Home

Zoeken

Zoek in 6435 artikelen


    Strandgaper

     
    binnenkant buitenkant

     

    Nederlandse naam

    Strandgaper.

     

    Wetenschappelijke naam

    Mya arenaria (Linnaeus, 1758).

     

    Behoort tot de

    Tweekleppigen (Bivalvia).

     

    Belangrijkste kenmerken

    Een grote stevige schelp, een van de grootste die bij ons te vinden is. De schelp heeft een afgeronde en een spitse kant, waardoor de schelp langwerpig van vorm is. De kleppen gapen sterk. Het oppervlak heeft alleen ruwe groeilijnen. In de linkerklep onder de top bevindt zich een chondrofoor, waarvoor in de rechterklep een driehoekige uitholling te zien is. De mantellijn heeft een duidelijke bocht.

     

    Grootte

    Tot 13 cm lang en 7 cm hoog.

     

    Kleur

    Geelwit of bruin, aangespoelde exemplaren kunnen blauwgrijs verkleurd zijn.

     

    Voorkomen in Nederland

    Vooral in het waddengebied en in Zeeland, langs de kust elders spoelen maar af en toe verse kleppen aan. Oudere kleppen spoelen wel overal aan.

     

    Voorkomen in de tijd

    Strandgapers waren tot de zestiende eeuw niet bekend in Europa. Men ging er vanuit dat de soort daarna pas is geïntroduceerd vanuit Amerika. Deense onderzoekers hebben echter strandgapers gevonden die uit het midden van de dertiende eeuw bleken te stammen. Vermoedelijk zijn de strandgapers dus al met de Noormannen meegelift naar Europa. De soort heeft hier al wel eerder geleefd: tussen 2,5 en 1,8 miljoen jaar geleden.

     

    Leefomgeving

    Strandgapers leven ingegraven in het zand, soms wel 40 cm diep, in waterdieptes tot 15 meter.

     

    Vergelijkbare soorten

    De strandgaper en afgeknotte gaper lijken qua vorm op elkaar. Alleen door de langgerekte zijde van de strandgaper en de afgeknotte zijde van de afgeknotte gaper zijn ze van elkaar te onderscheiden. De kleine gaper lijkt qua vorm ook op de strandgaper, maar is veel kleiner: 1,2 cm. De gewone otterschelp die enige gelijkenis vertoont met de strandgaper, heeft geen chondrofoor, geen gapende kleppen en een meer langgerekte achterkant. 

     

    Naamgeving

    De strandgaper is genoemd naar de omgeving waar hij leeft: in het zand van ondiep water. De kleppen sluiten niet helemaal: ze 'gapen'.

     

    Weetjes

    Het dier kan de sipho buiten de schelp brengen via de kleppen die niet helemaal sluiten. Bij de strandgaper en de afgeknotte gaper kan de sipho wel 20 cm lang worden. 

    Oudere strandgapers graven zich steeds dieper in. Een strandgaper van tien jaar oud kan op 40 cm diepte ingegraven zitten. Daar is het dier vrijwel veilig voor zijn belagers, behalve als mensen de zeebodem omwoelen. Dan zijn ze niet meer in staat om zich in te graven en vallen ze gemakkelijk ten prooi aan hun vijanden. Als ze minder diep zitten graven krabben de strandgapers nog wel eens uit.

     

    Referenties

    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Nederlandse naamlijst van de weekdieren (Mollusca) van Nederland en België
    Bruyne, R.H. de, R.A. Bank, Adema, J.P.H.M.  & F.A. Perk, 1994. Backhuys Publishers.

    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Veldgids Schelpen
    Bruyne, R.H. de, 2004. KNNV Uitgeverij; Jeugdbondsuitgeverij.

    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Gids van kust en strand: flora en fauna
    Hayward, P., Nelson-Smith, T., Shields, C., Bramall, W. & W.H. de Weerdt, 1999. Tirion Natuur.

    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Schelpen en andere zeedieren. Zoeken, verzamelen en benoemen
    Tilburg, M. van & H. Adema, 1994. Uitgave Fontaine. 's-Graveland.

    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Het Zeepaard
    En verschillende edities van De Strandvlo, Spirula, en het Correspondentieblad van de Nederlandse Malacologische Vereniging.