Ontleding van een gestrande witsnuitdolfijn | ![]() |
Hieronder is te zien hoe Niels van Elk (dierenarts van het Dolfinarium Harderwijk), Thijs Kuiken (veterinair van de Erasmus-Universiteit Rotterdam) en medewerkers van Naturalis sectie verrichten op een witsnuitdolfijn die op 18 november 2003 strandde bij Ouddorp in Zuid-Holland. Het hoofddoel van de sectie, die plaatsvond in de snijzaal van Naturalis, was het nemen van onderzoeksmonsters van verschillende organen.

Het gestrande vrouwtje ziet er op het eerste oog sterk en gezond uit. Het is dan ook niet duidelijk wat de precieze doodsoorzaak is. Opvallend kenmerk is de witgekleurde snuit. De witsnuitdolfijn dankt daaraan zijn naam. Zoals bij alle witsnuiten is ook bij dit vrouwtje de snuit niet hagelwit, maar voorzien van grijze tot zwarte vlekken.
De witsnuitdolfijn is na de bruinvis de meest voorkomende walvisachtige in de Noordzee. Geschat wordt dat er momenteel in de Noordzee zo'n 7.000 tot 8.000 witsnuitdolfijnen leven. Elk jaar gaan er exemplaren dood en sommige daarvan spoelen aan op de kust, vooral na een storm.

Voordat sectie wordt verricht, bestudeert men de buitenkant van het dier.
Opvallende zaken worden opgeschreven.

Zo zijn op de huid oude littekens te zien, die veroorzaakt kunnen zijn door de tanden van soortgenoten. Ook is gekeken of er walvisluizen op de huid aanwezig waren, maar deze werden niet aangetroffen. De huid toont gezond: er zijn geen open wonden of aandoeningen te zien.

Het gebit geeft informatie over de leeftijd van het dier. Hier telt Niels van Elk het aantal tanden; zowel de aanwezige als ontbrekende tanden worden geturfd.

De rugvin wordt opgemeten.
De staart ziet er puntgaaf uit.

Voordat het dier wordt opengesneden neemt men de lengte- en diktematen van de romp.

Het snijden gebeurt met vlijmscherpe slagersmessen.

De eerste snede wordt vlak achter de kop gezet.

Vervolgens worden inkepingen over het hele lijf gemaakt, om de twee centimeter dikke speklaag in moten te kunnen verwijderen.

Als huid en speklaag zijn weggehaald, komen donkerrood gekleurde spieren bloot te liggen. De donkere kleur wordt veroorzaakt door de rode spierkleurstof myohemoglobine. Deze stof bezit dezelfde zuurstofbindende eigenschappen als hemoglobine, de rode kleurstof in het bloed. Dolfijnen gebruiken hun spieren om zuurstof in op te slaan en de rode spierkleurstof maakt deze opslag ook werkelijk mogelijk.
Tijdens het zwemmen verbruiken dolfijnen veel zuurstof. Bij elke ademhaling moeten ze dus zo veel mogelijk zuurstof mee onder water zien te nemen. In hun bloed kunnen ze slechts 41% van de opgenomen zuurstof kwijt, in hun longen 9% en in hun organen 8%. Dolfijnen hebben dus een extra buffer nodig, waarin ze de resterende hoeveelheid zuurstof kwijt kunnen: de spieren.

Maag (voorgrond) en darmen (achtergrond): in beide organen zijn nog voedselresten aanwezig. Behalve verse vis zaten in de maag veel maagwormen, meer dan gewoonlijk in een witsnuitdolfijn.

De lever is enorm groot. In dit orgaan is een grote hoeveelheid glucogeen opgeslagen, dat dienst doet als reservevoedsel. Als de spieren plotseling veel brandstof nodig hebben, bijvoorbeeld als de witsnuitdolfijn met hoge snelheid wil ontsnappen aan een predator, dan wordt het glucogeen omgezet in glucose (druivesuiker). Deze omzetting gebeurt onder invloed van het hormoon adrenaline, dat vrijkomt als het dier schrikt. Glucose wordt vervolgens door het bloed naar de spieren getransporteerd, waar het als brandstof dient.

Verwijderen van de ribben.

De longen komen bloot te liggen (roze zak boven in het lichaam). Zoals bij alle kleine dolfijnachtigen zijn de longen van de witsnuitdolfijn enorm groot. Hierdoor zijn dolfijnen in staat om in de korte tijd dat ze adem halen veel zuurstof op te nemen.

Thijs Kuiken snijdt met een scalpel weefselmonsters van de lever.

De onderzoekers doen de monsters in kleine potjes.

Hier wordt een monster van het voortplantingsorgaan (ovarium) genomen.

Een kijkje in het blaasgat, het neusgat van de dolfijn dat bovenop de schedel ligt. Als een witsnuitdolfijn met zijn kop boven water komt haalt hij door dit gat adem.

