Home

Tertiair: de opkomst van de zoogdieren

Tertiair: ca. 65 tot 2,5 miljoen jaar geleden

Tertiair (Frans) komt van Tertius (Latijn) = derde. Het Tertiair was ooit het derde grootte tijdvak in de geologische indeling van de geschiedenis van de aarde, vandaar de naam derde.
Het Tertiair is te verdelen in twee periodes: De periode van 65 tot 25 miljoen jaar geleden wordt aangeduid als het Paleogeen.†Het†Neogeen loopt van 25 miljoen jaar geleden tot 2,5 miljoen jaar geleden.
Aanblik van de aarde in het Tertiair

Gedurende het Tertiair schoven de continenten verder naar hun tegenwoordige ligging. India, dat zich tijdens het Krijt van Afrika had losgemaakt, bewoog zich in de richting van AziŽ. AustraliŽ maakte zich los van Antarctica en nam al vroeg een geÔsoleerde positie in.
De tropische zone was breder dan tegenwoordig.


††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† de ligging van de continenten in het Paleogeen

Tijdens het Neogeen botste Afrika tegen EuraziŽ aan. Ook ontstond er een landbrug tussen Noord- en Zuid-Amerika. Door de botsende landmassas van Afrika en EuraziŽ ontstonden de Alpen. Puin van de oprijzende Alpen werd afgevoerd naar zee en vormde uitgestrekte deltas in Noordwest-Europa.
Het zeeniveau daalde.


†††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† de ligging van de continenten in het Neogeen

De atmosfeer in het Tertiair

De samenstelling van de atmosfeer begon steeds meer op die van tegenwoordig te lijken. Het zuurstofgehalte bedroeg zo'n 19% en het koolstofdioxidegehalte was ongeveer 3%. Nu bestaat 18% van de atmosfeer uit zuurstof en 0,04% uit koolstofdioxide.

De temperatuur in het Tertiair

Aan het begin van het Paleogeen werd het broeikaseffect minder.
Na de bijzonder hoge temperaturen van het Krijt werd het op de aarde langzaam koeler, omdat er†een ononderbroken zeestroming langs de Zuidpool was ontstaan, die er met name voor zorgde dat de aarde afkoelde. Deze afkoeling werd versterkt, doordat de verwarmende zeestroming langs de evenaar werd onderbroken,†toen Afrika tegen EuraziŽ aanbotste ener †een landbrug tussen Noord- en Zuid-Amerika ontstond.

De temperatuur op aarde lag nog wel wat hoger dan nu. Nederland had een subtropisch klimaat en werd overdekt door moerasbossen.


Nederland in het Tertiair
Het leven in het Tertiair

In de bossen leefden veel verschillende zoogdieren. Deze zagen er heel anders uit dan tegenwoordig, maar behoorden al wel tot dezelfde families als de zoogdieren van tegenwoordig. Zo waren er bijvoorbeeld al olifanten, neushoorns en walvissen. De voorouders van het paard waren kleine, wendbare diertjes.

De zoogdieren, die altijd in de schaduw van de reptielen hadden geleefd, veroverden na het uitsterven van de dinosauriŽrs†de vrijgekomen leefgebieden. Er waren bijvoorbeeld vliegende zoogdieren (vleermuizen), terwijl andere zoogdieren, zoals walvissen, weer in zee gingen leven.


Jagende zoogdieren (Hyaenodonten)

Naast de zoogdieren†ontwikkelden ook de vogels zich tot een belangrijke groep.

Door het warme klimaat strekten vlaktes met struiken en loofbomen zich uit tot dichtbij de poolstreken. Deze moerassige gebieden boden voedsel aan een grote verscheidenheid van planten en dieren.

De bloemplanten, die al in het Krijt het beeld van de landflora beheersten, ontwikkelden zich verder. Er ontstonden nieuwe soorten, zoals de grassen.
Gedurende het Neogeen ontstonden de grote grasvlakten van tegenwoordig. de grassen namen de plaats in van de struiken, in gebieden waar het droog of koud was.
Uit wendbare bosdiertjes, zoals het oerpaardje, ontstonden snelle hoefdieren, die aan het leven op de grasvlakte waren aangepast. De Afrikaanse grasvlakten waren het leefgebied van†de eerste mensachtigen.


Grasvlakten in het Neogeen

Door de geÔsoleerde positie ontstond er in AustraliŽ een andere zoogdier-fauna dan in de rest van de wereld. Er ontstonden buideldieren, zoals de kangaroe.
Ook in Zuid-Amerika was een aparte zoogdier-fauna ontstaan. Door de landbrug met Noord-Amerika verdween echter een groot deel van deze fauna. De gewone zoogdieren (zonder buidel, maar met een inwendig baarmoeder) uit Noord-Amerika verdrongen de buideldieren uit het zuiden.