het hart verbonden is. Bij het samentrekken van de spier wordt de koepel iets afgevlakt en wordt de lucht daardoor de longen ingezogen (inademing). In het middenrif zit een aantal gaten voor de slokdarm, bloedvaten en zenuwen. 'De hik' ontstaat door een onwillekeurige, krampachtige en plotselinge samentrekking van het middenrif.

De tussenribspieren zijn plaatvormige spieren die in twee lagen tussen telkens twee opeenvolgende ribben liggen. De buitenste tussenribspieren (musculi intercostales externa) zijn vooral betrokken bij de inademing. De binnenste tussenribspieren (musculi intercostales interni) zijn voornamelijk betrokken bij het uitademen.

Er zijn twee borstspieren aan elke kant van het lichaam, een grote en een kleine. De grote borstspier (musculus pectoralis major) is veruit het beste te zien, vooral bij gespierde mensen en mensen met weinig vet. Hij heeft een brede oorsprong op hoofdzakelijk de ribben en het borstbeen en loopt naar de voorkant van het opperarmbeen. Zijn functie is de armen naar het lichaam toebrengen. Dit is bijvoorbeeld goed te zien (bij jezelf in de spiegel) wanneer je je handen op borsthoogte krachtig tegen elkaar drukt.

De kleine borstspier (musculus pectoralis minor) ligt geheel onder de grote borstspier en loopt van de ribben naar het ravenbekuitsteeksel van het schouderblad. De spier kan zowel het schouderblad naar beneden trekken als de ribben heffen en daarmee de ademhaling ondersteunen.   

Een andere spier die soms te zien is, is de voorste getande spier (musculus serratus anterior). Deze spier loopt van de zijkant van de borstkast naar het schouderblad en kan zo het schouderblad op zijn plaats houden of naar beneden trekken. Alleen de onderste drie koppen (de 'tanden') zijn soms te zien. 

De spieren van de borst en de buik
De spieren van de borst en de buik (de gele lijntjes zijn zenuwen, de rode en blauwe bloedvaten).

De buikspieren

De buikspieren bestaan uit vier lagen. De meeste oppervlakkige laag wordt gevormd door de rechte buikspier. Daaronder liggen de uitwendige en de inwendige schuine buikspier. De diepste laag wordt gevormd door de dwarse buikspier. Naast het mogelijk maken van bewegingen in de romp, helpen de buikspieren ook om de ingewanden binnen te houden. 

De rechte buikspier (musculus rectus abdominis) zorgt voor het befaamde wasbordje of de blokjesbuik en maakt het mogelijk dat je je romp kunt buigen (zoals bij het doen van sit-ups). In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, bestaat deze buikspier niet uit 6 blokjes (de sixpack), maar uit acht of tien. De blokjes ontstaan doordat strengen van bindweefsel de spier opdelen in verschillende spierbuikjes. Omdat de onderste strengen slecht te zien zijn, er meer vet overheen ligt en ze vaak onder de broek zitten, lijkt het net alsof er maar zes blokjes zijn.

De andere drie liggen deels onder de rechte buikspier. Er zijn twee schuine buikspieren, een uitwendige (musculus obliquus externus abdominis) en een inwendige (musculus obliquus internus abdominis). Deze spieren maken vooral het buigen en draaien van de romp mogelijk.

Onder de schuine buikspieren ligt horizontaal de dwarse buikspier (musculus transversus abdominis). Deze buikspier kan voornamelijk de buikholte verkleinen en daarmee de druk in de buikholte verhogen.