Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    Glanzende tepelhoren

    binnenkant buitenkant

     

    Nederlandse naam

    Glanzende tepelhoren.


    Wetenschappelijke naam

    Euspira nitida (Donovan, 1804).


    Behoort tot de

    Slakken (Gastropoda).


    Belangrijkste kenmerken

    Een bolle schelp met 5-6 windingen, waarvan de laatste winding duidelijk groter is dan de rest. Tussen de windingen loopt een ondiepe naad. De top is spits. Naast de mondopening zit een duidelijke navel. Het oppervlak van de schelp is vrijwel glad.


    Grootte

    Tot 1,5 cm hoog en 1,3 cm breed.


    Kleur

    De natuurlijke kleur is bruingeel en op de laatste winding zitten 4 of 5 rijen bruine, pijlvormige vlekjes. Aangespoelde schelpen zijn meestal zwart.


    Voorkomen in Nederland

    Glanzende tepelhorens komen langs de hele Nederlandse kust voor en spoelen soms ook aan.


    Voorkomen in de tijd

    Vroeger behoorden levende glanzende tepelhoren tot de zeldzame vondsten. Tegenwoordig worden ze steeds meer gevonden, vooral bij zandsuppleties.


    Leefomgeving

    Glanzende tepelhorens komen voor in zandige kustgebieden, vanaf de waterlijn tot 50 meter diep en soms veel dieper.


    Vergelijkbare soorten

    Als de schelp zwart verkleurd is, is deze moeilijk van de gewone tepelhoren te onderscheiden. Daarnaast is er nog de kleine tepelhoren, die iets bollere windingen met een diepere naad heeft dan de gewone tepelhoren. Deze is echter alleen soms op de romp van vissersboten te vinden. We kennen de soort (nog) niet van het strand.


    Naamgeving

    De glanzende tepelhoren dankt zijn naam aan de gladglimmende tepelvormige schelp.


    Weetjes

    De tong van het diertje is bezet met kleine tandjes. Daarmee raspt de glanzende tepelhoren gaatjes in andere schelpen. Door het gaatje spuit de slak gif in de schelp en daarna eet hij het verdoofde weekdier op. Schelpen met een gaatje zijn vaak te vinden. Tepelhorens boren meestal in nonnetjes, zaagjes en halfgeknotte strandschelpen. Gaatjes geboord door tepelhorens zijn eenvoudig te herkennen: door het raspen is de ene kant breder dan de andere.


    Referenties

    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Nederlandse naamlijst van de weekdieren (Mollusca) van Nederland en België
    Bruyne, R.H. de, R.A. Bank, Adema, J.P.H.M.  & F.A. Perk, 1994. Backhuys Publishers.

    Klik op het plusje voor een grotere foto
    Veldgids Schelpen
    Bruyne, R.H. de, 2004. KNNV Uitgeverij; Jeugdbondsuitgeverij.
    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Gids van kust en strand: flora en fauna
    Hayward, P., Nelson-Smith, T., Shields, C., Bramall, W. & W.H. de Weerdt, 1999. Tirion Natuur.

    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Schelpen en andere zeedieren. Zoeken, verzamelen en benoemen
    Tilburg, M. van & H. Adema, 1994. Uitgave Fontaine. 's-Graveland.

    Klik op het plusje voor een grotere foto

    Het Zeepaard
    En verschillende edities van De Strandvlo, Spirula, en het Correspondentieblad van de Nederlandse Malacologische Vereniging.