Home

Nieuwkomers in de stad

Steeds meer soorten planten en dieren weten hun weg naar de stad te vinden en zich er te handhaven. Soms komen nieuwkomers uit de omliggende natuur de stad in, zoals de vliegenzwam. Maar vaak is het de mens die de nieuwkomers introduceert. Een bekend voorbeeld is de halsbandparkiet, die ooit uit gevangschap is ontsnapt en nu vaste bewoner is geworden van veel steden in de randstad. Uitheemse planten die in rotstuintjes worden gehouden weten wortel te schieten in de stad als de wind hun zaden verspreidt.

Vliegenzwam
Amanita muscaria

De vliegenzwam (Amanita muscaria) is een paddestoel die in symbiose leeft met bomen, vooral dennen en berken. En die zijn er niet zoveel in de binnenstad. Toch worden vliegenzwammen tegenwoordig in binnensteden waargenomen, zoals in Leiden vorig jaar herfst.

Plataan
Platanus hispanica

De plataan komt van oorsprong uit Zuid-Europa, waar het warmer en droger is dan hier. Omdat hij goed tegen droogte en luchtvervuiling kan, is het een echte stadsboom. Hij is goed herkenbaar aan zijn bast, die continu vervelt.

 

Gele helmbloem
Pseudofumaria lutea

De gele helmbloem is een rotsplantje uit Zuid-Europa, dat in Zuid-Limburg de noordgrens van zijn verspreiding bereikt. Het begon zijn carrière in het westen van ons land als sierplant in rotstuinen. Inmiddels heeft het een plaatsje in het wild veroverd en zoekt vooral stenen muren op.

Overal langs straten kun je de gele helmbloem vinden, meestal in grote bossen bij elkaar.

 

Turkse tortel
Streptopelia decaocto

De Turkse tortel is in de jaren vijftig voor het eerst in Nederland waargenomen. Zijn oorspronkelijke leefgebied ligt in Oost-Europa. Al vanaf zijn komst in ons land zoekt hij vooral plaatsen op waar mensen wonen. Dit kleine duifje vind je in stadsparken.

 

Halsbandparkiet
Psittacula krameri

Een kleurrijke en luidruchtige nieuwkomer onder de Nederlandse stadsvogels is de halsbandparkiet. Hij komt oorspronkelijk uit India. De soort is waarschijnlijk in de randstad ontsnapt of losgelaten en heeft in steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Leiden zijn grootste verspreiding. Het eerste paartje werd in 1976 in het Vondelpark in Amsterdam gesignaleerd. Ook elders in het land weten de vogels zich te handhaven en voort te planten. Zelfs op Texel zijn broedparen waargenomen.

Halsbandparkieten zijn holenbroeders die bij voorkeur in stadsparken leven, waar veel bomen te vinden zijn.

 

Zonnebaars
Lepomis gibbosus

De Noord-Amerikaanse zonnebaars is een populaire tuinvijvervis. Hij leert gemakkelijk om uit de hand te eten. Losgelaten zonnebaarzen kunnen prima overleven, en doen dat inmiddels ook, in wat groter water zoals plassen, kanalen en rivieren.

Chinese wolhandkrab
Eriocheir sinensis

De Chinese wolhandkrab kwam begin vorige eeuw naar Europa, meeliftend in het ballastwater van schepen uit China. Hij leeft in zoetwater, maar trekt naar zoutwater om te paren. Je herkent hem aan zijn behaarde scharen.

Vanwege zijn voorkeur voor warmte is de Chinese wolhandkrab vooral in het water bij energiecentrales te vinden of in ondiepe slootjes die snel opwarmen door de zon.