Home

Parken

Parken zijn belangrijk voor stadsnatuur: dieren vinden er stilte, beschutting, nestelgelegenheid en natuurlijk voedsel, zoals wormen, zaden en vruchten. In parken heeft de natuur genoeg ruimte voor ecologische processen, vooral in parken waar men de natuur zo veel mogelijk haar gang laat gaan. In natuurlijk beheerde parken laat men bijvoorbeeld snoeihout en dode bomen liggen. Het rottende hout wordt door schimmels afgebroken tot mineralen om opnieuw tot voedsel te dienen van planten en bomen. Rottend hout trekt ook insecten aan, die weer op het menu staan van vogels. Zo kunnen kringlopen ontstaan die het stadspark een natuurlijke dynamiek geven.

In de stad onderscheiden we in het algemeen vier typen parken.

Stadspark

Stedelijke parken met twintig tot zestig procent bomendek.

Stadsparken worden vrij intensief onderhouden, omdat ze voornamelijk bedoeld zijn voor recreatie. Dat vereist dat men grasvelden regelmatig maait, struiken snoeit en onkruid in bedwang houdt . Voor insecten is dat niet zo gunstig, omdat daardoor in stadsparken weinig bloeiende bloemen te vinden zijn. In stadsparken zijn natuurlijke processen alleen mogelijk in moeilijk toegankelijke delen die niet geschikt zijn voor recreatie.

 

Heemtuin

De heemtuin is bedoeld om bewoners van de stad op een klein oppervlak in aanraking te brengen met planten die kenmerkend zijn voor de eigen streek, of om een beeld te schetsen van het landschap zoals het er vroeger uitzag.

In heemtuinen staan in voorjaar en zomer veel planten in bloei en dat trekt grote aantallen vlinders, bijen, hommels, zweefvliegen, kevers en andere insecten aan.

 

Parkbos

Stedelijke parken variërend van vijftig tot honderd procent bomendek.

Vooral in parkbossen die geheel uit bomen bestaan kunnen natuurlijke processen ongestoord hun gang gaan. Meestal wordt in deze bossen slechts eens in de paar jaar gesnoeid. Vanwege de stilte en rust trekken parkbossen uit de wijde omgeving wilde dieren aan, zoals uilen, fazanten, marters en vossen.

 

Graslandparken

Bloemrijk grasland en hooiland.

Dit type stadspark is heel belangrijk voor typische weidevogels als de kievit, de grutto, de tureluur en de wulp. In graslandparken hanteert men een maairegime dat afgestemd is op het broedseizoen van de vogels. Meestal betekent dit dat men pas na het broedseizoen met maaien begint. In het graslandpark is voor vogels volop voedsel te vinden, zoals wormen, insecten en slakken.