Home

Eerste gedeelte van de dunne darm: twaalfvingerige darm

De dunne darm bestaat uit twee delen. In het eerste deel (twaalfvingerige darm) worden voedingsstoffen afgebroken en deels opgenomen. In het tweede deel (het samenstel van nuchtere darm en kronkeldarm) vindt de grootste opname van voedingsstoffen plaats.

Voor de afbraak van voedingsstoffen in de twaalfvingerige darm zijn spijsverterende sappen nodig. Twee organen die in de twaalfvingerige darm uitmonden leveren deze stoffen: de lever en de alvleesklier.

 

 

 

Opbouw dunne darm

De twaalfvingerige darm sluit aan op de maag en is slechts 25 centimeter lang.
Aan het eind zit een scherpe knik: daar begint het volgende stuk van de dunne darm: de nuchtere darm (250 centimeter lang).
Er is geen duidelijke overgang naar de kronkeldarm, het laatste stuk van de dunne darm (330 centimeter lang)

 

 

 

Functie

De twaalfvingerige darm heeft drie functies:

  1. Regelen van de frequentie van het legen van de maag.
  2. Neutraliseren van maagsappen.
  3. Afbreken en opnemen van voedingsstoffen.

 

 

 

 

Hulporganen

In de twaalfvingerige darm komen afvoerbuizen van twee hulporganen uit: de lever en de alvleesklier. Zij produceren spijsverteringssappen die via de papil van Vater in de twaalfvingerige darm terecht komen en daar meehelpen bij de afbraak van voedingsstoffen.

 

 

 

 

Werking

 

Regelen van de frequentie van het legen van de maag

De maag leegt zijn inhoud niet in één keer in de twaalfivingerige darm, maar met kleine beetjes per keer. Om voedsel door te laten, opent zich steeds even de pylorus, de kringspier die de onderzijde van de maag afsluit. Na elke opening prikkelen hormonen die geproduceerd worden in de darmwandcellen de pylorus om zich weer te sluiten. De hormonen remmen dus het legen van de maag.

 

Neutraliseren van maagsappen

Voedsel dat in de twaalfvingerige darm terecht komt is nog zuur van de maagsappen en kan de wand va de twaalfvingerige darm beschadigen. Het moet dus eerst worden geneutraliseerd. Voor de neutralisatie is basisch bicarbonaat (HCO3) nodig, dat afgescheiden wordt door de pancreas of alvleesklier. Pancreassap komt via de papil van Vater in de twaalfvingerige darm terecht en mengt zich met de daarin aanwezige voedselbrij. Pas als het milieu in de twaalfvingerige darm niet meer zuur is, opent de maag zich weer om nieuwe beetjes voedsel in de twaalfvingerige darm toe te laten.

 

Afbreken en opnemen van voedingsstoffen

Pancreassap bevat verschillende enzymen die voor de verdere afbraak van voedingstoffen zorgen.

Het enzym amylase (identiek aan amylase dat in speeksel zit) kan resterende koolhydraten afbreken tot meervoudige suikers. Dit gebeurt in combinatie met verschillende suikerafbrekende enzymen die door de wand van de twaalfvingerige darm zelf worden afgescheiden; de sterk geplooide wand neemt vervolgens de ontstane suikers gemakkelijk op.

In pancreassap zitten ook eiwitsplitsende enzymen zoals trypsine. Bij de afbraak worden eiwitten uiteengelegd in peptiden en aminozuren. Deze stoffen worden meteen opgenomen in de cellen van de darmwand. In totaal breekt de twaalfvingerige darm ongeveer de helft van de eiwitten af die met ons voedsel binnen komen. De rest wordt verwerkt in het tweede deel van de dunne darm: de nuchtere darm en de kronkeldarm.

De lever produceert gal, een zoutige vloeistof die in staat is om vet te emulgeren, dat wil zeggen: op te breken in fijne druppeltjes. Deze druppeltjes worden micellen genoemd. Verkleining in druppels vergroot het netto oppervlak van het vet. Lipase, een door de twaalfvingerige darm afgescheiden enzym heeft zo meer aangrijpingspunten om het vet te splitsen in vetzuren en monoglyceriden.

Per etmaal maakt de lever ongeveer een halve liter gal aan. De lever loost dit niet meteen in de twaalfvingerige darm maar slaat het op in de galblaas. Hier wordt aan de gal water onttrokken zodat het vijf tot tien keer indikt. Uiteindelijk komt het via de papil van Vater in de twaalfvingerige darm terecht. Het legen van de galblaas gebeurt onder invloed van het hormoon cholecystokinine, dat aangemaakt wordt in de wand van de twaalfvingerige darm. Het hormoon prikkelt de spierwand van de galblaas tot krachtig samentrekken, waarbij de inhoud massaal in de twaalfvingerige darm stroomt.

 

Overgang naar het tweede deel van de dunne darm

Tijdens het verteren en opnemen van voedingsstoffen trekt de gespierde wand van de twaalfvingerige darm voortdurend samen. Deze peristaltische beweging stuwt de voedselbrij voort in de richting van de nuchtere darm. Tussen de twaalfvingerige darm en de nuchtere darm zit alleen een scherpe knik maar geen afsluitende kringspier of klep.