Home

Cochenille

Het pigment cochenille kan verkregen worden uit drie verschillende schildluissoorten.†Bij de productie worden alleen vrouwtjesluizen gebruikt. De kleur van het pigment wordt karmijnrood genoemd.

Karmijnrood
Karmijnrood

Kleur

De kleur van het pigment cochenille is rood. Afhankelijk van de gebruikte luizensoort en productiemethode kunnen kleurvariaties optreden. De in Europa inheemse kermesluis levert bijvoorbeeld een lichtere kleurstof dan de Amerikaanse cochenilleluis.

Herkomst†††

De drie verschillende schildluissoorten die gebruikt worden om het pigment cochenille te winnen zijn:††††††††


Naam Latijnse naam Gastheer
†††††††††† †††††††
Kermes schildluis Kermes vermillio Kermeseik (Quercus coccifera)
Poolse cochenilleluis† Porphyrophor apolonica Anjerfamilie (Scleranthus perennis)
Amerikaanse schildluis Dactylopius coccus Schijfcactus (Opuntia)

De kermesluis†is inheems in het Middellandse zeegebied. De vrouwtjes strijken neer op de bladeren van†de daar voorkomende kermeseik en zuigen zich vast.

De Poolse cochenilleluis leeft in Oost-Europa onder de grond op de wortels van†de wilde plant Scleranthus perennis.

De Amerikaanse cochenillenluis is inheems in Zuid-Amerika en Mexico.
Vanaf 1554 werden de luizen in grote hoeveelheden door de Spanjaarden uit Zuid-Amerika geÔmporteerd, waardoor ze vanaf dat moment ook in bepaalde delen van Europa gekweekt konden worden, bijvoorbeeld op de Canarische-Eilanden.

Productie†

Bij de kermesluis wordt het pigment cochenille als volgt verkegen:
Nadat de vrouwtjes†hun eitjes als een laagje witte sneeuw op de bladeren van de kermeseik hebben afgezet sterven ze. De†hulzen die als beschutting over de eitjes blijven liggen worden verzameld en gedroogd. Na het drogen wordt aan de hulzen een helderrode kleurstof onttrokken.

Om aan de Poolse luizen het pigment te onttrekken moet de gastplant eerst uitgegraven worden; de luizen zitten immers op de wortels.†Pas dan kunnen de hulzen verzameld worden.

Amerikaanse cochenilleluizen op cactus
Amerikaanse cochenilleluizen op cactus


De Amerikaanse cochenilleluis zou uiteindelijk de belangrijkste leverancier van het pigment cochenille worden. De Amerikaanse cochenilleluis†wordt al eeuwenlang in Zuid-Amerika en Mexico op schijfcactussen†gekweekt. Voor dit doel†zijn speciale cactusplantages aangelegd.

De Amerikaanse cochenilleluis is een witgekleurd beestje dat op de schijven van de cactussoort Opuntia zit. Hij leeft daar als een parasiet en voedt zich met het sap van de cactus. Het pigment wordt gewonnen uit het bloed van deze schildluis en uit de eitjes. Vooral de eitjes bevatten veel rode kleurstof. De luizen worden dan ook kort voordat ze hun eitjes leggen verzameld. Daartoe worden ze met de hand (hanschoenen!) van de cactus afgeschept. Vervolgens kunnen de luizen†op verschillende manieren gedood worden, waarna ze gedroogd, gemalen en gefilterd worden. Het eindproduct levert nog geen kleurvast pigment op. Zonder toevoegingen†zoals tin of aluin zou de kleur al snel verbleken.

Gedroogde Amerikaanse cochenilleluizen
Gedroogde Amerikaanse cochenilleluizen

Per hectare kan ca. 400 kilo†luizen geoogst worden. Voor ťťn kilo karmijn zijn 140.000 luizen nodig.

Toepassing††††††††††††

Al in†de oudheid gebruikten de Egyptenaren, Grieken en Romeinen het pigment van de kermesluis om wol, leer en zijde te verven. De kleur van het pigment stond bekend als scharlakenrood.

Na de ontdekking van de Amerikaanse cochenilleluis†werd er al snel minder gebruik gemaakt van de†Europese kermesluis. De Amerikaanse cochenilleluis was namelijk productiever, met een hoger gehalte aan verfstof.

Natuurlijk cochenille vindt nog toepassing in lippenstift en†voor†de kleuring van microscopische preparaten.††Het pigment wordt echter steeds minder gebruikt om†voedsel te kleuren, omdat er tegenwoordig kunstmatige vervangers zijn. Deze vervangers zijn meer kleurvast dan het natuurlijke cochenille.

Soms zijn roze muisjes - op de 'beschuit met muisjes' bij de geboorte van een meisje -†nog gekleurd met natuurlijk cochenille. Echter, fabrikanten van roze muisjes gaan er steeds meer toe over om het natuurlijke cochenille te vervangen door de kunstmatige kleurstof E124 (Cochenillerood A).