Witte dunschaal |


buitenkant
binnenkant
Nederlandse naam
Witte dunschaal.
Wetenschappelijke naam
Abra alba (Wood, 1802).
Behoort tot de
Tweekleppigen (Bivalvia).
Belangrijkste kenmerken
Een vrij klein, breekbaar, ovaal schelpje dat aan één kant iets is toegespitst. Aan de binnenkant van de top zit een klein scheef driehoekje.
Grootte
Tot 2,2 cm lang en 1,4 cm hoog.
Kleur
Glanzend wit, iets doorschijnend. Soms is nog een bruingele opperhuid aanwezig.
Voorkomen
In Nederland vrij algemeen. Soms spoelen doubletten of levende dieren in groten hoeveelheden op het strand aan, vooral na een periode van aflandige wind.
Voorkomen in tijd
Komt oorspronkelijk in Nederland voor.
Leefomgeving
De witte dunschaal leeft horizontaal ingegraven in het zand, met de rechterklep boven. Op dieptes rond 18 meter is de soort zeer algemeen.
Vergelijkbare soorten
De witte dunschaal lijkt op de tere dunschaal. Deze is echter driehoekig van vorm. Ook is het driehoekje onder de top bij de tere dunschaal langwerpiger dan bij andere dunschalen. De tere dunschaal komt voor bij de Waddeneilanden en soms in Zeeland. De prismatische dunschaal is langwerpiger. De glanzende dunschaal lijkt het meest op de witte dunschaal. Die heeft de top meer in het midden.
Naamgeving
De naam verwijst naar de dunne schelp en de witte kleur.
Referenties
|
Nederlandse naamlijst van de weekdieren (Mollusca) van Nederland en België
|
|||||||
|
Veldgids Schelpen
|
|||||||
|
Gids van kust en strand: flora en fauna
|
|||||||
|
Schelpen en andere zeedieren. Zoeken, verzamelen en benoemen
|
|||||||
|
Het Zeepaard
|




