Home

Pigmenten geven de wereld kleur

De natuur toont een enorme variatie aan kleur. De kleuren van planten, dieren en stenen ontstaan meestal door pigmenten.

Elk pigment heeft een specifieke kleur. Door verschillende pigmenten te mengen kan een enorme variatie aan tinten bereikt worden. Schilders maken daar dankbaar gebruik van.


Een winkel met pigmenten in Venetië.
Bron: http://webexhibits.org


Wat is pigment?

Het woord pigment komt van het Latijnse woord 'pigmentum' dat 'verf' betekent. Pigment is van zichzelf echter nog geen verf: het is in de meeste gevallen een poeder. Pigment wordt pas verf als het wordt vermengd met een bindmiddel, zoals ei, water of olie.
In het algemeen kun je stellen dat pigment een stof is die kleur geeft.

Pigmenten krijgen hun kleur doordat ieder pigment bepaalde golflengten van het licht absorbeert. Niet alle pigmenten absorberen dezelfde golflengten. Afhankelijk van de geabsorbeerde golflengten wordt een bepaalde kleur gereflecteerd. Dat wil zeggen: teruggekaatst naar ons oog. Sommige pigmenten absorberen licht van alle golflengten. Dat geeft een zwarte kleur.
Andere absorberen bijvoorbeeld alleen licht met golflengten die corresponderen met rood,  geel of groen licht. Dat zorgt voor een groen-blauwe kleur. Het geabsorbeerde licht wordt aan ons oog onttrokken, het gereflecteerde licht nemen wij waar als de kleur van het pigment.


  
Indeling van pigmenten

Pigmenten  komen van nature voor in mineralen en in de cellen van planten en dieren. Naar hun oorsprong kunnen pigmenten in twee typen worden ingedeeld:

Anorganische pigmenten
Dit zijn pigmenten die voorkomen in mineralen en in sommige bodems, die de verweringsproducten zijn van bepaalde gesteenten. Pigmenten uit deze bodems worden ook wel 'aardpigmenten' genoemd.

Mineralen en aardpigmenten bestaan vaak geheel en al uit pigment.
Ze zijn vaak direct als kleurstof te gebruiken. Men hoeft ze alleen te vermalen en te vermengen met bindmiddel.

Organische pigmenten
Dit zijn pigmenten die voorkomen in planten en dieren.

Om deze pigmenten te gebruiken moeten ze eerst uit de plant of het dier gehaald worden. Dat vereist vaak meerdere bewerkingen. Meestal is een groot aantal planten of dieren nodig om voldoende pigment te krijgen. 

 

Naamgeving van pigmenten

Elk pigment heeft een specifieke naam, maar vaak worden voor hetzelfde pigment verschillende namen gebruikt.

De benaming vertelt veel over de oorsprong of de geschiedenis van het pigment. De naam 'ultramarijn' bijvoorbeeld, verwijst naar de herkomst van het pigment - 'ultramarijn' is een verbastering van 'ultra marina' dat 'van over zee' betekent. Een andere naam voor ultramarijn is lazuurblauw. Deze naam verwijst weer naar 'Larzward', de Perzische benaming voor lapis lazuli, de blauwe steen, waaruit het pigment ultramarijn gewonnen wordt.

 

Het gebruik van pigmenten is belangrijk voor de mens

Het gebruik van pigmenten is al heel oud. Reeds 350.000 jaar geleden gebruikte de voorloper van de moderne mens okerpigmenten. Waarschijnlijk smeerde hij zijn lichaam ermee in om het te versieren of om niet geroken te worden door jachtwild.

Vooral in de schilderkunst vinden pigmenten op grote schaal toepassing. Schilders vermaalden vroeger zelf mineralen en andere materialen om aan pigment te komen. Het Duitse woord 'Maler' voor schilder herinnert daar nog aan. Op basis van slechts enkele pigmenten wisten kunstschilders een grote variatie aan kleur te bereiken. Rembrandt had bijvoorbeeld slechts zes pigmenten nodig om 114 kleuren te maken.

Tegenwoordig komt verf uit een tube. Pigmenten zijn echter nog steeds onmisbaar om dingen kleur te geven: van muurverf tot lippenstift en van auto's tot oranje voetbalsupporters.