Home

Slaaponderzoek

Onze belangstelling voor slaap is van alle tijden. Maar pas sinds het begin van de vorige eeuw wordt echt serieus onderzoek gedaan. Onderzoek in slaaplaboratoria, waar met EEG en andere meetinstrumenten kan worden gemeten wat tijdens de slaap gebeurt, geven steeds meer inzicht in wat slaap eigenlijk precies is.

Het verre verleden

Ruim vierhonderd jaar voor Christus veronderstelt de Griekse filosoof Empedocles al dat slaap wordt veroorzaakt door een lichte afkoeling van de warmte in het bloed. Hij heeft in zoverre gelijk dat we tijdens de slaap inderdaad afkoelen, maar of die afkoeling de oorzaak is van slapen of een gevolg ervan is onduidelijk. Ook Hippocrates, de beroemdste arts uit die dagen zoekt de oorzaak in de lichaamstemperatuur. Bij hem koelt het lichaam niet af, maar trekt de warmte zich dieper in het lichaam terug om ons te laten slapen. Volgens Aristoteles zijn het de dampen die uit ons eten vrijkomen waar we van gaan slapen. Hij komt waarschijnlijk tot die conclusie door de waarneming die we allemaal kennen: na een stevige maaltijd worden we slaperig.

Hippocrates

Het begin van onderzoek

Pas tijdens de verlichting, zoīn driehonderd jaar geleden, begint de mens serieus met onderzoek naar de natuur. Ook slaap wordt onderwerp van studie. Albrecht von Haller, een achttiende eeuwse wetenschapper, stelt dat slaap wordt veroorzaakt door een verdikking in het bloed, die druk uitoefend op de hersenen. Hierdoor wordt de doorstroming van de geesteskracht onderdrukt. Alexander von Humboldt houdt het erop dat slaap wordt veroorzaakt door een tekort aan zuurstof. Waar dat tekort precies door wordt veroorzaakt laat hij wijselijk in het midden.

Onderzoek aan planten

De Fransman De Mairan ontdekt dat het kruidje-roer-me-niet normaal s nachts zijn bladeren laat hangen; dat gebeurt ook als het plantje permanent in het duister staat. Anderen bevestigen dat planten een ritme hebben dat ongeveer, maar niet precies, vierentwintig uur duurt.

Slaapstoffen

Bijna een eeuw geleden ontdekten Legendre en Piťron dat er stoffen in het lichaam worden gemaakt waar je slaperig van wordt. Ze nemen hersenvocht af van een hond die langdurig wakker is gehouden en spuiten dat bij andere proefdieren in. Ze blijken daarvan in slaap te vallen. Welke stoffen er precies verantwoordelijk voor zijn blijft lang onduidelijk. De laatste tijd bestaat het vermoeden dat de stoffen op een of andere manier te maken hebben met het immuunsysteem. Het feit dat slaaptekort het immuunsysteem sterk verzwakt zou op een verband kunnen duiden.

Een grote ontdekking

Vanaf het begin van de twintigste eeuw wordt het onderzoek wetenschappelijker. In 1929 ontwikkelt de Zwitserse psychiater Hans Berger de EEG, waardoor de activiteit van het brein tijdens de slaap zichtbaar wordt. In 1953 doen Aserinski en Kleitman, twee pioniers op het gebied van het moderne slaaponderzoek, een grote ontdekking. Tot die tijd dacht iedereen dat de hersenen tijdens de slaap, net als de rest van het lichaam, geheel in rust zijn. Nathaniel Kleitman en Eugene Aserinsky zien tijdens hun experimenten aan de Universiteit van Chicago dat gedurende korte perioden slapende proefpersonen razendsnel met hun gesloten ogen bewegen. Later blijkt dat vrijwel alle warmbloedige dieren perioden van deze REM-slaap doormaken.

Ga verder naar: Waarom slaap je?

Ga terug naar: Inhoud