Kokkel |

buitenkant
binnenkant
Nederlandse naam
Kokkel.
Wetenschappelijke naam
Cerastoderma edule (Linnaeus, 1758).
Behoort tot de
Tweekleppigen (Bivalvia).
Belangrijkste kenmerken
Een stevige schelp met ongeveer 20-26 duidelijke radiale ribben die korte stekels kunnen dragen. Het aantal ribben neemt toe met het zoutgehalte van het water waarin de schelp leeft. De ruimten tussen de ribben zijn smal. Aan de binnenkant zijn de groeven maar een klein stukje zichtbaar, niet tot aan de top. Aan de buitenkant zijn vaak duidelijke groeiringen te zien. De binnenkant laat geen mantelbocht zien, wel een donkere vlek bij het achterste spierindruksel.
Grootte
Tot 6 cm lang en 5 cm hoog.
Kleur
Wit of geelbruin. Aangespoelde exemplaren kunnen donkerder verkleurd zijn.
Voorkomen in Nederland
Algemeen in het waddengebied en Zeeland. Ook verder op de Nederlandse kust spoelen losse kleppen regelmatig aan.
Voorkomen in de tijd
De soort komt van oorsprong in Nederland voor, maar is sinds 1982 niet meer levend waargenomen. Daarmee is de kans klein geworden om nog doubletten te vinden. Aangespoelde losse kleppen zijn de laatste jaren ook sterk in aantal afgenomen.
Leefomgeving
Kokkels leven ongeveer 5 meter ingegraven in zandige bodem tot 15 meter diep.
Vergelijkbare soorten
De kokkel kan verward worden met de brakwaterkokkel die vooral in brak water voorkomt. In de Waddenzee komen beide soorten voor. De brakwaterkokkel heeft een kortere slotband. Dit is alleen bij verse exemplaren goed te zien. De groeven binnenin lopen bij de brakwaterkokkel verder door. Bij oude exemplaren is het onderscheid tussen beide soorten moeilijk.
Naamgeving
De naam is afgeleid van 'cocca', een bijvorm van 'concha', wat 'schelp' betekent. Ook het Franse 'coquiile' betekent 'schelp'. De soort wordt ook wel eetbare hartschelp genoemd.
Weetjes
Kokkels worden voor consumptie gevist, waardoor hun aantallen sterk achteruitgegaan zijn. Het is echter ook belangrijk voedsel voor vogels, waardoor er een voedseltekort voor deze dieren ontstaat.
Na strenge vorst komen veel kokkels uit het zand. Dit zijn waarschijnlijk ongerichte bewegingen, omdat kokkels lichter zijn dan zand. De meeste dieren worden door de stroming meegenomen en sterven. Sommige dieren worden naar dieper water gevoerd en overleven. Daar kan een populatie zich herstellen.
Referenties
|
Nederlandse naamlijst van de weekdieren (Mollusca) van Nederland en België
|
|||||||
| Veldgids Schelpen
Bruyne, R.H. de, 2004. KNNV Uitgeverij; Jeugdbondsuitgeverij. |
|||||||
|
Gids van kust en strand: flora en fauna
|
|||||||
|
Schelpen en andere zeedieren. Zoeken, verzamelen en benoemen
|
|||||||
|
Het Zeepaard
|




