Home

Cipresachtigen

Wetenschappelijke naam: Cupressaceae (familie binnen de orde der Denachtigen, Pinales)

Takje met vrouwelijke kegel van de Mammoetboom (Sequoiadendron giganteum)

Cipresachtigen zijn altijdgroene of loofverliezende heesters of bomen. De naald-, sikkel- of schubvormige bladeren staan verspreid of in kransen van drie (vier) of zijn kruiswijs tegenoverstaand. De voortplantingsorganen zijn gegroepeerd in kleine kegels. De mannelijke en vrouwelijke kegels bestaan uit één of enkele kruiswijs tegenoverstaande, in kransen of in een spiraal staande schubben. Bij de Jeneverbes (Juniperus communis) worden de schubben van de vrouwelijke kegel vlezig en vergroeien met elkaar tot een zogenaamde kegelbes.
De familie van de Cipresachtigen telt ongeveer 160 verschillende soorten en komt wereldwijd voor, vooral in bergbossen. De Jeneverbes is de enige soort die inheems is in Nederland (vroeger ook de Moerascipres). Deze groeit met name op zandgronden. Veel soorten worden gekweekt, bijv. de Cipres (Cupressus sempervirens), de Westerse levensboom (Thuja occidentalis), de 'gewone' conifeer (Cupressocyparis leylandii), de Moerascipres (Taxodium distichum) en de Watercipres (Metasequoia glyptostroboides). Tot de Cipresachtigen behoren ook de Californische reuzenboom (Sequoia sempervirens) en de Mammoetboom (Sequoiadendron giganteum), die meer dan duizend jaar oud kunnen worden. De familie van de Cipresachtigen omvat dus ook de Moerascipresachtigen (voormalige Taxodiaceae), die vroeger vaak als aparte familie beschouwd werden.
Cipresachtigen zijn bekend sinds het Jura (210-130 miljoen jaar geleden).

Afstammingslijst van de Cipresachtigen

Cipresachtigen 
Cordaites-achtigen
Oerzaadvarens
Vroege naaktzadigen
Oervarens
Rhynia's
Vroege vaatplanten
Groenwieren
Eencelligen met bladgroen
Eencelligen met complexe zweephaar
Eencelligen met mitochondriën (en celkern)
Oer-archaebacteriën
Oerbacteriën
Ontstaan van het leven