Home

Maag

De maag is een gespierde zak die krachtig samentrekt en daarbij voedsel kneedt en fijnmaakt. Tijdens het kneden scheidt de maagwand spijsverterende sappen af die het voedsel afbreken.

De maag heeft de vorm van een gekromde boon en zit in de buikholte. Aande bovenkant is hij verbonden met de slokdarm, aan de onderkant met de twaalfvingerige darm.

Functie

De maag heeft drie functies: het verder kneden en fijnmaken van voedsel dat via de slokdarm uit de mond komt, het doden van bacteriŽn en het afbreken van eiwitten en vetten.

Leeg is de maag niet groter dan de hand van een volwassene. Maar omdat hij flexibel is kunnen we er toch een hele maaltijd in kwijt. Tijdens het eten rekt de maag steeds verder uit tot hij twee tot drie keer zo groot is worden. Dan zitten we vol.

Werking

Drie spierlagen laten de maag krachtig samentrekken en kneden daarbij het voedsel dat zich in de maagholte†bevindt. Tijdens het kneden wordt de voedselbrij vermengd met spijsverteringssappen die worden afgescheiden door klieren in de maagwand. Per dag produceren†ze 2,5 liter maagsap. Maagsap bevat zoutzuur dat in staat is om schadelijke bacteriŽn te doden. Zelf wordt de maagwand niet door het zuur aangetast omdat hij beschermd wordt door een slijmvlieslaag (mucosa), waarin stoffen zitten die zoutzuur neutraliseren.

opbouw van de maagwand

De maagwand is opgebouwd uit†zes lagen. De maag bezit een extra spierlaag, zodat hij krachtig kan samentrekken. In de licht geplooide slijmvlieslaag bevinden zich buisjes waar een of meerdere maagsapklieren op uit komen. Zij produceren slijm, zoutzuur, pepsinogeen en gastrine die samen het maagsap vormen.

Het kneden vindt vooral plaats in de bovenste helft van de maag. Deze helft is dan ook gespierder dan de onderste maaghelft. De onderste maaghelft kan niet zo goed samentrekken met als gevolg dat de voedselbrij onderin minder dicht van samenstelling is. De bovenste inhoud van de maag zal zich nu van de onderste helft scheiden op basis van de dichtheid van de aanwezige stoffen. Vetten komen hierdoor bovenop te liggen en koolhydraten en eiwitten onderop. De maag leegt zich aan de onderkant, dus vetten zullen de maag later verlaten dan koolhydraten en eiwitten.

De werking van de maag wordt sterk beinvloed door het hormoon gastrine dat in de slijmvlieslaag in het onderste deel van de maag wordt geproduceerd. Gastrine heeft meerdere functies: het verhoogt het aantal spiersamentrekkingen in het onderste deel van de maag, het stimuleert de uitscheiding van zoutzuur en regelt de aanmaak van pepsinogeen, een enzym dat een rol vervult bij de afbraak van eiwitten.

Afbraak van eiwitten

Eiwitten in het voedsel worden in de maag afgebroken door pepsine, een enzym dat eiwitmoleculen opknipt in kleinere moleculen: polypeptiden en peptiden.

Maagsapklieren produceren geen pepsine maar pepsinogeen, een inactief enzym. Wanneer pepsinogeen in een milieu terecht komt met een hoge zuurgraad wordt het omgezet in het actieve pepsine.

Afbraak van vetten

Vetten zijn moeilijk afbreekbare stoffen die de maag in een aantal stappen afbreekt. Eerst verdeelt de maag vetten tijdens het kneden in kleine bolletjes. Vervolgens scheidt de slijmvlieslaag in het bovenste gedeelte van de maag een speciaal enzym af: lipase. Dit enzym is in staat om de vetbolletjes af te breken tot vetzuren en monoglyceriden. De maag produceert echter maar een beperkte hoeveelheid lipase en kan dus niet al het vet afbreken. Het grootste deel van de vetafbraak vindt dan ook in het volgende spijsverteringsstation plaats: de twaalfvingerige darm.

splitsing van vet

Vetten bestaan uit twee delen: een hydrofiele (wateraantrekkende) kop en een hydrofobe (waterafstotende) staart. In de waterige omgeving van de maag keren de hydrofobe delen naar binnen toe, zodat ze van het water af komen te staan. Zo ontstaan vetbolletjes met een hydrofiele buitenkant, zogenaamde micellen. Het enzym lipase werkt op de grens van hydrofiel en hydrofoob: hier vindt de splitsing van de vetmoleculen plaats in vetzuren en monoglyceriden.

Overgang naar de twaalfvingerige darm

Aan de onderkant wordt de maag afgesloten door een kringspier, de pylorus. De pylorus vormt de doorgang van de maag naar de twaalfvingerige darm. Wanneer de golfbeweging van de spierlagen in de wand van de maag de maagbodem bereiken, ontspant de pylorus. Er worden dan steeds kleine hoeveelheden voedingsbrij doorgelaten naar de twaalfvingeirge darm. Na een†gewone maaltijd duurt het ongeveer drie uur voordat de maag geleegd is in de twaalfvingerige darm. Na een vetrijke†schranspartij kan dit een tot twee uur langer duren.

Braken

Braken is het ongewild naar buiten brengen van de inhoud van de maag en soms van de twaalfvingerige darm via de mond. Het is een reflex waarover we meestal geen controle hebben. De aandrang om te braken komt niet vanuit de maag of de twaalfvingerige darm maar uit onze hersenen.† Er is een speciaal braakcentrum in de hersenen dat het misselijke gevoel opwekt. Verschillende prikkels kunnen braken veroorzaken. Maar altijd zijn het de hersenen die het uiteindelijke signaal geven. Irritatie van de slijmvlieslaag van de maag door bedorven voedsel kan aanleiding geven tot braken. Braken is in dit geval een beschermingsmechanisme om het lichaam tegen schadelijke bacteriŽn en andere ziekteverwekkers te behoeden: die gaan immers met het braaksel mee naar buiten. Wagenziekte of zeeziekte kunnen ook braken veroorzaken. Hierbij spelen echter geen ziekteverwekkers een rol, maar een verstoring van†het evenwicht.