Home

Arm

De arm bestaat uit de bovenarm, onderarm en hand. De bovenarm is via het schoudergewricht verbonden met de schouder, de onderarm via het ellebooggewricht met de bovenarm en de hand via het polsgewricht met de onderarm.

Bij de mens zijn de armen de bovenste twee ledematen en worden daarom ook wel de bovenste extremiteiten genoemd. De mens is uniek onder de dieren in dat hij in de loop van de evolutie geheel op twee benen is gaan lopen. Hierdoor zijn de armen vrijgekomen van de grond en is de mens goed in staat dingen te manipuleren (vastpakken, bewerken, etc.). Logischerwijs zijn de armen van de mens slanker en minder krachtig dan zijn benen. De vrijheid van de gehele arm, die de schoudergordel mogelijk maakt, hebben we te danken aan onze voorouders die in de bomen leefden.

De bovenste extremiteit bestaat dus uit drie elementen (bovenarm, onderarm en hand) en drie scharnieren (schoudergewricht, ellebooggewricht en polsgewricht). Wat is er nu zo handig aan drie elementen? Waarom niet twee of één? Aan de hand van de volgende illustraties zal dit uitgelegd worden.

De arm bestaat uit drie elementen waardoor het mogelijk is de hand parallel aan zichzelf te laten bewegen.

Met drie elementen en drie gewrichten is het dus mogelijk om het laatste element (de hand) parallel aan zichzelf (in een rechte lijn) te laten bewegen. Dit is erg handig wanneer je bijvoorbeeld met je hand iets horizontaal of verticaal wilt verplaatsen. 

 

 

 Klik op de verschillen de onderdelen van de arm als je er meer over wilt weten.