Home

Gewone otterschelp

buitenkant binnenkant

Nederlandse naam

Gewone otterschelp.

Wetenschappelijke naam

Lutraria lutraria (Linnaeus, 1758).

Behoort tot de

Tweekleppigen (Bivalvia).

Belangrijkste kenmerken

Een grote, vrij dunne, platte schelp die langwerpig-ovaal van vorm is. De top ligt op ongeveer 1/3 van de schelp. Het oppervlak heeft alleen fijne groeilijnen. Aan de binnenkant van de top zit een duidelijk, naar binnen gebogen driehoekje.

Grootte

Tot 13 cm lang en 6 cm hoog.

Kleur

Geel of wit met een bruinige opperhuid. Aangespoelde kleppen zijn vaak blauw of grijs verkleurd.

Voorkomen in Nederland

Oude kleppen spoelen regelmatig in Zeeland aan, na een storm ook op de hele Nederlandse kust. Op de Waddeneilanden spoelen soms verse exemplaren of doubletten aan.

Voorkomen in de tijd

Sinds 2002 komt de soort langs†de Zuid-Hollandse kust voor, tegenwoordig spoelen langs de hele kust soms doubletten aan.

Leefomgeving

Gewone otterschelpen leven tot 40 cm diep ingegraven in zand of modder, tot op dieptes van 100 meter.

Vergelijkbare soorten

De soort lijkt op de gebogen otterschelp. Deze heeft een sterk gebogen boven- en onderrand. Hij is steviger dan de gewone otterschelp. De schelp lijkt daarnaast ook op de strandgaper. Deze is echter door zijn chondrofoor, gapende kleppen en minder langgerekte achterkant goed van de gewone otterschelp te onderscheiden.

Naamgeving

De soort is waarschijnlijk zo genoemd vanwege de gelijkenis met de wetenschappelijke naam van de otter: Lutra lutra. De mogelijkheid bestaat dat Linnaeus een schrijffout maakte en lutaria'†bedoelde wat 'modder' †of ' slijk' betekent. Linnaeus noemde de schelp Mya luttraria en plaatste hem tegenover de strandgaper Mya arenaria, wat 'de in het zand levende Mya' betekent. Aangezien de otterschelp in de modder voorkomt, is deze verklaring aannemelijk.†De soort wordt ook†wel ovale slijkschelp genoemd.

Weetjes

De otterschelp is een diepe graver. Tijdens de groei maakt hij zijn gang steeds dieper. Hij houdt contact met het oppervlak door middel van lange sipho's, die hij gedeeltelijk in kan trekken.

Referenties

Klik op het plusje voor een grotere foto

Nederlandse naamlijst van de weekdieren (Mollusca) van Nederland en BelgiŽ
Bruyne, R.H. de, R.A. Bank, Adema, J.P.H.M.† & F.A. Perk, 1994. Backhuys Publishers.

Klik op het plusje voor een grotere foto

Veldgids Schelpen
Bruyne, R.H. de, 2004. KNNV Uitgeverij; Jeugdbondsuitgeverij.

Klik op het plusje voor een grotere foto

Gids van kust en strand: flora en fauna
Hayward, P., Nelson-Smith, T., Shields, C., Bramall, W. & W.H. de Weerdt, 1999. Tirion Natuur.

Klik op het plusje voor een grotere foto

Schelpen en andere zeedieren. Zoeken, verzamelen en benoemen
Tilburg, M. van & H. Adema, 1994. Uitgave Fontaine. 's-Graveland.

Klik op het plusje voor een grotere foto

Het Zeepaard
En verschillende edities van De Strandvlo, Spirula, en het Correspondentieblad van de Nederlandse Malacologische Vereniging.