Home

Perm: het ontstaan van de zoogdierreptielen

Perm: ca. 290 tot 250 miljoen jaar geleden

Deze periode is genoemd naar de stad Perm aan de westzijde van de Oeral. In dit gebied zijn de afzettingen uit het Perm goed te bestuderen.

Aanblik van de aarde in het Perm

Alle continenten lagen bij elkaar en vormden ťťn grote landmassa: Pangea. Door de grote omvang van Pangea heerste er een landklimaat en was het erg droog.† Het grootste deel van het landschap bestond uit woestijn.
Door de ijstijd was de zeespiegel erg laag, omdat het zeewater in de vorm van landijs werd vastgehouden.
Langs de kusten werden door de droogte uitgestrekte zoutafzettingen (evaporieten) gevormd. Daar hebben wij in Nederland onze huidige zoutvoorraden aan te danken.


††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† de ligging van de continenten in het Perm

Atmosfeer in het Perm

Het zuurstofgehalte in de atmosfeer daalde weer tot zo'n 18 %, omdat veel organismen, zoals planten, uitstierven door de kou en de droogte. Het Koolstofdioxide gehalte daalde ook, naar 1 % van de atmosfeer.

Temperatuur in het Perm

De ijstijd, die halverwege het Carboon begon,†zette door. Aan het eind van het Perm warmde het klimaat langzaam weer op.

Het leven in het Perm

Aan het eind van het Perm sloeg er ten Noord-Westen van AustraliŽ een meteoriet op aarde in, waardoor een van de grootste uitstervingsgolven uit de geschiedenis op aarde optrad.
Door het bijzonder lage zeeniveau waren daarvoor ook†al veel soorten uitgestorven. In de drooggevallen ondiepe kustzeeŽn stierven veel diersoorten uitzoals bijvoorbeeld de laatste trilobieten en bepaalde koraalgroepen, omdat hun leefgebieden verdwenen.
Van de armpotigen en ammonieten wisten slechts enkele soorten te overleven.

In totaal stierven ongeveer 90% van de zeeorganismen en 80% van de landorganismen uit. De groepen die overleefden, leefden in de diepere delen van de zee of konden zich aanpassen aan de veranderende omstandigeheden.

De beenvissen vormden langzaam maar zeker een steeds belangrijkere groep.


Beenvissen en ammonieten

Door de droogte waren ook veel†amfibieŽn uitgestorven. De overheersende rol van de amfibieŽn werd overgenomen door de reptielen.
De reptielen bezetten de verschillende vrijgekomen leefomgevingen en pasten zich hieraan aan.

Er ontstonden reptielen die beter in staat waren om hun lichaamstemperatuur te regelen dan de eerdere amfibieŽn en reptielen. Zij worden zoogdierreptielen genoemd.


Zoogdierreptielen (Dicynodonten)

De belangrijkste planten waren de zaadplanten. Deze kwamen op alle continenten voor.†
Boomsoorten pasten zich aan de droogte aan door ůf in de winter hun bladeren af te werpen, ůf door kleine, leerachtige bladeren te vormen. Zo gingen ze uitdroging tegen.